België scoort wereldwijde primeur met chemische recyclage van yoghurtpotjes

Indaver heeft een technologie ontwikkeld om polystyreen in yoghurtpotjes en vleesschaaltjes chemisch te recycleren. ©Wouter Van Vooren

Het afvalverwerkingsbedrijf Indaver staat klaar om 100 miljoen euro te investeren in een fabriek om de kunststof polystyreen - van yoghurtpotjes, vleesschaaltjes en piepschuim - te recycleren tot petrochemische basisgrondstoffen. Een wereldwijde primeur.

In Europa komen jaarlijks zo’n 30 miljoen ton plastic producten op hun levenseinde, gaande van shampooflessen tot kaasverpakkingen. Slechts een paar miljoen ton daarvan krijgt - na selectieve inzameling, sortering en recyclage - een tweede leven. De rest belandt op stortplaatsen of - in het beste geval - in de verbrandingsoven.

Vooral in Zuid-Europa is storten nog de uitweg. Vlaanderen speelt samen met Duitsland, Nederland en Scandinavië een voortrekkersrol in het hergebruik van plastics. Een tekenend voorbeeld is de pmd+-zak: daar mogen niet langer alleen blikjes en petflessen in, maar meer dan tien soorten verpakkingsplastics. Zo worden tienduizenden tonnen plastic uit de verbrandingsoven gered.

30
miljoen ton
Jaarlijks belandt er in Europa 30 miljoen ton aan plastic producten bij het afval.

Een van die plastics is polystyreen, dat in yoghurtpotjes en vleesschaaltjes zit. Voor die verpakkingen - aangevuld met bijvoorbeeld piepschuim (geëexpandeerd polystyreen) uit containerparken - heeft het Belgische milieutechnologiebedrijf Indaver een technologie op punt gezet om die chemisch te recycleren.

Chemische recyclage is een containerbegrip voor technieken om de chemische verbindingen van plastics te breken en op te knippen tot hun basiscomponenten. ‘Je moet een kunststof zien als een bouwwerk van Lego. Die blokjes maak je met chemische recyclage één voor één los om er iets nieuws mee te maken’, zegt Kevin Van Geem, professor aan het Laboratorium voor Chemische Technologie van de UGent.

Een kunststof is een soort bouwwerk van Lego. Die blokjes maak je met chemische recyclage één voor één los om er iets nieuws mee te maken.
Kevin Van Geem
Professor aan het Laboratorium voor Chemische Technologie, UGent

Bij Indaver gebeurt de splitsing van polystyreen in styreen in een reactor, in een zuurstofvrije omgeving bij 500 graden. Het bedrijf, in handen van Katoen Natie en de industrieel Fernand Huts, heeft dat proces op kleine schaal getest en gaat in Antwerpen een fabriek bouwen die 65.000 ton polystyreen per jaar aankan. Dat is goed voor een investering van 97 miljoen euro. ‘Het was geen walk in the park. Het onderzoek heeft vijf jaar geduurd, omdat the devil in the detail zit.’

De uitdaging is een voldoende hoge zuiverheidsgraad te bereiken in het eindproduct. ‘99 procent is niet voldoende. We hebben gestreefd naar 99,7 procent’, zegt De Bruycker. ‘De polystyreenstromen die we binnenkrijgen, zijn verontreinigd door additieven zoals brandvertragers. Je wil niet dat die later in voedselverpakkingen terechtkomen. Er kunnen additieven in zitten die nu geen probleem zijn, maar morgen volgens de wetgeving misschien wel. En je weet nooit wat mensen er thuis mee doen en met welke stoffen ze in contact zijn gekomen. Die onzuiverheden moeten eruit, zodat je pure styreen hebt met dezelfde kwaliteit als ‘virgin’ materiaal op basis van aardolie. Dan pas kan je het opnieuw zonder beperkingen inzetten als basisgrondstof. Vergelijk het met de glas- of de staalsector. In een staalconstructie kan je ook niet meer zeggen of het staal is uit ijzererts of uit recyclage.’

Tegen 2024 zou de fabriek moeten draaien. De financiering is bijna rond. Voor de eerste fase van het project - 47 miljoen euro - rekent De Bruycker nog op ‘een stukje subsidies’. ‘We moeten het rendement - nu meer dan 80 procent - nog opdrijven. Het proces vergt veel energie, je wil er dus het maximale uithalen. Dat is belangrijk in het kader van koolstofneutraliteit in 2050.’ Deel twee financiert Indaver helemaal zelf. ‘De circulaire economie kan niet blijven teren op subsidies.’

Ja, we gaan plastic afval importeren, maar dat is niet om hier te storten. Het past in de plannen om van de Antwerpse haven een hoogtechnologische recyclagehub te maken.
Paul De Bruycker
CEO Indaver

Om de fabriek op termijn te vullen rekent De Bruycker op Belgisch én buitenlands polystyreenafval. ‘Ja, we gaan afval importeren, maar dat is niet om hier te storten. Het past in de plannen om hier een hoogtechnologische recyclagehub te maken.’

Om dat kracht bij te zetten, werkt Indaver ook aan een proces om polyolefines te verwerken. Dat is bijvoorbeeld polyethyleen (zakjes, folies en botervlootjes) en polypropyleen (roomijsdozen, shampooflessen). Het idee is die om te zetten in nafta, een soort olie die dé basisgrondstof is van de hele petrochemische industrie. ‘Als je dat op grote schaal wil doen, spreek je meteen over een investering van 200 miljoen euro. We zijn een ondernemend bedrijf en bereid om risico’s te nemen, maar daar zijn we nog niet klaar voor.’

Aanvulling

Chemische recyclage staat nog in de kinderschoenen, maar is aan een opmars bezig. ‘Alle groten in de sector zijn ermee bezig’, zegt Wannes Libbrecht van Catalisti, de speerpuntcluster van de chemie-industrie. (zie inzet)

Chemischerecyclageprojecten in België

  • Renasci, opgericht door Luc Desender, investeert in Oostende enkele tientallen miljoen euro’s om 20.000 ton nafta per jaar te maken op basis van sterk vervuild huishoudelijk plasticafval. Borealis koopt alles op om het in zijn kraakinstallatie in Finland te verwerken.
  • Total experimenteert in Antwerpen om zijn kraakinstallatie deels te voeden met pyrolyseolie, afkomstig uit huishoudelijk plastic afval. De proefinstallatie draait nu al een jaar en verwerkte zo’n 1.000 ton.
  • Recticel produceert polyurethaan (pur) voor isolatieplaten en matrassen en trekt het Europese onderzoeksproject PureSmart. Met 6 miljoen euro op zak ontwikkelt een consortium een procedé om pur op te breken in de basiscomponenten, waaronder polyolen.
  • Deceuninck heeft in Roeselare een site waar het op een mechanische manier pvc uit raamprofielen recycleert, en is nu betrokken bij een onderzoeksproject om pvc via solventen op te lossen. De bedoeling is er de additieven (zoals weekmakers) uit te halen om de pure pvc over te houden.

Experten zien chemische recyclage als een aanvulling op mechanische recyclage. Dat is de klassieke techniek waarbij plastic afval een knip- en wasbeurt krijgt en hersmolten wordt tot bruikbare plastic korrels. Dat concept wordt al decennia toegepast, maar heeft zijn beperkingen. ‘De output is door verontreinigingen vrijwel altijd van mindere kwaliteit. Je kan die dan nog gebruiken voor minderwaardige toepassingen, of je kan die versterken met virgin materiaal, maar je voelt dus dat het beter kan’, aldus Van Geem.

Maar dat wil niet zeggen dat chemische recyclage alles zal overnemen. ‘Het is geen wonderoplossing’, aldus Libbrecht. ‘Mechanische recyclage vergt minder energie en investeringen. Dus als het kan, zou dat de eerste denkpiste moeten zijn.’

De vraag naar plastics zal nog stijgen, en de groei zal voor een significant deel ingevuld worden door recyclage.
Jacques Beuckelaers
CEO TotalEnergies

Volgens Jacques Beuckelaers, de CEO van TotalEnergies in Antwerpen, zijn alle technologieën welkom. ‘De vraag naar plastics zal nog stijgen, en de groei zal voor een significant deel ingevuld worden door recyclage’, zegt hij. Meer recyclage dus, gedreven door de publieke opinie, acties zoals meiplasticvrij, de wil van merken om hun imago op te poetsen, en de almaar strengere Europese richtlijnen.

Tegen 2025 moeten petflessen verplicht voor 25 procent uit gereycleerde pet bestaan. Vermoedelijk worden die verplichtingen uitgebreid naar andere plastic producten. TotalEnergies bijvoorbeeld heeft als doel om in 2030 voor 30 procent gerecycleerde materialen te gebruiken. ‘Dit is het begin van een nieuwe industrie, de start van een recyclageboom.’

Maar het idee dat we op termijn alle plastics recycleren, mag overboord. Dat veronderstelt dat alle landen een performant inzamelsysteem invoeren, wat nog een verre toekomst lijkt, vooral in Azië. ‘En er zullen altijd materialen zijn die te verontreinigd zijn en waar je niets kan mee doen. Ik geloof ook niet dat mensen 100 procent perfect zullen sorteren. We zullen een deel blijven verbranden’, aldus De Bruycker.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud