Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Standaardopdrachten zijn met uitsterven bedreigd'

©Jan De Nul Group

‘Werken op maat van de klant is nog de enige manier om te groeien’, zegt Mieke Fordeyn, directeur internationale divisie bij Jan De Nul Group.

‘De wereldwijde baggermarkt is de laatste jaren stabiel gebleven, daar is dus geen grote groei meer weggelegd voor ons’, zegt Mieke Fordeyn, die zich bij aannemersbedrijf Jan De Nul Group toelegt op de internationale activiteiten. ‘In China bijvoorbeeld komt er wel veel baggerwerk bij, maar daar worden niet-Chinese bedrijven meestal geweerd.’

Omdat stilstaan achteruitgaan is, gaat er steeds meer aandacht naar andere segmenten waar wel nog veel groeikansen liggen. Fordeyn denkt dan vooral aan de offshoredivisie. ‘Het is een nieuwe markt, waar het niet gemakkelijk is om door te breken. Toch doen we het uitstekend. Van de 2 miljard euro omzet per jaar die de groep boekt, komt nu al 330 miljoen euro uit die bedrijfstak.’

Zowat 85 procent van de omzet van Jan De Nul ligt buiten België. Dat helpt de wereldspeler om de conjunctuurcyclus uit te vlakken. Want er zijn altijd wel ergens in de wereld regio’s waar het economisch voor de wind gaat. Ook al waren die na het uitbreken van de financieel-economische crisis in 2008 zeldzaam. ‘We hebben toen gezien dat veel van onze klanten grote projecten op de lange baan schoven of maar gedeeltelijk uitvoerden’, zegt Fordeyn. ‘Gelukkig nam de private sector een deel van die werken over, en er waren ook andere opdrachten zoals in de hernieuwbare energie.’

Jan De Nul Group heeft zich de laatste jaren sterk geprofileerd in offshore-energieprojecten. ‘Vroeger splitsten de energiebedrijven die projecten in deelopdrachten op en zorgden ze voor de coördinatie tussen de verschillende uitvoerende bedrijven. Dit gaf dikwijls aanleiding tot conflicten tussen de verschillende aannemers. Managen van dergelijke projecten was niet de grote expertise van die bedrijven’, legt Fordeyn uit. ‘Ze kennen natuurlijk wel alles van energie, maar er komt zoveel meer kijken bij offshoreprojecten. Het is dus niet zo verwonderlijk dat die activiteit steeds meer verschoven is in de richting van groepen als Jan De Nul die alles kunnen doen, dus zowel grondverzet, kabels leggen, stenen storten, funderingen en palen installeren, enzovoort. Wij kunnen die energiebedrijven als onze klant een totaalplaatje aanbieden.’

Veeleisende klanten

Fordeyn is al 22 jaar in dienst van Jan De Nul Group en heeft onder meer projecten in Singapore en Dubai achter haar naam staan. Ze zag de markt voor bagger- en bouwwerkzaamheden in die periode flink veranderen. ‘Werden we vroeger ingeschakeld op rechttoe rechtaan verdiepings- of onderhoudsbaggerwerken, dan is vandaag bijna geen enkel project nog eenvoudig te noemen. De trend naar totaaloplossingen voor energieprojecten zien we nu ook meer en meer terugkeren in andere projecten.

Dat heeft ook gevolgen voor de manier waarop Jan De Nul werkt, legt ze uit. ‘Vroeger kreeg je bijvoorbeeld de vraag van een klant om een bepaalde hoeveelheid zand op te spuiten, je gaf je prijs, en klaar. Nu zijn die opdrachten complexer geworden, en de klanten veeleisender. Er moet bijvoorbeeld niet alleen gebaggerd worden, maar er moet ook een kaaimuur bij. Of wij moeten hen helpen om de financiering van hun project rond te krijgen.’

Ook de aard van de contracten is in die periode veranderd. Zo hebben de zogenoemde ‘design and build’-projecten sterk aan populariteit gewonnen: zeg maar ‘sleutel-op-de-deur’ projecten, waarbij Jan De Nul zowel het ontwerp, de uitvoering, en vaak ook financiering en nazorg op zich neemt. Een actueel voorbeeld hiervan is de aanleg van de A11-verbindingsweg tussen Knokke-Heist en Brugge, het grootste DBFM wegenisproject (Design-Build-Finance-Maintain) tot nog toe in Vlaanderen.

