Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

Noem ons gerust nomaden die de wereld rondbaggeren

©Jan De Nul Group

De baggerreus Jan De Nul Group liet de consolidatiegolf in zijn sector aan zijn neus voorbijgaan, en baggerde zich op eigen kracht naar de wereldtop. ‘Wij zijn begenadigd met een slecht karakter.’

‘Toen ik hier in 1973 begon, waren er in Europa 28 baggerbedrijven’, zegt Jan Pieter De Nul, CEO van baggergroep Jan De Nul. ‘Eén daarvan is failliet gegaan, de vier die vandaag nog bestaan, zijn het resultaat van 27 andere die onderweg zijn gefuseerd of overgenomen.’ Daardoor blijven er in België maar twee baggerbedrijven over: Jan De Nul en zijn Antwerpse concurrent DEME. Maar in tegenstelling tot die laatste is Jan De Nul helemaal organisch uitgegroeid tot een wereldspeler. Zonder overnames of fusies dus.

‘We hebben altijd alles op eigen kracht gedaan’, benadrukt de CEO. ‘Een overname in bijvoorbeeld Nederland was mogelijk geweest, maar dan bots je toch op juridische en culturele problemen.’

‘Het geeft ook het voordeel dat je functioneel geen dubbele vloot krijgt’, vult financieel directeur Paul Lievens aan. ‘Bij een fusie tussen gelijken verdubbelt het aantal schepen en werknemers. Maar voor sommige types schepen is één groep genoeg, en dan zit je er toch plots met twee. Wij laten onze schepen liever op maat van de evolutie van de markt maken, dat is veel gerichter en efficiënter.’

‘Bij overnames in onze sector wordt altijd verkondigd dat 1+1 gelijk is aan 2,5’, zegt Jan Pieter De Nul. ‘Maar in de realiteit komen ze meestal uit op pakweg 1,7. Dan spreek je dus over waardevernietiging. Bovendien ontstaat zo de perfecte voedingsbodem voor conflicten. Wat wil je ook? De werknemers van bedrijven die twintig jaar lang tegen elkaar hebben gevochten, moeten plots allemaal aan hetzelfde zeel trekken.’

Ook in de rest van Europa vond de voorbije decennia een consolidatiegolf plaats. Dat zorgt ervoor dat Jan De Nul niet zomaar een Nederlandse concurrent zoals Van Oord of Boskalis kan overnemen, als het bedrijf dat al zou willen. Europa zou daar bezwaar tegen aantekenen vanwege de mededingingsregels.

Hit and run

Het gros van de klussen die Jan De Nul binnenhaalt zijn zogenoemde ‘hit and run’-projecten die over de hele wereld verspreid zijn. ‘Beschouw ons gerust als nomaden die voortdurend rondtrekken’, zegt Lievens lachend. Die grote, eenmalige contracten verklaren meteen ook waarom de sector zo conjunctuurgevoelig is. Er zijn wel enkele langetermijninkomsten zoals het 26-jarige concessie en onderhoudscontract voor de Argentijnse rivieren Río Paraná en Río de la Plata, maar dat zijn eerder uitzonderingen. De activiteiten die het meest in het oog springen bij het grote publiek zijn de bagger- en landwinningsprojecten, die ruim 60 procent van de omzet vertegenwoordigen.

Die gaan van de aanleg en het onderhoud van havens over de verdieping van kanalen, landwinning en bescherming van stranden tot het baggeren van rots of zandbanken in volle zee. Bovendien is Jan De Nul zich de laatste jaren gaan diversifiëren en positioneren in gespecialiseerde offshorediensten, inclusief windturbineparken, goed voor 15 procent van het jaarlijkse omzetcijfer. Met zulke zaken heeft de groep al meer dan zestig jaar ervaring.

Toch gaan zijn roots verder terug. De eerste aannemer, Cornelis De Nul (°1790), begon in 1823 met een schrijnwerkerij. Jan De Nul was overigens de eerste in de familie die als burgerlijk ingenieur afstudeerde en die het familiebedrijf in 1938 structuur gaf als aannemer van civiele werken. Die bouwkunde is vandaag goed voor een vijfde van de omzet. Meer dan de helft zijn Belgische projecten. Het helpt niet dat de regelgeving en het burgerprotest tegen grootschalige projecten met de jaren alleen maar is toegenomen, zucht Jan Pieter De Nul. ‘Neem nu de Oosterweel - verbinding.

Er is ondertussen al 300 miljoen euro uitgegeven aan allerhande studies over hoe we de ring rond Antwerpen moeten sluiten, maar er liggen nog geen twee stenen op elkaar. Soms denk ik dat er een exces aan democratie is. Er is zeker te veel bureaucratie. Ik ben niet tegen ambtenaren, maar er zijn er gewoon te veel.’ ‘Mensen vergeten dat er ook een kostprijs hangt aan het níet bouwen van infrastructuur’, sakkert De Nul. ‘Die gevolgen voelen ook wij. We kunnen amper mensen uit Antwerpen of uit het Mechelse overtuigen om in Aalst te komen werken. De verkeersproblemen op dat traject zijn verschrikkelijk.’

Volgende generatie

Hij mag er zich dan wel over opwinden, het wordt toch de volgende generatie die daar moet mee om gaan. ‘Ik ben 67, mijn pensioenleeftijd komt in zicht’, lacht De Nul. ‘Ik heb te veel bedrijven gezien waar de baas te lang gebleven is. Dat zal mij niet overkomen. Het zal hier met andere woorden geen oudmannekeskot worden. Hoe motiveer je anders de jonge generatie om hier te komen werken?’ Met Julie (32) en Pieter Jan (30) De Nul is de opvolging in elk geval verzekerd. Het is opmerkelijk dat in dit familiebedrijf geen derdegeneratieproblematiek bestaat, waarbij de takken van de stamboom zo ver uitgewaaierd zijn dat er onenigheid woekert.

‘Wij zijn begenadigd met een slecht karakter’, ginnegapt Jan Pieter De Nul. ‘Gezien de ouderdom van het bedrijf zouden er minstens dertig aandeelhouders moeten zijn. Maar mijn grootvader is in minder vriendelijke omstandigheden gescheiden van zijn broer, en ook mijn vader en zijn broer zijn hun eigen weg gegaan.’ Daar stopt de onenigheid wel. Jan Pieter is samen met zijn jongere broer Dirk nog altijd de enige aandeelhouder van de baggergroep. Maar aangezien alleen de CEO kinderen heeft, is er slechts één vertakking naar de volgende generatie.

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.