Spaar zelf voor uw pensioen via uw werkgever

©Mediafin

Als uw werkgever nog geen aanvullend pensioen aanbiedt, dan kunt u vanaf woensdag het heft zelf in handen nemen. Het nieuwe systeem biedt een fiscaal voordeel, maar het voordeel is wel kleiner dan dat van bestaande pensioenspaarvormen.

Bij de start van de regeringMichel in 2014 was de versteviging van het aanvullend pensioen een van de speerpunten. Sparen voor uw pensioen via uw werkgever kan tot nu toe enkel als de werkgever zelf een pensioenplan aanbiedt. In de praktijk zijn het vooral de grote bedrijven met veel werknemers die zo’n plan ter beschikking van hun werknemers stellen. Meer dan 3,1 miljoen Belgen sparen op die manier voor hun pensioen.

VAPW in de praktijk

> U gaat langs bij een verzekeraar of pensioeninstelling naar keuze, die VAPW aanbiedt.

> U ontvangt een VAPW-attest voor de werkgever. Dat bevat een gestructureerde mededeling voor de betaalopdracht.

> De werkgever houdt het afgesproken bedrag maandelijks of jaarlijks af van uw nettoloon en stort het op de rekening bij de verzekeraar of de pensioeninstelling.

> De verzekeraar of pensioeninstelling investeert het bedrag telkens in het gekozen beleggingsproduct.

Om het aanvullend pensioen te democratiseren voor werknemers die nog geen toegang hebben tot een pensioenplan, heeft de regering het Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers (VAPW) in het leven geroepen. In tegenstelling tot de pensioenplannen die werkgevers aanbieden, moet het initiatief van de werknemer zelf komen. Die moet op zoek gaan naar een verzekeraar of een pensioeninstelling die zo’n VAPW-plan aanbiedt. De werkgever fungeert enkel als tussenpersoon. Hij stort maandelijks een deel van uw nettoloon aan de verzekeraar of de pensioeninstelling die u heeft gekozen.

De werknemer kiest zelf hoeveel hij spaart. Er is wel een bovengrens. Het bedrag mag per jaar niet hoger zijn dan maximaal 1.600 euro of 3 procent van het referentieloon van twee jaar geleden. Het gaat om het brutojaarsalaris dat aan de socialezekerheidsbijdragen is onderworpen. De pensioenrechten die de werknemer al in de loop van het tweede voorafgaande jaar (N-2) heeft opgebouwd, worden van dat maximum afgetrokken. Zo blijft het VAPW beperkt tot werknemers met helemaal geen of met een laag aanvullend pensioen.

Aangezien u zelf de invulling van uw VAPW kunt bepalen, kunt u ook aangeven in welk type belegging u uw centen wil storten. Kiest u voor een verzekeraar, dan heeft u de keuze tussen tak21, tak23 of een combinatie van beide. Bij een tak21-verzekering is er een rendementsgarantie en een winstdeelname. U bent dan zeker dat uw kapitaal minstens behouden blijft. Bij tak23 neemt u meer risico, met doorgaans een potentieel hoger rendement. U kunt in principe ook kiezen voor een pensioenfonds, niet te verwarren met de pensioenspaarfondsen van de derde pijler. Pensioenfondsen beleggen doorgaans in een combinatie van aandelen en obligaties en dragen dus, net als tak23, meer risico, maar bieden ook een potentieel hoger rendement.

Let wel op: er is een belangrijk verschil tussen de pensioenplannen die werkgevers aanbieden en een VAPW. Werkgevers die een pensioenplan aanbieden moeten – bekeken over de looptijd van het pensioenplan – een rendement waarborgen van minstens 1,75 procent per jaar. Die rendementsgarantie is er niet bij een VAPW.

Bij de keuze voor het gepaste beleggingsinstrument schenkt u daarom best ook veel aandacht aan de kosten. Zowel de instapkosten als de jaarlijkse beheerskosten kunnen een behoorlijk deel van uw rendement opsouperen. Instapkosten tot 6 procent voor tak21-producten zijn geen uitzondering.

Daarnaast is er het fiscale aspect. Elke storting levert een belastingvermindering op van 30 procent. Daar tegenover staan wel enkele taksen zoals 4,4 procent premietaks, een RIZIV-bijdrage van 3,55 procent en een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2 procent. Op het moment van uitbetaling geldt op normale pensioenleeftijd nog een belasting op het kapitaal van 10 procent. Net als bij de collectieve pensioenplannen kunnen werknemers in een VAPW het gespaarde kapitaal pas opnemen als ze effectief met (vervroegd) pensioen gaan.

Beperkt aanbod

Het VAPW gaat woensdag 27 maart van start, maar een rondvraag van de redactie leert dat weinig verzekeraars of pensioeninstellingen klaar staan om het product aan te bieden. Bij de pensioenfondsen is nog geen aanbieder bekend, en bij de verzekeraars zal enkel bij AXA een VAPW-product beschikbaar zijn. Het product zal aangeboden worden onder de naam ‘Pension Plan Salary’. ‘Het zal een mix zijn van tak21 en tak23, waarmee de klanten kunnen inspelen op de levenscyclus. Dit betekent dat het beleggingsrisico automatisch zal worden afgebouwd naarmate de werknemer de pensioenleeftijd nadert’, klinkt het bij AXA. Instapkosten zullen uitkomen op maximum 6 procent.

1.600€
U kunt jaarlijks het maximum van 1.600 euro of 3 procent van het referentieloon storten in een VAPW.

Naast AXA, zijn er nog drie verzekeraars die een lancering later dit jaar plannen. Allianz voorziet de lancering in juni, Belfius Insurance in het derde kwartaal en P&V Group ‘wellicht later dit jaar’. De grote meerderheid van de verzekeraars heeft echter geen concrete plannen. Marktleider AG Insurance bekijkt het nog, maar vermoedt dat er ‘zeer weinig interesse zal zijn in dit product’.

Verschillende redenen spelen mee. De administratieve rompslomp is een belangrijke factor. ‘De berekening van het maximaal te storten bedrag in VAPW is zeer complex en moeilijk voor een leek. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe de personen die in aanmerking komen, zullen weten wat het juiste bedrag is dat ze kunnen storten’, zegt Gerrit Feyaerts, woordvoerder van AG Insurance.

Nog belangrijker dan de administratieve rompslomp is de gebrekkige fiscale prikkel. Het VAPW is fiscaal gezien minder interessant dan andere pensioenspaarvormen. ‘Naargelang de voorkeur en het profiel van de klant kijken we voor aanvullende pensioenopbouw naar andere vormen zoals pensioensparen en langetermijnsparen. Het fiscaal regime van deze twee laatste opties is gunstiger voor de klant’, luidt het bij KBC Verzekeringen. Ook andere verzekeraars wijzen erop dat spaarders beter eerst deze twee vormen ten volle benutten vooraleer naar het VAPW te kijken.

Alternatieven

Bij het individueel pensioensparen kunt u via uw bank of verzekeraar beleggen in een pensioenspaarfonds of -verzekering. Stortingen tot 980 euro per jaar bieden een belastingvermindering van 30 procent, stortingen tot 1.260 euro bieden een belastingvermindering van 25 procent. Op het vlak van taksen zijn er grote verschillen (zie tabel). Deze hebben een belangrijke impact op het kapitaal dat u opbouwt.

©Mediafin

Neem het voorbeeld van Pieter. Hij is 24 jaar en stort 980 euro in zowel een pensioenspaarverzekering (individueel pensioensparen) als in VAPW. Zijn belastingvermindering op de twee stortingen loopt gelijk en bedraagt 30 procent. Elk jaar opnieuw herhaalt Pieter deze storting, waarbij het bedrag jaarlijks met 1,5 procent wordt geïndexeerd. Stel dat de twee producten een gelijk rendement van 1,75 procent per jaar opleveren, dan zal Pieter bij het individuele pensioensparen een bedrag van netto 70.960 euro hebben opgebouwd op 65 jarige leeftijd. Bij VAPW komt het nettobedrag uit op 62.965 euro. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele kosten.

Werkgevers die een pensioenplan aanbieden, moeten over de hele looptijd een rendement waarborgen van minstens 1,75 procent per jaar. Die rendementsgarantie is er niet bij een VAPW.

Een tweede alternatief is het langetermijnsparen. Vroeger zat het fiscaal voordeel van langetermijnsparen in dezelfde korf van de aftrek van de hypothecaire lening, zodat mensen met een lening vaak niet meer gebruik konden maken van dit fiscaalvriendelijk spaarproduct. Dat is sinds 2016 wel anders. ‘Vlaamse en Waalse leningen gesloten vanaf 2016 die recht geven op de Vlaamse geïntegreerde woonbonus - of de Waalse cheque habitat - zijn cumuleerbaar met de federale fiscale korf’, zegt Jef Wellens, fiscalist bij Kluwer. Dat betekent dat deze personen, hoewel ze een lening hebben lopen, wel degelijk ruimte hebben om van het fiscaal voordeel van het langetermijnsparen te profiteren. Let wel: de Vlaamse woonbonus van vóór 2016 is niet cumuleerbaar met deze vorm van sparen.

Het langetermijnsparen is mogelijk via een tak21-verzekering en een tak23-verzekering. Voor inkomstenjaar 2019 bedraagt het maximaal te storten bedrag 2.350 euro. Hernemen we het voorbeeld van Pieter, die dezelfde bedragen stort in een tak21-product onder langetermijnsparen. In dit product zou het nettokapitaal op 65 jaar uitkomen op 68.230 euro, opnieuw beduidend hoger dan in VAPW.

Het voorgaande illustreert waarom fiscalisten aanraden om eerst de korf van het individueel pensioensparen en het langetermijnsparen volledig te benutten alvorens te storten in een VAPW. Al zijn er ook aandachtspunten. Het beleggingsvehikel waarin geïnvesteerd wordt kan minstens even belangrijk zijn voor uw uiteindelijk rendement.

Het succes van VAPW valt nog af te wachten, maar het nieuwe systeem zal in elk geval zijn sensibiliserende rol spelen. ‘Het is belangrijk dat die tweede pijler verder wordt uitgebouwd. Het principe dat iedereen er recht moet op hebben is goed. En dus kan het VAPW misschien ook werkgevers aanzetten om toch een pensioenplan aan te bieden’, zegt Philip Neyt, voorzitter van Pensioplus.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect