Wereldspelers
 © Etex 2015
1 Leestijd

‘Het einde van de magie is zeker nog niet in zicht'

Onder de verantwoordelijkheid van
Etex

‘We zijn hier “veroordeeld” tot het hoekje van de meerwaarde’, zegt Wim Messiaen, Managing Director van het Indonesische dochterbedrijf van Etex. Door de snel groeiende middenklasse, neemt de vraag naar vezelcement- en gipsplaten exponentieel toe.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Wim Messiaen zit al drie jaar in Indonesië, een land met ruim 253 miljoen inwoners, en héél veel infrastructuurbehoeftes. Eternit Gresik, de naam van de lokale Etex-dochter, is er al actief sinds 1972. ‘Maar pas in de laatste acht jaar zijn we exponentieel gegroeid’, zegt de Managing Director. Dat heeft veel te maken met het politieke klimaat. Pas in 1999 vonden de eerste vrije verkiezingen plaats en startten de constitutionele hervormingen. Voordien was Indonesië immers een dictatuur, wat de economische ontwikkeling stremde. In de voorbije jaren heeft Etex niet alleen zijn bestaande fabriek in Gresik gemoderniseerd, het opende enkele weken geleden en goed duizend kilometer verderop in Karawang, in de buurt van Jakarta, een tweede fabriek. Het einde is zeker nog niet in zicht, zegt Messiaen.

‘Er is hier nog veel magie mogelijk. We zitten bijvoorbeeld nog niet in Sumatra, een eiland ten westen van Java dat 14 keer groter is dan België. Het is moeilijk om onze producten daar naartoe te sturen, omdat ze lijden onder het transport over slechte wegen. Onze industriële voetafdruk zou ook te groot worden.’

 © Etex 2015 © Etex 2015
Middenklasse

‘Wij produceren hier vooral voor de middenklasse, min of meer hetzelfde als wat we in de rest van de wereld verkopen, zoals bouwplaten voor partitiewanden en plafonds’, zegt Messiaen. ‘Vroeger gebruikten de mensen hier plywood, zeg maar houtlaminaat. Door de ontbossing is dat in de voorbije jaren een stuk duurder geworden, en schakelen mensen over op vezelcementplaten. Die zijn duurzaam, bestand tegen het vochtige en warme klimaat, behouden hun kleur en zijn ongevoelig voor termieten.’ De focus op de middenklasse heeft een eenvoudige reden. ‘We bieden technisch complexere en dus ook duurdere producten aan’, legt de Managing Director uit. ‘Dat maakt dat wij “veroordeeld” zijn tot het hoekje van de meerwaarde. Maar die middenklasse groeit wel snel aan.’

In april dit jaar opende Etex zijn nieuwe gipskartonfabriek op een veertigtal kilometer van de Peruaanse hoofdstad Lima. De investering van 22 miljoen euro viel samen met de 75ste verjaardag van dochterbedrijf Eternit Peru. De fabriek zal jaarlijks 12 miljoen vierkante meter gipsplaten produceren.

Om dat even te vertalen: dat is elf keer de oppervlakte van het Vorstendom Monaco. De Peruaanse markt groeit jaarlijks met 21 procent. Naast vezelcementplaten verkoopt Eternit Peru sinds 1998 ook lichtgewicht- en droogbouw-oplossingen aan de lokale markt, en in toenemende mate aan de rest van Latijns- Amerika. Etex werkt samen met de internationale ngo Selavip, die al veertig jaar huisvestingsprojecten financiert voor arme gezinnen in Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Etex schenkt bouwmaterialen, deelt zijn expertise en helpt bouwen. Zo gaf dochterbedrijf Skinco Colombia in 2013 bouwmaterialen aan Selavip om de dakbedekking van 182 opvangcentra met 908 inwoners te verbeteren. Datzelfde jaar sloeg Fábrica Peruana Eternit de handen in elkaar met Selavip en de plaatselijke ngo Desco om in Lima dertig huizen te bouwen voor alleenstaande moeders. Ook dit jaar nam Etex zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zo schonk het via zijn bedrijven in Nigeria en Indonesië bouwmaterialen en gaf het advies om woonprojecten voor de armsten der armen te helpen realiseren.

Advertentie

Advertentie