Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

16.000 kilometer hiervandaan staat Geen bollenbak met bouten’

©Jan De Nul Group

Als nomaden die de wereld rondtrekken, komen de medewerkers van Jan De Nul Group in andere culturen en klimaatzones. Dat kan al eens voor problemen zorgen.

‘Elk land is een uitdaging an sich’, zegt Yves Bosteels directeur Regio Oceanië en Indisch Subcontinent . ‘Het duurt zeven tot acht jaar vooraleer een werfleider de expertise heeft om elk nieuw project probleemloos aan te sturen. Dat heeft niet alleen te maken met technische bagage, maar ook met culturele aspecten. Ingenieurs zijn slim in fysica en wiskunde, maar leren hoe je met een andere cultuur omgaat? Dat leer je alleen door het veel te doen.’ In verre culturen werken ligt niet altijd voor de hand, meldt ook Christophe Leroy, bij Jan De Nul adjunct directeur Kwaliteitsdienst. Hij heeft negentien jaar buitenlandse ervaring.

‘Neem bijvoorbeeld Azië. Daar nemen ze je vaak pas ernstig als je grijs haar hebt. Dat maakt het niet gemakkelijk voor jonge ingenieurs. Je moet daar door en hopen dat na verloop van tijd iedereen beseft dat je weet waarover je praat.’ Voor Jan De Nul werken is niet te vergelijken met in het buitenland werken voor een klassiek bedrijf, zegt personeels directeur Philip Piron.

‘Als Agfa-Gevaert of Bekaert een ingenieur naar een bepaalde locatie in het buitenland stuurt, dan is dat voor vier jaar of meer. Die expats krijgen dan een onderdompelingscursus om zo goed mogelijk met de lokale mensen te kunnen werken. Bij Jan De Nul ligt dat anders. Onze ingenieurs doen korte projecten en werken vooral samen met onze eigen mensen. Iemand die in Afrika een inburgeringscursus doet, zit misschien drie maanden later in Zuid-Korea, waar ze alles op een heel andere manier doen. Hoe nuttig is zo’n onderdompeling dan?’

Veel creativiteit

Ook de politieke cultuur is een factor waarmee de baggeraar rekening moet houden. Zo bestaat er een tendens in een aantal Zuid-Amerikaanse landen om een nationalistisch of protectionistisch beleid te gaan voeren. ‘Het wordt je daar als buitenlands bedrijf enorm moeilijk gemaakt’, zegt Pieter Jan De Nul, regioverantwoordelijke Latijns-Amerika. De protectionistische attitude zorgt voor vervelende obstakels, legt hij uit. ‘Er is een importverbod op een aantal artikelen, en weinig te vinden op de lokale markt. Dat vraagt dus veel creativiteit en veel behelpen.

Heteluchtkanonnen

Naast de menselijke en politieke aspecten moet Jan De Nul ook opboksen tegen de natuurkrachten. In de wateren rond het Oost- Russische eiland Sakhalin bijvoorbeeld voert Jan De Nul sinds 2004 offshorewerken voor de olieen gasindustrie uit. Een van de gevaren van de extreem lage temperaturen die daar in winter heersen, is de vorming van ijs op het dek. Als die laag te dik wordt, kan het schip zijn stabiliteit verliezen en omkantelen. ‘Onze vaartuigen hebben daarom heteluchtkanonnen, zodat het ijs niet kan aanvriezen’, legt Edward Van Melkebeek adjunct-directeur Offshore Divisie uit. ‘We houden goed in de gaten wanneer er stormen verwacht worden, zodat die schepen op tijd naar veiligere oorden kunnen varen.’

Ook afstanden zorgen voor hoofdbrekens. ‘In Argentinië zit ons logistiek hoofdkwartier in Buenos Aires, terwijl verschillende van onze activiteiten honderden kilometers verder zitten’, legt Pieter Jan De Nul uit. ‘Je kunt met andere woorden niet zomaar even langslopen om te kijken hoe het daar gaat.’ Dat beaamt Bosteels. ‘Wij hebben in 2008 in Nieuw-Caledonië, een archipel in de Stille Oceaan, een volledig nieuwe haven gebouwd. Dat is op 16.000 kilometer van hier. Er is daar geen bollenbak, waar je een paar bouten uit kunt draaien als je die vergeten bent. Je moet met andere woorden volledig zelfbedruipend zijn, en dat vraagt een enorme logistieke voorbereiding.’

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.