‘Je moet geen mensen ontwortelen om duurzaam appelen te plukken'

©Univeg

Overzees fruit heeft niet altijd het beste imago. Het transport zou ecologisch onverantwoord zijn. Niet correct, klinkt het bij Univeg. ‘Het is net beter voor het milieu.’

Het begrip duurzaamheid kent verschillende interpretaties. Het gaat om verstandig omspringen met natuurlijke hulpbronnen zoals land en water, maar ook om maatschappelijk verantwoorde werkgelegenheid. Univeg streeft al die doelstellingen na. Ook bij het transport van groenten en fruit van de ene kant van de aardbol naar de andere. Dat doet op het eerste gezicht wenkbrauwen fronsen. Waarom moeten er appels uit Brazilië komen als we hier soortgelijk fruit telen? En hoe zit het met yuppies die ecologisch verantwoord willen zijn, maar tegelijkertijd het hele jaar door verse vruchten eten? Is dat geen paradox? Helemaal niet, zegt Univeg-voorzitter Hein Deprez.

‘Producten als bananen moeten van de andere kant van de wereld komen, omdat we hier niet de temperatuur voor bananenteelt hebben, dat is vanzelfsprekend. Maar het is een goede zaak dat ook producten die we hier telen ingevoerd worden. Want we hebben geen variëteiten of rassen die het hele jaar door houdbaar zijn. Neem de Pink Lady, een appelsoort die nu heel populair is. Die is maximaal zes maanden houdbaar. Omdat we die importeren, is de appel het hele jaar door verkrijgbaar.’ Geeft dat transport geen hoge ecologische voetafdruk? Ook op die vraag schudt Deprez het hoofd.

‘Integendeel, de impact op het milieu is veel lager. Appels opslaan in gekoelde ruimtes tot de nieuwe oogst er is, heeft een grotere voetafdruk dan ze in te voeren.’ Er zijn nog andere argumenten waarom die doorgedreven handel goed is, stipt de Univeg-voorzitter aan. ‘Consumenten kunnen genieten van echt vers fruit, wat toch bijdraagt aan hun levenskwaliteit. Daarnaast is het ook vanuit maatschappelijk standpunt voordelig. Je moet geen mensen ontwortelen en hiernaartoe halen om in het plukseizoen te werken, wat steevast tot politieke polemieken leidt. Je helpt elders laaggeschoolde mensen aan werk, en dat helpt de economische ontwikkeling van die landen vooruit.’

Glastuinbouw

België behoort tot het kransje van beste tuinbouwgebieden ter wereld, merkt Deprez op. ‘Ons klimaat is met dank aan de warme golfstroom ideaal. De grond is vruchtbaar, onze producenten hebben de juiste mentaliteit en er is een cultuur van intensieve teelt. Zo kunnen wij op de duurste grond ter wereld, met de duurste arbeid van dat type toch met iedereen concurreren. Kijk naar de diepvriessector. Acht Vlaamse bedrijven produceren 25 procent van alle diepvriesgroenten ter wereld.’ Glastuinbouw is de meest duurzame manier om gezond voedsel tegen een betaalbare prijs bij de consument te krijgen, benadrukt Deprez.

‘Tomaten bijvoorbeeld gaan na de oogst meteen in de eindverpakking, zonder bijkomende handelingen rechtstreeks van de serre naar de consument. Topkwaliteit op een ongelofelijk efficiënte manier.’ Maar de perceptie zit niet mee, zucht Deprez. ‘Als mensen “broeikasgas - effecten” horen op de radio denken ze dat de tomatenkweker onze natuur kapot maakt. Terwijl hij net massaal CO2 omvormt tot voeding van topkwaliteit. We halen nu al jaarlijks 700 ton tomaten per hectare, en gaan in de richting van de 1.000 ton.’

Misschien heeft het slechte imago wel te maken met de lage energie-efficiëntie. Alweer is Deprez er als de kippen bij om dat te ontkrachten.

‘De innovatieve voorlopers in de sector zijn netto-energieleveranciers. In de zomer is het bijvoorbeeld al mogelijk om overbodige warmte in serres op te vangen en in grondlagen op te slaan. In de winter kun je die dan via warmtepompen recupereren. Meer en meer maakt ook de glastuinbouw gebruik van de restwarmte van bedrijven in nabijgelegen industriezones.’