interview

‘De problemen van morgen zijn onze uitdagingen van vandaag'

©Frank Toussaint

Steeds meer zee zorgt voor steeds meer zorgen. Maar waar anderen gevaren zien, ziet DEME oplossingen en uitdagingen. ‘We mogen wel niet wachten tot het te laat is. Laat ons gewoon ons werk doen.’

‘Ruim 70 procent van het aardoppervlak bestaat uit water, je kunt daar alles vinden.’ Voor Alain Bernard is de zeebodem één grote professionele speeltuin. ‘De nieuwe grootste sluis ter wereld aan het Deurganckdok aan de Antwerpse linkeroever is volledig gebouwd met zand en grind uit de Noordzee’, illustreert de CEO van DEME. ‘Dat hebben wij gebaggerd, gewassen en naar hier gebracht. Er is dus geen steengroeve aan te pas gekomen.’

Zijn speeltuin wordt ook alleen maar groter. ‘Bij springtij ligt die steiger onder water’, zegt hij, wijzend naar het dok voor het hoofdkantoor van de baggeraar in Zwijndrecht. ‘Dat was nog niet het geval, toen ik hier 35 jaar geleden begon te werken.’ Net als CFO Els Verbraecken, die mee door het raam tuurt, ziet Bernard overal waar hij komt de gevolgen van de stijgende zeespiegel. Zo heeft DEME onlangs voor de derde keer de Malediven verhoogd. ‘Als we dat niet doen, dan bestaan die eilanden binnen dertig jaar niet meer.’ Maar het kan ook dichter bij huis, zo blijkt later tijdens het gesprek als Bernard waarschuwt dat met de huidige koers van de Vlaamse overheid vroeg of laat West-Vlaanderen onder water staat.

Excuseer?

Alain Bernard: ‘Ik heb het over de Vlaamse Baaien, een project dat de Vlaamse kust en het achterland moet beschermen tegen de stijgende zeespiegel. Aangezien de Vlaamse overheid geen ruimte vindt in haar begroting, blijft de uitwerking van dat plan achterwege. De administratie werkt dan maar met budgetten van 10 à 15 miljoen euro, waardoor er telkens slechts enkele kilometers strand kunnen beschermd worden. Op termijn is deze aanpak duur en onveilig. Kustbescherming moet best over een grote lengte ineens gebeuren door o.a. vooroeversuppleties. Dit is trouwens de Nederlandse aanpak.

Er moet toch een andere uitkomst mogelijk zijn?

Alain Bernard: ‘Er is een simpele oplossing: besteed dat soort werk uit aan de private sector!’

Blijft het probleem dan niet hetzelfde? Europa heeft bepaald dat de Vlaamse regering publiek-private samenwerkingen (PPS) helemaal in de begroting moet opnemen.

©Frank Toussaint

Alain Bernard: ‘Dat klopt niet helemaal. Het hangt er van af waar de risico’s liggen. Bij een PPS-constructie mogen die niet voor rekening van de overheid vallen. Terecht ook.’ ‘Als de regering een aanbesteding uitschrijft voor die kustverdediging voor een periode van twintig jaar bijvoorbeeld, dan nemen wij als aannemer voor de duur van dat contract onze verantwoordelijkheid en de overheid voert de controles uit.’  

U ergert zich duidelijk.

Alain Bernard: ‘Er gebeurt in België weinig in ons werkgebied. Welke grote projecten zijn er hier nu eigenlijk? Oosterweel? Komt niet van de grond. De uitbreiding van de haven van Zeebrugge? Ook niet, terwijl Rotterdam een mega-uitbreiding gedaan heeft met de nieuwe Maasvlakte. Het Sigmaplan (plan van de Vlaamse overheid om overstromingen te voorkomen, red) sleept al dertig jaar aan en nog altijd zijn er grote gebieden onbeschermd.’ Onze thuismarkt is uiteindelijk de basis van onze groei, innovatie en opleiding voor onze vele jongeren, en bovendien een visitekaartje.

Toch kon DEME voor de kust van Oostende het offshore windpark C-Power aanleggen.

Alain Bernard: ‘Omdat het belang ervan ingezien werd door o.a. Europa en we gesteund werden door vele partners. Die steun heb je niet altijd. Maar goed, ik wil benadrukken dat voor ons de balans in België en Vlaanderen nog altijd naar de goede kant overhelt.’

Ook voor de loonkosten?

‘2014 was voor ons het verhaal van de enorme schuldafbouw. Dankzij een samenloop van omstandigheden, waaronder het aflopen van een investeringsprogramma.’
Els Verbraecken
CFO DEME

Alain Bernard: ‘De kost van onze mensen op onze schepen is hoog, maar er is gelukkig door Europa een specifieke regeling uitgewerkt. De lidstaten kunnen in hun regelgeving voor maritieme bedrijven, de sociale lasten en de personenbelasting verlagen. Hierdoor kunnen wij de strijd aangaan met de lagere loonlanden zoals de Chinezen die onze grootste concurrenten worden. Als deze Europese steunmaatregelen ooit afgeschaft worden, dan komt onze toekomst in België in gevaar.’

Valt de geladen term ‘uitvlaggen’ dan in die gesprekken?

Alain Bernard: ‘Natuurlijk. Loonkosten zijn essentieel voor ons.’

Over kosten gesproken: DEME gaat er prat op dat het een groter milieubewustzijn heeft dan zijn Chinese concurrenten. Zorgt dat niet voor een concurrentiële handicap?

Els Verbraecken: ‘Veel van onze klanten kunnen het zich niet veroorloven om te werken met aannemers die geen aandacht besteden aan milieu en veiligheid. Grote olie-, gas- en energiebedrijven eisen de hoogste standaarden. Dat zijn opdrachten waarvoor de Chinezen niet in aanmerking komen. Daar hebben we dus net een voordeel.’

Wat met potentiële opdrachtgevers die weinig interesse hebben voor de mogelijke gevolgen voor milieu en veiligheid?

Els Verbraecken: ‘Bij elke aanvraag voor een kredietverzekering bij de Belgische openbare kredietverzekeraar Credendo (het vroegere Delcredere, red.) tekenen wij een verklaring dat we ons houden aan alle internationale richtlijnen. Daar komt onder meer een milieueffectenrapport bij kijken. Per definitie zijn wij daar dus mee bezig, of de klant ons dat nu oplegt of niet.’ Alain Bernard: ‘Het is zover gekomen dat de klant zich op dat gebied moet aanpassen aan ons in plaats van omgekeerd. Dat geldt ook voor veiligheid. Je ziet nergens mensen over onze werf lopen zonder hun volledige veiligheidsuitrusting zoals veiligheidsschoenen, veiligheidsbril,... .’

MANGAANKNOLLEN

De kansen liggen niet alleen op het zeeoppervlak, zoals windmolenparken en kunstmatige eilanden, maar ook op de zeebodem. Daarvoor moeten we even terug in de tijd, naar 1968. In dat jaar gaat in volle Koude Oorlog een nucleaire onderzeeër van de Sovjet-Unie verloren in de Stille Oceaan. De VS bouwen daarop een bergingsschip om de militaire geheimen op bijna 5 kilometer diepte te bemachtigen. Bij toeval is men tijdens deze bergingsoperatie gestoten op mangaanknollen, een soort ‘patatjes’ die tjokvol zitten met mineralen zoals nikkel, kobalt en andere zeldzame aardmetalen.

Bernard vertelt het allemaal met blinkende ogen, niet zozeer voor de bergingsoperatie – die geen groot succes was, aangezien de onderzeeër bij het ophalen in twee stukken brak en veel geheimen onherroepelijk naar de zeebodem zonken – maar wel vanwege hetgeen bij toeval ontdekt werd. Ruim veertig jaar later wil hij die mangaanknollen ‘oogsten’, samen met de Nederlandse scheepsbouwer IHC Merwede in de joint venture OceanflORE.

DEME-dochter Global Sea Mineral Resources (GSR) heeft een vijftienjarige concessie op zak voor de prospectie en exploratie van polymetallische patatjes op een gebied in de Stille Oceaan dat twee keer zo groot is als België. DEME ontwikkelt daarvoor een onderwaterrobot die op 4 kilometer diepte de mangaanknollen kan oogsten, dat door de eeuwen heen is gegroeid uit de afzetting van mineralen op stukjes tand of bot van vissen. Dat wordt vervolgens via speciale pijpleidingen opgezogen door grote schepen.

Het project is niet zonder tegenstanders. Onder meer Greenpeace verzet er zich heftig tegen.