Fordeyn verwacht dat die trend van maatwerk gekoppeld aan een vaste prijs zal toenemen. ‘Het is de enige manier om nog te groeien.’

Dat biedt dus veel kansen, maar is de schaduwkant niet dat de baggeraar moet leven met meer onzekerheid door het wegdeemsteren van standaardcontracten? Bij ‘sleutel-op-de-deur’-projecten kan hij de kostprijs van onverwachte uitgaven bijvoorbeeld niet doorrekenen aan de klant. Op werkzaamheden die in de honderden miljoenen euro’s lopen, kan dat voor een stevige financiële kater zorgen.

Fordeyn nuanceert dat gevaar. ‘Tijdens de voorbereidingsfase analyseren onze studiedienst en onze regiomanagers alle mogelijke risico’s en daar houden we dan rekening mee bij de offerte. Daardoor komen echt grote verrassingen zelden voor. Het kan natuurlijk dat bij de uitvoering een probleem opduikt met de lokale wetgeving, waardoor we bijvoorbeeld plots bepaalde invoerheffingen moeten betalen. Het is onmogelijk om alles perfect te voorspellen, dat is nu eenmaal eigen aan het leven van een aannemer.’

Dromen

De klanten mogen dan veeleisender geworden zijn, Jan De Nul Group kan ook meer veeleisende taken aan. ‘Dankzij nieuwe, technologisch geavanceerde schepen kunnen we vandaag projecten realiseren waar we voorheen niet van durfden te dromen’, zegt Fordeyn, die zelf bouwkundig ingenieur is. ‘Een project zoals de aanleg van het nieuwe Suezkanaal in Egypte hadden we vroeger nooit in die termijn kunnen realiseren. Mede dankzij onze moderne snijkopzuigers zullen we eind juli die werkzaamheden in minder dan een jaar tijd afgerond hebben.’

Bagger- en bouwonderneming Jan De Nul Group durft nieuwe concepten uit te denken waarmee het later het verschil kan maken. Gesteld dat politici geen spaken in de wielen steken.

Het is een opmerkelijk zinnetje uit het voorwoord van het jaarverslag: ‘We kunnen nu zelf een aanbod creëren, een antwoord bieden op vragen die nooit eerder werden gesteld.’

Kan Mieke Fordeyn, directeur van de internationale divisie, misschien een tip van de sluier oplichten? ‘We zien dat beheerders van kustgebieden moeilijkheden ondervinden de kustverdediging op peil te brengen en te houden. Daarom zijn we op zoek gegaan naar technische en financiële oplossingen om de zorg voor de kustverdediging gedurende 15 tot 20 jaar over te nemen. We baseren ons daarvoor op analyses van stormen, het rijzen van de zeespiegel en klimaatveranderingen. We meten strandafslag en maken wiskundige modellen om de kosten te ramen. En waarom zouden we er dan ook niet meteen een recreatief en milieuaspect aan toevoegen, zoals een vogelreservaat?’

Er zijn nog voorbeelden van de creatieve en innovatieve manier waarop bij Jan De Nul vooruit gedacht wordt. Neem het energieatol dat in de Noordzee moet verschijnen en tot 2.000 megawattuur aan overtollige energie kan opslaan. Het ziet er uit als een reuzengrote donut met in het midden een dertig meter diepe waterput, waarin grote onderwatergeneratoren worden geïnstalleerd. Bij energieoverschot wordt het bassin leeggepompt, bij een tekort genereert het instromende zeewater elektriciteit.

Maar de politieke onzekerheid weegt op de realisatie van het project. Zo werd de bouw van de 'energiedonut' vorig jaar positief onthaald door de overheid, maar blijft ze de beslissing over de verlening van een concessie wel uitstellen. ‘Tja, dat heb je nu eenmaal in een democratie’, zegt Fordeyn luchtig. ‘Wij hebben het niet alleen voor het zeggen, ook al zijn we er van overtuigd dat het de juiste oplossing is.’ Ze laat er haar slaap in elk geval niet voor. ‘We hebben voorlopig geen gebrek aan nieuwe ideeën om uit te werken.’

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.