Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Het is voor ons niets nieuws om iets nieuws te doen'

Nic De Roeck en Carl Heiremans ©Frank Toussaint

Met de recent gekochte zeegigant Vidar begint Jan De Nul Group aan zijn eerste totaalproject voor windturbines op volle zee. Vol vertrouwen en met de wind mee.

In de Noordzee zal Vidar volgend jaar deinen in een woud van windmolens, tussen rotoren in plaats van takken. Het is immers met dat enorme offshore-installatieschip dat Jan De Nul Group dan op zo’n 46 kilometer voor de kust van Zeebrugge bouwt aan het windturbinepark “Bligh Bank Phase 2” voor Nobelwind, de tweede fase van het in 2010 neergepote Belwind-park. Aangezien het om een zogenoemd EPCI-project gaat, staat Jan De Nul Group in voor het ontwerp, de aankoop, de bouw en de installatie van de funderingen en turbines. Een totaalproject dus, waarmee een investering is gemoeid van 660 miljoen euro voor de klant Nobelwind, een consortium van Parkwind (een samenwerking van Colruyt Groep en PMV), Sumitomo Corporation en Meewind. Voor zowel de bouw van de 51 paalfunderingen op de zandbank Bligh Bank als de installatie van 50 Vestas-windturbines, gebruikt de bagger- en bouwgroep de Vidar. Tussen beide fases in zal het valpijpschip Simon Stevin steenbestortingen plaatsen rond de funderingen als bescherming tegen erosie. De Vidar is met zijn 136 meter lengte enorm.

‘Hoe meer je kunt laden, hoe minder je op en af moet varen’, verklaart Nic De Roeck, bij Jan De Nul Group project director voor het Nobelwindproject. ‘Vaartijd is verloren tijd, en dat kost geld.’ Daarnaast speelt ook mee dat de windmolenstructuren in de offshorebusiness steeds groter worden. Grotere funderingen, diameters en lengtes, maar ook diepere zeeën. Dat kan de Vidar aan, pikt senior business development manager Carl Heiremans in. ‘Als het op zijn poten staat, kan het tot op 50 meter diepte op de zeebodem rusten. De afstand tot de top van de kraan, is dan 200 meter. Daarmee zou het aan land boven elk gebouw in België uittorenen.’

Zonder de Vidar hadden we nooit aan het Nobelwind project kunnen beginnen.
Nic De Roeck
project director Nobelwind

Doordat de Vidar zichzelf voor zijn werkzaamheden uit het water hijst, ontstaat als het ware een tijdelijk stukje land op zee, merkt De Roeck op. ‘Het is zo’n enorm werkplatform met een kraan erop zoals je die ook op land vindt, met het verschil dat die vijftien keer groter is (lacht). We gebruiken ook technieken die we anders of in een andere grootteorde toepassen. Bovendien kunnen we terugvallen op onze uitstekende technische dienst die alle berekeningen doet. En als er toch iets ontbreekt, halen we die kennis buitenshuis.’

De kraan op het ‘heavy lift vessel’ heeft een hijsvermogen van liefst 1.200 ton. ‘Daarmee hijs je ei zo na een volledige villa, waarvan je er een hele straat op het dek zou kunnen parkeren, aangezien dat ongeveer een voetbalveld groot is’, grapt De Roeck.

Catch22

Jan De Nul Group nam de Vidar dit jaar over. ‘Wij waren al een tijdje op de uitkijk naar een dergelijk schip’, geeft De Roeck aan. ‘Er hebben ook ontwerpen voor nieuwbouw op onze tekentafel gelegen, maar we bleven wachten op een goed moment. Het blijft toch een beetje een catch22: je wil zo’n groot schip om een groot contract binnen te halen, terwijl je ook maar probeert om zo’n groot contract binnen te halen als je een groot schip hebt.’ Plots vielen de stukjes mooi in elkaar.

‘Zonder de Vidar hadden we nooit aan het Nobelwindproject kunnen beginnen’, zegt De Roeck. ‘Het was een buitenkansje. Het schip is amper anderhalf jaar oud en heeft de nieuwste technologie aan boord. Bovendien konden we ook de ervaren bemanning overnemen.’ ‘Als we zelf een schip bestellen en vervolgens laten bouwen, zijn we toch gemakkelijk een paar jaar verder vooraleer dat opgeleverd is’, merkt Heiremans op.

Van A to Z

Jan De Nul Group heeft al verschillende offshorewindmolenprojecten achter de rug, maar dit is de eerste keer dat het bedrijf op volle zee alles van A tot Z voor zijn rekening neemt. Toch is er geen sprake van nervositeit, zegt De Roeck. ‘We zijn ontstaan uit een civiele contractor en hebben veel expertise in bagger-, bouw- en milieutechnieken opgebouwd met een groeiende ervaring in offshoreactiviteiten. De heavy lift-operaties op zee die we daar nu aan toevoegen zijn een logisch vervolg op wat we al deden, zoals kabels leggen en steenbestorting.’

Heiremans wijst er ook op dat Jan De Nul Group al heel wat ervaring heeft opgedaan met andere totaalprojecten, zoals het ontwerp, de financiering, de aanleg en het dertig jaar durende onderhoud van de nieuwe snelweg A11 tussen Brugge en Westkapelle. ‘Dat schrikt ons helemaal niet af, hoewel het toch om een contract van meer dan 580 miljoen euro gaat.’ ‘Het is voor ons niets nieuws om iets nieuws te doen’, benadrukt hij. ‘Het is gewoon een extra tak die er bijkomt. Drie jaar geleden begonnen we met onze eerste kabels te leggen, vandaag is dat al de normaalste zaak ter wereld. Het kan soms heel snel gaan.’

Als de werken, die in april starten, succesvol afgerond zijn in de loop van 2017, zullen de windmolens van Nobelwind groene stroom leveren aan bijna 200.000 gezinnen. Tegen dan heeft de Vidar waarschijnlijk al ander werk. ‘We bekijken op dit ogenblik verschillende projecten waar grote funderingen en zware gewichten aan te pas komen’, aldus De Roeck.

‘Pimp my vessel.’ Nee, het is geen tvprogramma, maar het vat wel met een knipoog samen hoe Jan De Nul Group zijn schepen voor meerdere activiteiten kan inzetten.

Is de Vidar nu een multipurpose-schip of niet? Nic De Roeck en Carl Heiremans antwoorden aanvankelijk eensgezind: nee. Tot ze opsommen wat de zeereus allemaal doet. Dat blijkt niet min: het schip kan op grote diepte windmolens bouwen, onderhouden en op het eind ook afbreken. Het kan vergane schepen bergen, componenten op olie- en gasplatformen takelen en die offshore platformen ontmantelen. ‘Misschien is het toch wel multipurpose’, lachen beide heren. Een groot voordeel van zo’n multipurposeschip is dat, doordat een en hetzelfde schip deze diensten kan aanbieden, er geen tweede of derde schip gemobiliseerd moet worden. ‘In de ontwerpfase van een schip starten we met één functie, en dan kijken we wat we nog allemaal kunnen toevoegen zonder dat het meer moet kosten’, legt Heiremans de werkwijze uit. Hij geeft het voorbeeld van het schip Willem de Vlamingh, dat in zijn eerste drie jaar drie verschillende uitrustingen had.

 ‘Het is gestart als een steenstorter, was daarna een valpijpschip en ten slotte een kabellegschip.’ Als er iets bijgebouwd moet worden, gaat een schip naar de scheepswerf. ‘Dat kan aan de kaaimuren gebeuren en moet dus niet in het droogdok’, verduidelijkt Heiremans. ‘Bekijk het als een naakt schip met een dek waar we tools kunnen opzetten zodat het multifunctioneel is. Het duurt bijvoorbeeld één à twee weken om een schip om te bouwen van een steenstorter naar een kabellegger. Het lijkt wel op een groot meccanopakket.’ Er ligt nog heel wat werk in het verschiet voor multipurpose-schepen, geeft Heiremans aan.

‘Buiten die windmolenparken zien we offshore nog nieuwe markten. Met schepen die een speciale offshorekraan hebben, kunnen we bijvoorbeeld op grote diepte met veel precisie betonnen matrassen plaatsen die de fundering van grote olieplatformen beschermen.’

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.