Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘De kostprijs van niet-opleiden is veel groter'

V.l.n.r.: Julie De Nul, Mieke Fordeyn, Mieke Fordeyn, Yves Bosteels en Sander Vandenberghe ©Studio Dann

Met zijn Academy professionaliseert Jan De Nul Group de creatie en doorstroming van kennis. ‘In een klein bedrijf loopt dat vanzelf, in een mastodont moet je dat organiseren.’

‘De meeste mensen denken dat de Middellandse Zee een rustige plas water is, met een mooi strand waar ze kunnen zonnebaden’, monkelt Jan Pieter De Nul, gedelegeerd bestuurder van de gelijknamige bagger- en bouwgroep. ‘Maar iemand die er gewerkt heeft, weet dat een storm daar in een paar uur tijd heel erg kan worden. En onze mensen die werken in de ijszee van Sakhalin moeten de kennis die ze daar hebben opgedaan, doorgeven aan collega’s die onder soortgelijke omstandigheden beginnen te werken in het Noord-Russische Jamal. Het zijn maar twee voorbeelden van kennisdeling die vlot en vanzelf verloopt in een klein bedrijf, maar die je in een grote onderneming moet organiseren.’

‘We kunnen meer doen om intern de kennis te delen, die met bakken aanwezig is in ons bedrijf’, erkent Yves Bosteels, hoofd van de nieuwe afdeling Kennis, Proces en Innovatie bij Jan De Nul. ‘Toen we kleiner waren, liep dat inderdaad gemakkelijker. De financiële man kende bijvoorbeeld het hoofd van de technische dienst. Nu zijn die departementen zo groot geworden dat ze meer op zichzelf gericht zijn, en ze te weinig met elkaar praten.’

Net daarom heeft Jan De Nul een officiële Academy opgezet. ‘Met de Jan De Nul Academy proberen we al die kennis onder één koepel te stoppen’, verklaart Bosteels. ‘Waarom bijvoorbeeld Finance Days hebben, en een paar dagen later Project Manager Days? Die mensen hebben elkaar dan niet ontmoet, terwijl ze in de praktijk wel horen samen te werken. Vanaf volgend jaar organiseren we die opleidingsdagen gelijktijdig.’

Als je vragen hebt bij de kostprijs van opleidingen, moet je ook stilstaan bij de kostprijs van niet-opleiden. Schepen zijn vandaag zo complex geworden dat je mensen daar niet gewoon kan posteren om al doende de stiel te leren. Dat zou veel duurder uitkomen
Jan Pieter De Nul
CEO van Jan De Nul Group

‘Het is belangrijk dat mensen van verschillende diensten elkaars werk begrijpen’, bevestigt Mieke Fordeyn, director International Division. ‘Wij doen natuurlijk al lang en intensief aan opleidingen, maar nu laten we die meer samen verlopen.’

De Academy ging begin augustus officieel van start en telde in zijn eerste twee maanden al 80 deelnemers. Het is de bedoeling dat iedere werknemer minstens om de drie jaar een opleiding volgt. Opmerkelijk genoeg kunnen ze dat alleen tijdens hun vakantie doen. Is dat niet veel gevraagd? Julie De Nul vindt van niet. ‘Het is een investering in henzelf, dus is het ook maar logisch dat ze dat in hun eigen tijd doen.’

‘Je moet wel weten dat in ons systeem mensen die tewerkgesteld zijn in het buitenland twee maanden werken, en dan een maand vrij hebben’, vult Fordeyn aan. ‘Dat maakt het allemaal wat gemakkelijker.’

Puppy-ogen

‘Met de Academy kunnen we onze werknemers beter helpen om hun carrière uit te bouwen’, verklaart Bosteels. ‘Dan verloopt dat niet met een paar dagen opleiding hier, en een paar dagen daar, maar in een structureel traject. Dat doen we bijvoorbeeld nu al met jonge ingenieurs die de ambitie hebben om werfleider te worden. We werken meer carrière onderbouwend.’

Het kan allemaal heel snel gaan. Dat zit nu eenmaal in de bedrijfscultuur. ‘Hij is burgerlijk ingenieur, komt recht van onder de kerktoren, en heeft puppy-ogen’, zo schreef Bosteels op het personeelsformulier van een jongeman die de baggeraar net had aangeworven. Een paar weken later, na zijn opleiding binnen de Jan De Nul Academy, was die wel al op weg naar zijn eerste buitenlandse werf.