Alain Bernard: ‘Dat klopt. Zij denken dat wij - net zoals de vissers met hun sleepnetten - de zeebodem gaan omwoelen en zo het leven daar verstoren. Maar wij woelen die bodem niet om, we stofzuigen die knollen op. Dat is bovendien veel veiliger en milieuvriendelijker dan een steengroeve openen in Papoea-Nieuw-Guinea of Afrika. Daar moet je bossen of oerwouden omhakken, enorme onteigeningen doen en mensen kilometers diep in een gat laten afdalen om te zoeken naar wat koper of mangaan.’

Is het toeval dat een Belgisch bedrijf hierin pioniert?

Alain Bernard: ‘Eigenlijk niet. Er is in dit land ongelofelijk veel knowhow. De universiteiten van Luik, Leuven en Gent hebben uitzonderlijk knappe geologen en metallurgisten, en we hebben de beste kabelmakers ter wereld. Bekaert bijvoorbeeld maakt de sterkste staalkoorden. Maar als een kabel te lang wordt, gaat hij kapot door zijn eigen gewicht. Wel, Sioen en Bexco, hebben ongelofelijk sterke textielkabels gemaakt die kilometers lang kunnen zijn. Allemaal wereldtop, maar weinig mensen weten dat.’

Er is vanuit Europa veel interesse voor alles wat op en onder de waterspiegel gebeurt. Zo steunt de Europese Unie volop blauwe energie, een van jullie veelbelovende activiteiten.

Alain Bernard: ‘De EU voert 53 procent van zijn energiebehoefte in, dat kost zowat 400 miljard euro per jaar (ongeveer de omvang van de Belgische economie, red.). Om de energieonafhankelijkheid te vergroten, geeft Europa enorm veel onderzoeksgeld uit voor de ‘blue economy’. De Europese Commissie mikt op 30 procent hernieuwbare energie tegen 2030. Dat is nog altijd niet veel, maar chapeau als we het bereiken.’

Getijden- en golfenergie staan toch nog in hun kinderschoenen? Mogen we daar veel van verwachten?

Alain Bernard: ‘Vijftien jaar geleden hebben we hier in dit kantoor voor het eerst gepraat over de mogelijkheid van windmolens op zee. Ondertussen staan er verschillende windparken voor onze kust. Het kan snel gaan.’

GEEN MULTINATIONAL

DEME is actief in meer dan 50 landen. Toch vindt u het een belediging als iemand uw bedrijf een multinational noemt.

Alain Bernard: ‘Dat is toch zo, Els?’ Els Verbraecken: ‘Absoluut. Onze manier van werken is helemaal anders dan bij een multinational. Het zit in de mentaliteit. Wij willen geen twintig niveaus doorlopen om een goede beslissing te nemen, maar wel de flexibiliteit hebben om snel en dagelijks op de gang van zaken in te spelen. Elk schip is een kmo van 100 tot 200 miljoen.’

Toch zeker als het over financiering gaat, zijn jullie geen kmo. Begin 2013 gaf DEME voor het eerst een obligatie uit en haalde daarmee 200 miljoen euro op. Waarom was dat nodig?

Els Verbraecken: ‘We vonden dat we te afhankelijk waren van bankfinanciering. Als er zich een financiële crisis aandient, kun je in de problemen komen. Door obligaties uit te geven, spreiden we net onze financieringsbronnen. Als het fout zou lopen met de banken, dan kent het grote publiek ons al.’

U werkt ook niet met bankensyndicaten om schepen aan te kopen. Waarom niet?

Els Verbraecken: ‘Ons bedrijf is financieel gezond en dus kunnen we de banken tegen elkaar uitspelen voor de beste prijs. Als je met een syndicaat van vijf of tien banken werkt, zit je niet meer in de sterkste positie. Dan proberen zij hun eisen op te leggen. Het is ook mijn werk om het hen niet gemakkelijk te maken.’ Alain Bernard: ‘Ik bespaar u de bijnaam die de banken haar geven.’ (schaterlacht)

DEME werkt vaak in moeilijke gebieden. Hoe dekken jullie je in tegen politieke en commerciële risico’s?

Els Verbraecken: ‘We nemen meestal een kredietverzekering via Credendo, dat we echt als een partner zien. En in het contract met de klant proberen we vast te leggen dat het wisselkoersrisico bij hem ligt. Als dat niet lukt, dekken we ons in via termijncontracten.’

Zijn er gevallen waar jullie geen kredietverzekering nemen?

Alain Bernard: ‘Dat gebeurt, als we bijvoorbeeld werken voor een grote multinational met de nodige financiële sterkte en garanties. In dat geval zijn we zeker genoeg dat we ons geld zullen zien, zelfs al is dat in een politiek gevoelig land.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud