Wereldspelers
CEO Francis Kint en Uitvoerend Voorzitter
Hein Deprez. ‘Ik geloof niet in de doemberichten dat retailers zullen verdwijnen.’ © Emy Elleboog
5 Leestijd

‘Duurzame voeding gaat van mond naar grond, niet omgekeerd'

Onder de verantwoordelijkheid van
Greenyard

‘We moeten telen wat de consument wil, in plaats van wat we geteeld hebben door de keten te duwen.’ Dat is in één zin de paradigmashift die Univeg met verve verkondigt.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

‘Dus groenten en fruit gaan de wereld redden?’ Hein Deprez moet lachen met de vraag. ‘Dat denk ik wel, ja. Maar maak daar nu niet de titel van, want het klinkt een beetje pretentieus.’ De vraag kwam er nochtans na een nuchtere argumentatie van de voorzitter van Univeg. ‘We moeten de hele wereld blijven voeden, en dat met een bevolking die naar de negen miljard gaat. De enige manier waarop dat duurzaam, gezond en betaalbaar kan, is met meer consumptie van groenten en fruit. De productie per hectare is enorm, en vraagt weinig middelen.’

Ook CEO Francis Kint stipt de ecologische voordelen aan. ‘Groenten en fruit zijn het gezondste product dat je kunt eten. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de planeet. Om een kilo appels te produceren heb je 500 liter water nodig. Voor een kilo vlees is dat 15.000 liter water. Dat is een enorm verschil in ecologische voetafdruk.’

Wat doet Univeg zelf om zo duurzaam mogelijk te produceren?

Kint: ‘Er wordt wel eens gezegd dat voeding gaat “van grond tot mond”. Wij draaien dat om, “van mond naar grond” dus. We moeten telen wat de consument wil, in plaats van wat we geteeld hebben door de keten te duwen. Zo verminderen we ook verspilling, omdat het aanbod beter aansluit op de vraag.’

Univeg noemt zichzelf een ‘verticaal geïntegreerde toeleverancier’. Wat betekent dat concreet?

Kint: ‘Dat wij de hele supply chainketen onder controle houden en die naadloos verbinden met die van onze retailklanten en dit in een context van een schommelend aanbod.’

Deprez: ‘We blijven partners in goede en slechte tijden.’

Wat houden die slechte tijden in? Als het economisch minder gaat?

Deprez: ‘De prijs van groenten en fruit heeft eigenlijk weinig tot niets te maken met de conjunctuur. Verse producten moet je snel verwerken en kwijt geraken. Je kunt niet lang wachten en hopen dat de prijs zal stijgen als je die te laag vindt.’ ‘Door goede relaties te onderhouden met onze afnemers, kunnen we schommelingen beter opvangen. Als er bijvoorbeeld een heel goede appeloogst is, kan een retailer helpen door promoties te doen en zo de interesse van de consument te vergroten. Kortetermijnrelaties daarentegen geven problemen. Dan word je snel gezien als een opportunist.’

Winkelkeuze

Waarin verschilt de samenwerking met supermarkten?

Kint: ‘Elke winkelketen heeft een andere strategie als het gaat om groenten en fruit. Geloof het of niet, maar het groente- en fruitschap is waarschijnlijk het belangrijkste segment voor een supermarkt. Mensen komen naar de winkel voor verse producten, dus het is een traffic builder.

Het is ook belangrijk voor het imago van de winkel. De locatie van een supermarkt mag dan wel het belangrijkste criterium zijn, de kwaliteit van groenten en fruit is de tweede prioriteit bij de winkelkeuze van consumenten.’ ‘En het is ook een heel winstgevend segment. Een bananenvak wordt al snel drie keer per dag gevuld. Berekend per vierkante meter haalt een winkel daar een grote marge op.’

Als alle grote winkelketens groenten en fruit aanbieden, waar zit dan het verschil?

Kint: ‘Elke dag moeten zij keuzes maken over variëteiten en afkomst. Blijven ze bijvoorbeeld lang in een Europees seizoen, of schakelen ze snel over op een overzees seizoen? In dat laatste geval bieden ze versere producten aan, maar die zijn dan wel iets duurder.’ ‘Het is onze kernmetier om in te spelen op dat veranderende aanbod. Bovendien wijzigt ook het consumptiegedrag voortdurend. Als het mooi weer is, willen mensen ander fruit dan wanneer het een rotzomer is. Mogelijkheden van differentiatie in het aanbod is misschien wel de grootste reden waarom dit schap zo belangrijk is.’

Is het aanbod van de beste producten het hele jaar door voorbehouden voor duurdere winkelketens?

Kint: ‘Eigenlijk niet. Ook harddiscounters mikken op kwaliteit. Het onderscheid zit in de keuze en de breedte van het assortiment en de beslissing van de origine van het product.’

Hoe speelt Univeg in op nieuwe smaken?

Kint: ‘We hebben teams van productexperts en agronomen die nadenken over het aanbod van de toekomst. Daarbij staat de consumptiebelevenis centraal. Vers fruit ontgoochelt nog te vaak. Dit is de achilleshiel van onze industrie. Diversiteit is rijkdom, maar de belevenis mag niet afwijken van de verwachting. Univeg zet een groot deel van zijn resources in op technologie, over de hele waardeketen, die die variaties uitschakelt.

Een voorbeeld? Neem nu de avocado, een vrucht die in Europa nog een gigantisch potentieel heeft. Een gemiddelde Amerikaan eet er jaarlijks bijna 2 kilo van, een Europeaan amper 300 gram. Het is een product met veel variëteiten. Wij schakelen meer en meer over op de zwarte Hassvariëteit die beter voor te rijpen is en harder is van schaal. Zo garandeer je een gepaste rijpheid en geen vruchtletsels.’

Om bij dat voorbeeld te blijven: Univeg kan iets telen en leveren, maar het moet wel nog gekocht worden.

Kint: ‘Dat klopt. Maar als een grote retailer overstapt van een groene naar een donkere avocadovariëteit, gaat het plots heel hard, omdat het dan meteen om grote volumes gaat. Producenten die vroeg genoeg begonnen zijn met die donkere variëteit zitten dan gebeiteld.’

Kennispakket

Het concept van Univeg is heel succesvol. Waarom kopiëren uw concurrenten dat niet?

Deprez: ‘Ze proberen dat wel, maar het is niet eenvoudig. Wij hebben twintig jaar aan de weg getimmerd. Wie vandaag start, heeft ook zoveel tijd nodig. Je moet een generalist zijn, maar tegelijkertijd ook specialist van elk onderdeel. Bananen telen, verpakken, vervoeren, voorrijpen,... dat gaat anders dan bij tafeldruiven. Dat pakket van kennis stel je niet in een paar dagen tijd samen.’

Wat doet Univeg om zijn voorsprong te behouden?

Deprez: ‘We hebben twintig jaar lang het verschil gemaakt op de fysieke dimensie. Tastbare stromen dus, zoals producten verwerken en bewerken in fabrieken en die vervolgens transporteren. Nu ontwikkelen we nieuwe concepten om verschillende doelgroepen op maat te bedienen.’

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

Deprez: ‘Tweeverdieners met kinderen zijn op zoek naar andere producten dan zestigplussers die veel tijd hebben om in de keuken te experimenteren met minder voor de hand liggende producten. Via internet kunnen we die verschillende groepen bereiken. Zo kunnen ze bijvoorbeeld een groentepakket samenstellen en dat aan een afhaalpunt van een supermarkt ophalen. Die laatste blijft een essentiële schakel.

Het is niet de kabel van een internetprovider die onze producten bij de consument zal brengen. Ik geloof dus ook niet in de doemberichten dat retailers zullen verdwijnen. Het scherm van de iPad kan wel de etalage zijn, maar je ziet niet hoe het product er in werkelijkheid uitziet, je voelt of ruikt het niet. Daarvoor moet je nog altijd naar de winkel.’

Advertentie

Advertentie