Dat wil niet zeggen dat werknemers aan hun lot worden overgelaten. Zo krijgen beginnende ingenieurs eerst een opleiding aan de Jan De Nul Academy vooraleer ze er op uitvliegen. ‘De academische kennis van de universitaire schoolverlaters die wij aannemen is misschien wel uitstekend, maar ze volstaat niet om op een werf te staan’, legt Bosteels uit. ‘Daarom geven wij hen een aantal weken een bijkomende opleiding. Zo kunnen ze ter plaatse beter omgaan met bijvoorbeeld klanten, vakbonden, lokale leveranciers en soms strikt projectgebonden milieu- en veiligheidscultuur. Ze worden daarin natuurlijk begeleid en geholpen door lokale managers. En voor hun eerste keer belanden ze ook nooit op de moeilijkste projecten.’

Die opleiding voor starters duurt een viertal weken. ‘Vroeger waren er dat zes, en kwamen ook zware rubrieken zoals verzekeringen en contractbeheer aan bod’, verklaart Bosteels. ‘Maar we hebben geleerd dat dit te lang en te veel was. Nu focussen we ons op het kernmetier zoals baggerprocessen, de rest komt later wel wanneer hun volgende positie erom zal vragen. Tot dan moet het hun eerste reflex zijn om de experts van het bedrijf in te schakelen als er iets gebeurt.’

Je moet beseffen dat een werfleider van een buitenlands project een soort kmo-baas is
Yves Bosteels
Hoofd van de afdeling Kennis, Proces en Innovatie

Yves Bosteels, hoofd van Kennis, Proces en Innovatie ©Studio Dann

‘Ze krijgen een basispakket mee, en daar bouwen we later op door’, pikt gedelegeerd bestuurder Jan Pieter De Nul in. ‘Een jonge ingenieur wordt op een werf bijvoorbeeld geconfronteerd met een bankgarantie, en hij heeft geen idee hoe dat werkt. In het begin moet hij de juiste persoon in het hoofdkantoor benaderen met de vraag wat hij moet doen. Na verloop van tijd leert hij uit die antwoorden hoe het werkt, en maakt hij het zich zo eigen. Ook dat is continu leren.’

Kleinere opdrachten

Jan De Nul stelt nu al meer dan 7.000 mensen tewerk, en wil blijven aanwerven, ondanks de economisch niet zo florissante omstandigheden. Hoe komt dat? ‘Deels omdat er niet veel grote projecten meer zijn, waardoor we moeten inzetten op kleinere opdrachten’, legt Julie De Nul uit. ‘Dat betekent dat we meer mensen nodig hebben. Daarnaast vragen grote offshoreprojecten veel voorbereiding.’

Beginnende werknemers volgen vooral opleidingen in Aalst, de meer ervaren lui voornamelijk in het hoofdkantoor in Luxemburg. Daar vinden ook de bijscholingen en oefeningen plaats voor opvarenden zoals stuurlui en operatoren. Aan wal dus, met behulp van hoogtechnologische simulatoren. ‘Enkele jaren geleden legden we in Australië een tweede landingsbaan voor de luchthaven van Brisbane aan: zand moest over een afstand van 7 kilometer verpompt worden’, illustreert Bosteels. ‘Technisch gezien een uitdaging. We hebben toen die hele bemanning binnengeroepen om dat al eens in een simulatieomgeving te doen. Zo schotelen we hen problemen voor die ze daar kunnen tegenkomen en die ze moeten oplossen.’

Hoe dicht komt die simulatie-ervaring met een hopper- of cutterschip bij 'the real thing'? ‘Toch vrij dicht’, zegt Bosteels. ‘Je kunt in onze nieuwste simulator in Luxemburg bijvoorbeeld virtueel door het hele schip lopen, en in de controlekamer zie je de knoppen staan.’

‘Die simulator is state of the art’, beaamt Jan Pieter De Nul. ‘Hij heeft 2,5 miljoen euro gekost, maar is elke cent waard. Als je vragen hebt bij de kostprijs van opleidingen, moet je ook stilstaan bij de kostprijs van niet-opleiden. Schepen zijn vandaag zo complex geworden dat je mensen daar niet gewoon kan posteren om al doende de stiel te leren. Dat zou veel duurder uitkomen.’

Terugkeermomenten

Jan De Nul gaat tot slot ook tot drie keer per jaar terugkeermomenten organiseren waarbij extra vorming wordt aangeboden. ‘Doordat die werknemers dan langs de Academy passeren, is het gemakkelijker voor ons als hoofdkantoor om de banden aan te halen, legt Bosteels uit. ‘Er zijn collega’s die al twintig jaar voor Jan De Nul werken, maar al die tijd misschien een handvol keer op het hoofdkantoor geweest zijn. Dat is jammer. Wij willen met die terugkeermomenten die interne communicatie aanscherpen. De personeelsdienst kan hen dan ook nauwer opvolgen met persoonlijke gesprekken.’

Het helpt ook om mensen die later permanent wensen terug te keren in het hoofdkantoor in te passen. ‘Je moet beseffen dat een werfleider van een buitenlands project een soort kmo-baas is’, aldus Bosteels. ‘In die biotoop kunnen ze alles zelf aansturen. Als ze dan terugkomen naar het hoofdkantoor, worden ze geconfronteerd met een mastodont van een organisatie met departementshoofden en verschillende culturen en procedures. Het is niet altijd gemakkelijk voor hen om daar hun plaats in te vinden.’

‘Met een heel goede opleiding heb je nog geen ervaring’

‘Een onervaren bemanning ziet elk probleem voor het eerst’, zegt Paul Eggen. Daarom geeft de ervaren rot die voor Jan De Nul Group werkt, overal ter wereld opleidingen.

Paul Eggen werkte jarenlang als kapitein op cutterzuiger J.F.J. De Nul, wereldwijd de grootste in zijn soort. ‘Je geeft op zo’n baggerschip leiding aan een zestigtal mensen die ook aan boord slapen. Daar komt veel bij kijken. Naast de verantwoordelijkheid voor het effectieve baggeren moet je ook de bemanning aansturen en de administratie doen.’

Vandaag liggen zijn kapiteinsdagen achter hem (‘Ik deed het al sinds 1976 en was het wel een beetje moe’). Sinds 1 augustus geeft hij als Marine Advisor opleidingen bij de Jan De Nul Academy. Dat gebeurt zelden in een leslokaal op kantoor. ‘Meestal ben ik op verplaatsing. Ik geef voornamelijk opleidingen in het buitenland, waar ik ook help om problemen op te lossen. Omdat het bedrijf zo snel gegroeid is, werken er heel veel jonge uitvoerders bij ons. Zij zijn technisch gezien heel goed opgeleid, maar daar heb je natuurlijk nog geen praktijkervaring mee.’

Onlangs was Eggen zo in Nigeria, het project waar Rutger Kox aan de slag is (zie verder). Dat gebeurt met de twee grootste sleephopperzuigers ter wereld. ‘Zij pompen het zand over een lange afstand met een zinker, dat is een afgezonken pijpleiding op de bodem, naar de wal’, legt hij uit. ‘Daar gaat het in een landleiding, waarlangs het zand naar het stort wordt gepompt, en het overtollige water terug naar de zee vloeit.’

De uitvoering van dit werk geeft de bemanning van de werkboten veel uitdagingen, stipt hij aan. ‘Er is niet alleen het slechte weer, maar ook het feit dat we een afgezonken leiding gebruiken van 2,4 kilometer lang. Het is echt een straffe toer op zee om die af te zinken en later ook weer heelhuids boven te halen.’

Eggen geeft niet alleen technische opleidingen, maar gaat ook langs op projecten om te evalueren hoe de werkzaamheden verlopen. Hij helpt bij keuzes over hoe je iets het beste aanpakt en wat voor materiaal het meeste geschikt is. ‘Onlangs was ik bijvoorbeeld in Calais, waar we grote schepen moesten verankeren die stenen kwamen lossen voor de uitbreiding van de haven. Jan De Nul moest de stenen lossen, terwijl het schip verankerd lag in nauw vaarwater. Het is belangrijk om daarvoor het juiste materiaal te hebben, en dat dan ook tijdig te bestellen..’

‘Er zijn minder grote projecten, waardoor we moeten inzetten op kleinere opdrachten’, merkte gedelegeerd bestuurder Jan Pieter De Nul eerder op. Daarin is ook een taak weggelegd voor Eggen. ‘Op grote schepen worden regels en administratieve verplichtingen goed opgevolgd. Maar op kleinere schepen is daar minder aandacht en tijd voor, en gebeurt het daarom ook minder nauwkeurig. Ik ga langs om te kijken hoe we dat kunnen verbeteren.’

