Wereldspelers
 © Frank Toussaint
4 Leestijd

‘We gaan een uitdaging nooit uit de weg'

Onder de verantwoordelijkheid van
Etex

Al 110 jaar lang produceert en verdeelt Etex bouwmaterialen. Het is daarbij meegegaan met zijn tijd, maar bleef in één opzicht lekker ouderwets. ‘Onze klanten waarderen onze standvastigheid.’

Advertentie

Advertentie

Advertentie

‘Zoals ik ooit in een interview zei: wij zijn sluipschutters die onze niches kiezen, en daarin wereldtop zijn.’ Het is Paul Van Oyen vergeven dat hij zich vergist. Het krantenarchief leert namelijk dat de CEO toen de term ‘scherpschutter’ gebruikte om de strategie van Etex te omschrijven. Het verschil? Een sluipschutter stelt zich verdekt op, terwijl de bouwmaterialengroep net voor het voetlicht wil treden. ‘We zijn een veel gesofisticeerder bedrijf dan de meeste mensen denken. Onze grondstoffen zijn niet alleen gips, cement, zand, klei en keramiek, maar ook kennis en innovatie.’ Vandaag is Etex op vier domeinen actief: gevelbekleding en bouwplaten in vezelcement en gips, dakbedekking, brandbeveiliging en isolatie, en keramische vloer- en wandtegels.

‘Wij dragen bij aan de realisatie van dromen’, zegt Van Oyen. ‘Dat is nergens duidelijker dan in de sloppenwijken van opkomende landen. Daar begint de droom van een eigen huis met een plastic zeil, daarna komt er een steviger dak van vezelcement of metaal en dan muren, de volgende stap is een deur, en dan een raam.’

Urbanisatie

Van de eenvoudigste bouwsels tot luxehotels, overal ter wereld hebben bouwmaterialen een gegarandeerde vraag, merkt hij op. Die neemt door demografische evoluties wel andere vormen aan. Zo ziet Van Oyen een toenemende vraag om steden aantrekkelijker en dynamischer te maken.

‘Daar kunnen wij nog heel wat betekenen, zowel technisch als esthetisch. Urbanisatie, en de toenemende hoogbouw die ermee gepaard gaat, is zeker geen exclusief gegeven voor opkomende landen als China en India. Tien jaar geleden was in Duitsland 72 procent van alle daken residentieel, vandaag is dat nog maar 48 procent. Sommige van onze toepassingen varen daar wel bij, andere niet. Meer hoogbouw betekent bijvoorbeeld minder vraag naar dakbedekking voor hellende daken en meer mogelijkheden voor onze droogbouwoplossingen met gipskarton en vezelcement.’

Internationale expansie

Een bedrijf dat 110 jaar bestaat moet zich kunnen aanpassen aan een wereld in verandering. De eerste vijftig jaar van Etex stonden in het teken van de internationale expansie met de productie van vlakke platen uit vezelversterkt cement. Oprichter Alphonse Emsens had daarvoor een licentie op zak van de Oostenrijkse industrieel Ludwig Hatschek. In de jaren 1930 breidde het toenmalige Eternit uit in Europa en trok het naar Latijns-Amerika, rond 1950 kwamen daar twee continenten bij met Afrika (Congo) en Azië (Filipijnen). Toen was de tijd gekomen voor een verruiming van het productgamma. In de daaropvolgende decennia breidde het huidige Etex zijn portfolio uit via de overname van het Duitse Promat in 1981 met passieve brandbeveiliging en hoogperformante isolatie. Twaalf jaar later volgden keramische tegels voor vloeren en muren in Latijns-Amerika. De laatste grote overname dateert van 2011, toen Etex met Siniat de gipskartontak van Lafarge overnam voor 1 miljard euro.

Wij kiezen onze niches, en zijn daarin wereldtop.
Paul Van Oyen CEO Etex

‘Er was een tijd waar we als internationale groep conjunctureel de bluts met de buil konden nemen’, legt Van Oyen uit. ‘Het ging dan bijvoorbeeld niet goed met onze activiteiten in Chili, maar wel met die in Ierland. Vandaag is de conjunctuur veel mondialer geworden. Het gaat niet goed in de wereld, punt aan de lijn.’ De CEO blijft er nuchter bij en houdt de blik op de lange termijn. ‘Soms zitten de omstandigheden mee, soms zitten ze tegen. Maar we lopen nooit weg van onze klanten en onze uitdagingen. En onze klanten appreciëren die stabiliteit en standvastigheid enorm. In een vluchtige, volatiele wereld heeft dat nog altijd waarde.’

Abnormaal klein

Etex beroept zich waar mogelijk op lokaal management, en geeft dat ook veel autonomie en verantwoordelijkheid. ‘Kijk maar eens rond’, glimlacht Van Oyen. ‘Ons hoofdkantoor hier in Sint-Pieters-Woluwe is abnormaal klein. Ik denk niet dat we de complexe wereld van vandaag kunnen oplossen met centralisatie en moeilijke beslissingsprocessen. We blijven een vlakke organisatie met een grote wendbaarheid en korte beslissingskanalen. Wij spreken liever over laterale waarde dan centrale waarde.’

De nieuwe 21ste-eeuwse definitie van ondernemerschap zit voor een industriële groep als Etex niet meer in verplichte gedeelde boekhouding, IT of productietechnologie, meent Van Oyen. ‘We moeten onze bedrijven zover krijgen dat ze zelf hongeren naar nieuwe waarde. Dat betekent een goede balans vinden tussen de diensten die je centraal aanlevert, en wat je lokaal zoekt en vindt. De behoeftes van de Argentijnse favella’s zal ik niet in ons onderzoekscentrum in Avignon vinden.’ Hoe gebeurt dat dan wel? ‘Het is onze taak als groep om mensen samen te brengen, best practices uit te wisselen en innovaties uit te rollen’, besluit Van Oyen. ‘Dat betekent veel reizen, werkgroepen en meetings. Maar de uitkomst is heel waardevol.’

In de 20ste eeuw werd asbest rijkelijk gebruikt. Het is goed bestand tegen mechanische en chemische krachten, het is vuurbestendig, isoleert uitstekend en is goedkoop. Maar het is ook kankerverwekkend. In de jaren 1950 en 1960 werd ongeveer een vierde van alle mannen in Europese steden tijdens hun werk blootgesteld aan asbest. Bij Etex gebeurde dat via de producten van de dochterbedrijven van Eternit. In 2002 hebben zij wereldwijd asbest gebannen uit hun productieprocessen. ‘We kunnen het verleden niet ongedaan maken, maar we kunnen er wel zo goed mogelijk mee omgaan’, zegt Etex-CEO Paul Van Oyen.

‘Daarvoor hebben we een duidelijk beleid ingevoerd met een vergoeding voor slachtoffers, het beheer van stortplaatsen en het vermijden van blootstelling, en de ondersteuning van medisch en wetenschappelijk onderzoek naar asbest-gerelateerde ziekten.’ Etex schonk al 3 miljoen euro aan Stichting tegen Kanker, de komende vier jaar komt daar nog eens 3 miljoen euro bij. Van Oyen betreurt dat asbest nog niet tot het verleden behoort. ‘Er zijn nog veel meer landen die asbest verwerken dan landen die dat niet meer doen. Bij die eerste groep zitten trouwens grote markten als Brazilië, India, Rusland en Canada.’

Advertentie

Advertentie