Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Waarom kinderen een zegen voor uw belastingfactuur zijn

De eerste schijf van 8.860 euro inkomsten ontsnapt sowieso aan belastingen. Voor wie kinderen of andere personen ten laste heeft, is dat vrijgestelde bedrag een stuk hoger.
©Photo News

Het zal u als muziek in de oren klinken: niet uw hele inkomen wordt belast. Er is altijd een deel dat vrijgesteld is, in het vakjargon de ‘belastingvrije som’. Die is vanaf dit aanslagjaar verruimd en hangt niet langer af van uw inkomen.

Zowel alleenstaanden als gehuwden, feitelijk en wettelijk samenwonende partners hebben recht op het basisbedrag van de belastingvrije som van 8.860 euro. Dat levert een besparing op van 2.215 euro. Maar voor wie kinderen of andere personen ten laste heeft, kan de belastingbesparing een stuk hoger uitvallen.

Hoeveel extra belastingvoordeel leveren kinderen op?

Boven op de belastingvrije som die iedereen krijgt, kan er een toeslag zijn voor kinderlast. Die is er niet alleen voor uw natuurlijke kinderen, maar kan er ook zijn voor pleegkinderen, ten volle geadopteerde kinderen en kinderen van uw partner. Daardoor ontsnapt een groter stuk van uw inkomen aan belastingen en zal u minder belastingen betalen.

Belastingvoordeel voor kinderen

 Hoe meer kinderen, hoe groter de verhoging van het basisbedrag:

  • Voor 1 kind: verhoging met 1.610 euro, wat een extra belastingbesparing van 460,50 euro oplevert.
  • Voor 2 kinderen: verhoging met 4.150 euro, wat een extra belastingbesparing van 1.222,50 euro oplevert.
  • Voor 3 kinderen: verhoging met 9.290 euro, wat een extra belastingbesparing van 3.254,50 euro oplevert.
  • Voor 4 kinderen: verhoging met 15.030 euro, wat een extra belastingbesparing van 5.641 euro oplevert.
  • Voor elk kind boven het vierde: verhoging met 5.740 euro, wat een extra belastingbesparing van 8.224 euro oplevert.

Kind met een beperking

Een kind dat voor meer dan 66 procent gehandicapt is, telt voor twee.

Kind jonger dan drie jaar

Wie een kind jonger dan drie jaar heeft én geen kosten voor kinderopvang opneemt in vak X, krijgt een toeslag van 600 euro op de belastingvrije som.

Alleenstaande ouder

Alle alleenstaande ouders met kinderen ten laste krijgen een extra verhoging van de belastingvrije som met 1.610 euro. Dat levert een extra belastingvoordeel op van 460,50 euro. Voor alleenstaande ouders met een beroepsinkomen tussen 3.330 en 15.630 euro komt daar nog een extra toeslag van 1.050 euro bovenop. Werkloosheidsuitkeringen worden daarin niet meegeteld, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen wel.

Bij een inkomen tussen 15.630 en 19.810 euro wordt de toeslag geleidelijk afgebouwd. Bijkomende voorwaarden zijn dat de alleenstaande ouder op 1 januari 2020 minstens één kind ten laste heeft - al dan niet in co-ouderschap - en niet feitelijk samenwoont met een partner, vriend of vriendin.

Het is geen probleem om met (achter)klein- of (pleeg)kinderen, (over)groot- of (pleeg)ouders, broers of zussen samen te wonen. Het extra belastingvoordeel is een belastingkrediet, wat betekent dat de ouder het voordeel betaald krijgt als hij onvoldoende belastingen betaalt om het voordeel te verrekenen.

Is een kind automatisch fiscaal ten laste?

Neen, er moet aan vier voorwaarden voldaan zijn. Is dat niet het geval, dan is een kind het hele jaar niet fiscaal ten laste.

1. In uw gezin wonen

 Uw kind moet op 1 januari 2020 in uw gezin wonen. Een baby geboren eind 2019 is voor het volledige jaar fiscaal ten laste, een spruit die op 2 januari het levenslicht zag niet. Het is geen probleem dat een kind op kot zit of in het buitenland studeert, voor zover hij of zij nog altijd op uw adres geregistreerd staat.

2. Beperkt inkomen

Uw kind mag maar een beperkt bedrag aan nettobestaansmiddelen opstrijken. Zodra het ook maar één euro meer heeft, is het voor het hele jaar niet langer ten laste. Het plafond hangt af van de samenlevingsvorm van de ouders:

  • Kinderen van gehuwde of wettelijk samenwonende ouders mogen maximaal 3.330 euro nettobestaansmiddelen hebben.
  • Een zoon of dochter van een alleenstaande of feitelijk samenwonende ouder mag tot 4.810 euro bestaansmiddelen opstrijken. Is dat kind gehandicapt, dan ligt het plafond op 6.110 euro.

Wat wordt geteld als bestaansmiddel? Alvast niet de wettelijke kinderbijslag, het kraamgeld, adoptiepremies of studietoelagen. Wat wel meetelt:

  • (Studenten)job of student-zelfstandige

De belangrijkste bron van inkomsten voor jongeren is een (studenten)job of een activiteit als student-zelfstandige. Maar die inkomsten worden maar gedeeltelijk als bestaansmiddelen beschouwd: er wordt geen rekening gehouden met de eerste schijf van 2.780 euro. Bovendien mogen ook kosten worden afgetrokken. Dat kunnen de werkelijk gemaakte kosten zijn, maar er is sowieso een kostenforfait van 20 procent, zelfs al kunnen er geen kosten worden aangetoond. Voor verdiensten uit een studentenjob, een gewone baan als werknemer of voor baten uit een vrij beroep mogen altijd minimumkosten van 460 euro worden ingebracht.

In de veronderstelling dat een jongere alleen inkomsten haalt uit een studentenjob, mag hij of zij tot 6.942,50 euro verdienen om ten laste te blijven van een gehuwde of wettelijk samenwonende ouder en tot 8.792,50 euro bij een alleenstaande of feitelijk samenwonende ouder.

 

  • Onderhoudsgeld

Een mogelijke valkuil voor kinderen van wie de ouders uit elkaar zijn, is het onderhoudsgeld. De bijdrage van een ouder in de opvoedingskosten is geen inkomen van de andere ouder, wel van het betrokken kind. Toch wordt niet het hele bedrag geteld als onderhoudsgeld: er wordt geen rekening gehouden met de eerste schijf van 3.330 euro en eventuele achterstallige onderhoudsuitkeringen. Van het overige deel wordt maar 80 procent als bestaansmiddel beschouwd (20 procent forfaitaire kosten).

In de veronderstelling dat een kind geen andere inkomsten heeft dan onderhoudsgeld, mag er tot 7.492.50 euro betaald worden om ten laste te blijven van een gehuwde of wettelijk samenwonende ouder en 9.342.50 euro van een alleenstaande of feitelijk samenwonende ouder.

  • Wezenrente

Krijgt een kind een wezenrente, omdat een of beide ouders overleden zijn? Er wordt geen rekening gehouden met 3.330 euro onderhoudsgeld en wezenrente samen.

3. Niet verdienen in uw bedrijf

 Deze derde voorwaarde is alleen van belang voor zelfstandigen die hun zoon of dochter laten bijverdienen in een eenmanszaak. Als u het loon voor uw zoon of dochter inbrengt als beroepskosten, is dat kind niet langer fiscaal ten laste. Hoeveel het kind verdiende, heeft geen belang. Deze regel geldt echter niet als u een vennootschap hebt.

4. Geen bedrijfsleidersbezoldiging

 De laatste voorwaarde is er voor student-zelfstandigen. Als hij of zij een bedrijfsleidersbezoldiging ontvangt van een vennootschap van de ouders en die wordt door de vennootschap als beroepskosten afgetrokken, dan is hij of zij niet langer ten laste van de ouders.

Hoe wordt het belastingvoordeel verdeeld over de ouders?

Een kind mag dan wel twee ouders hebben, slechts een van de twee krijgt het belastingvoordeel. Welke ouder dat is, hangt af van de relatie van de ouders.

1. Gehuwd of wettelijk samenwonend

Voor gehuwde en wettelijk samenwonende ouders maakt de fiscus twee berekeningen. Een eerste waarbij de verhoging wordt aangerekend bij de meest verdienende, en een tweede met een toekenning aan de partner met het laagste belastbaar inkomen. De meest voordelige van de twee berekeningen zal worden toegepast.

Bent u in 2019 getrouwd of wettelijk gaan samenwonen? U moet nog één keer apart een belastingaangifte invullen. Daarbij kan u vrij de ouder kiezen die het belastingvoordeel voor de kinderen zal krijgen.

2. Feitelijk samenwonend

TIP!

Feitelijke samenwoners kunnen vrij kiezen welke ouder de kinderen fiscaal ten laste neemt.

 

Feitelijke samenwoners - die niet gehuwd zijn en geen verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd - kunnen vrij kiezen welke ouder de kinderen ten laste neemt. Voorwaarde is dat het een natuurlijke ouder is. Als dat níét het geval is, moet hij of zij minstens de helft van de onderhoudskosten betalen.

Kan het ook omgekeerd en kunnen kinderen hun gepensioneerde ouders fiscaal ten laste nemen?

Ja, dat kan. Jongvolwassenen die een job hebben en nog bij hun ouders wonen, kunnen hun ouders fiscaal ten laste nemen. Zelfs al wonen ze in het huis van de ouders en dragen ze niet bij in de kosten van moeder en vader.

TIP!

Jongvolwassenen die een eerste job hebben en nog bij hun ouders wonen, kunnen hun ouders fiscaal ten laste nemen.

De enige beperking is dat de ouder niet meer dan 3.330 euro nettobestaansmiddelen heeft. Dat lijkt bijzonder laag, maar weet dat voor 65-plussers geen rekening wordt gehouden met 26.840 euro aan pensioen. Rekening houdend met de forfaitaire kostenaftrek van 20 procent mag het brutopensioen dus 31.002,50 euro bedragen om fiscaal ten laste te zijn.

De toeslag op de belastingvrije som voor (groot)ouders bedraagt 3.220 euro per persoon, goed voor een extra belastingvoordeel van 805 euro per persoon.

Kunnen nog andere personen dan kinderen of ouders fiscaal ten laste zijn?

Behalve ouders kunt u ook inwonende schoon- of grootouders, (half)broers en (half)zussen en zorgouders (die u of uw partner in de kindertijd ten laste hadden) fiscaal ten laste nemen. Hier gelden dezelfde inkomensbeperkingen als voor ouders.De toeslag op de belastingvrije som hangt af van de familieband en de leeftijd.

Voor (groot)ouders, broers en zussen ouder dan 65 jaar krijgt u een verhoging van de belastingvrije som met 3.220 euro. Dat levert een extra belastingvoordeel op van 805 euro. Voor alle andere personen is dat 1.610 euro per persoon, goed voor een extra voordeel van 402,50 euro per persoon.  

De juiste codes

Gehuwden, wettelijke en feitelijke samenwoners geven in vak II onder de titel ‘B. Gezinslasten’ bij de code 1030 het aantal kinderen aan dat ze fiscaal ten laste hebben. Code 1038 vult u in als u geen opvangkosten inbrengt voor een kind jonger dan drie jaar in vak X. Telkens staat er een code onder voor kinderen met een zware handicap.

Om de toeslag voor alleenstaande ouders met een beperkt inkomen te krijgen, moet bij de code 1101 de gezinssituatie bevestigd worden. De fiscus zal zelf berekenen of u aan de inkomensvoorwaarde voldoet.Wie ouders, grootouders, overgrootouders, (half)broers en (half)zussen van 65 jaar of ouder ten laste heeft, vult dat in bij de code 1043. Voor andere personen ten laste is dat 1032.

PwC
Lees meer

Gesponsorde inhoud