Drie maanden ver is hij opgetogen met de nieuwe job. ‘Het is veel gevarieerder werk dan kapitein zijn, waar je toch altijd aan boord blijft. Ik ben nu veel meer betrokken bij de operationele uitvoering. Het is een nieuwe functie, en die moet nog wat geaccepteerd worden. Het is nu aan mij om dat te doen groeien, en er tegelijkertijd ook zelf in te groeien.’

 

‘Je mag niet zweren bij je eigen denkwijze’

Een goede, korte opleiding om te beginnen, gevolgd door on-the-jobtraining en vervolgopleidingen. Dat is de succesvolle werkwijze van bagger- en bouwbedrijf Jan De Nul Group.

Recht van de schoolbanken af, kreeg Rutger Kox twee jaar geleden meteen zes weken les in het hoofdkantoor van Jan De Nul. ‘Aan de universiteit bouw je theoretische kennis op, leer je logisch redeneren en grote hoeveelheden informatie verwerken’, vertelt de ingenieur, die sinds april aan de slag is als uitvoerder in Nigeria, waar baggerschepen een gigantisch stuk moerasland aan het opspuiten zijn. ‘Maar daarmee heb je nog niet geleerd om je theoretische kennis in de praktijk om te zetten, of in dit geval specifiek, om te baggeren. Daar is een bijkomende opleiding voor nodig die de basisprincipes van de stiel aanleert.’

In de twee jaar dat hij voor het baggerbedrijf werkt, belandde Kox al in Koeweit, Dubai en Egypte, waar hij als uitvoerder de operationele leiding had over cutterschepen. Dat zijn baggerschepen die met een soort snijkop materiaal loswrikken van de bodem, opzuigen en naar wal brengen via stalen leidingen. In Nigeria bestaat zijn job uit de dagelijkse operationele planning van de opspuitwerken, houdt hij in de gaten of voldaan wordt aan de productie-eisen, en lost hij de grote en kleine problemen op die met de dagelijkse organisatie te maken hebben. In het buitenland moet je regelmatig je aangeboren gevoel voor inventiviteit aanspreken, rekening houdend met culturele verschillen en andere lokale wetgevingen.

Daarbij komen de soft skills die hij opdeed in de startopleiding goed van pas, vindt Kox. ‘Je komt bij buitenlandse projecten in contact met de lokale cultuur, die flink kan verschillen van wat we gewoon zijn. Ook binnen het bedrijf en het werfteam zijn er veel verschillende nationaliteiten waar je mee moet samenwerken. Tijdens de lessen komen voorbeelden aan bod van situaties die vroeger gebeurd zijn, en hoe je daar mee kunt omgaan. Noem het sociaal-culturele case studies.’

Welke aan den lijve ondervonden wijsheid zou hij zelf meegeven aan nieuwe rekruten? ‘Dat je niet mag zweren bij je eigen denkwijze, maar dat het net enorm belangrijk is om open te staan voor ideeën van andere mensen, ongeacht hun achtergrond en cultuur. Besluitvorming op basis van verschillende invalshoeken en ervaringen zorgt naar mijn gevoel voor de meest kwalitatieve oplossing en resultaten. Bovendien bevordert het ook ongelofelijk de werksfeer. Zo creëer je een goede samenwerking.’

Kort maar krachtig

Kox is een grote voorstander van de werkwijze van Jan De Nul. Een korte maar krachtige startopleiding dus, gevolgd door aanvullende opleidingen zodra mensen op het terrein zijn. ‘Je leert uiteindelijk heel veel bij op de projecten zelf. Het is moeilijk om je in te leven in juridische aspecten bijvoorbeeld, als je de praktische kant nog niet kent. Daarom is het ook zo leerrijk als projectmanagers tijdens hun vakantie op kantoor langskomen om hun ervaringen te delen met nieuwe werknemers.’

Dat vervolgopleidingen in je vrije tijd moeten gebeuren, stoort Kox niet. ‘Na twee maanden buitenland zijn mensen met mijn functie een maand lang met vakantie om de batterijen weer op te laden. Ik vind het helemaal niet erg om dan één of twee keer per jaar een paar dagen vakantie te investeren in de groei van mijn carrière binnen de firma. Stilstaan is achteruitgaan. Als je de kans hebt om vooruit te gaan in het leven, moet je die met beide handen grijpen, vind ik.’

Ondertussen heeft Kox al twee jaar ervaring, en wil hij graag de opstap maken naar projectmanagement. ‘Zodra ik de kans krijg om daar een opleiding voor te volgen, grijp ik die.’

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.