Christoph von Dohnányi: Afscheid van een familie

Christoph von Dohnányi neemt met een Europese toernee die ook in Brussel passeert, afscheid van het Cleveland Orchestra. Bijna 20 jaar lang stond hij aan het roer van het Cleveland Orchestra en onder zijn leiding verstevigde het orkest zijn status, die het enkele decennia eerder onder Artur Rodzinski en George Szell verworven had.

Christoph von Dohnányi trok begin de jaren tachtig naar het Cleveland Orchestra nadat hij naam had gemaakt in de Europese operahuizen. Zo was hij onder meer assistent van Georg Solti in de opera van Frankfurt. Toch was de in Berlijn geboren Christoph von Dohnányi, kleinzoon van de componist Ernö Dohnányi, bij zijn aankomst in Cleveland in de Verenigde Staten een illustere onbekende. In zeer korte tijd kon hij het vertrouwen van het publiek en, wat nog belangrijker is, van zijn orkestmusici winnen. In tegenstelling tot de autoritaire werkwijze van zijn voorgangers, werd de respectvolle manier waarop Von Dohnányi de musici behandelde bijzonder op prijs gesteld. Dohnányi dirigeerde bijna 1.000 concerten met het Cleveland Orchestra en kon geleidelijk zijn eigen orkestklank vormen.

'Cleveland was reeds een uitstekend orkest toen ik er begon, en de belangrijkste reden waarom het orkest misschien nog beter is geworden, is dat ik niet de intentie had dingen te veranderen', zegt Christoph von Dohnányi. 'Ik hield reeds van het orkest toen ik er als muziekdirecteur begon en ik wilde er gewoon op mijn manier muziek maken. In de loop der jaren heb ik de vacatures in het orkest natuurlijk wel op een persoonlijke manier ingevuld, omdat ik toch steeds op zoek was naar mijn ideale klankvoorstelling. De traditie die een orkest meedraagt, is niet weg te cijferen, maar na 70 musici aangeworven te hebben, is het orkest toch vooral een realisatie van mijn eigen verbeelding geworden. Deze musici genoten hun muziekopleiding vaak in Cleveland, waar ze vaak opgeleid werden door musici uit het orkest. Zo dragen ze meteen al een stuk van het orkest in hun speelwijze mee. Maar er kwamen via audities ook musici uit heel de Verenigde Staten naar het Cleveland Orchestra. Onze musici moeten uitstekend hun instrument kunnen bespelen, maar moeten ook bij de orkestklank, bij de mentaliteit en de huisstijl van het orkest passen. Als deze voorwaarden voldaan zijn, is de kans klein dat we ons in een musicus vergissen.'

Reeds tijdens zijn eerste seizoen in Cleveland programmeerde Christoph von Dohnányi geregeld 20ste-eeuwse muziek, een repertoire waar het orkest toen nog niet zo vertrouwd mee was. Sindsdien dirigeerde hij bij diverse orkesten bijna elk jaar een wereldcreatie. 'Bij de keuze van nieuwe muziek mag je niet te gauw dingen uitsluiten', vertelt Von Dohnányi. 'Je moet zoveel mogelijk composities een kans geven om uiteindelijk enkele grote meesterwerken te kunnen ontdekken. Als dirigent sta je voor de opdracht het publiek op sleeptouw te nemen. Ze moeten open staan voor wat je doet, denkt en voelt. Omdat ze het klassiek-romantische repertoire het best kennen, moet je als dirigent eerst bewijzen dat je een grote affiniteit met dat repertoire hebt. Zodra je in dat repertoire hun vertrouwen hebt gewonnen, heb je voldoende geloofwaardigheid om hen ook nieuwe horizonten te laten verkennen.'

Het is eerder ongewoon dat een dirigent vandaag 20 jaar bij een orkest blijft. Toch is de 72-jarige Von Dohnányi zijn Cleveland Orchestra nooit beu geworden. 'Cleveland is een eerder kleine stad, en ik heb er altijd het gevoel gehad dat ik er in de armen gesloten werd, dat ik hún muziekdirecteur was. Dat is een gevoel dat je in een metropool als Londen, Berlijn of New York niet kunt ervaren. Ik voelde me in een kleinere stad als Cleveland ook beter thuis omdat mijn manier van leven als dirigent niet gericht was op het bekendmaken van mijn naam of op veel geld verdienen. Ik wilde muziek maken op een zeer persoonlijke manier en dat is in een kleinere stad, waar je als het ware met een familie kunt samenwerken, veel gemakkelijker.'

Het succes van de periodeorkesten heeft Von Dohnányi nooit als een bedreiging ervaren voor het symfonieorkest. De criticasters van het institutionele orkest dient hij graag van antwoord. 'Ik zou het traditionele symfonieorkest met niets willen ruilen', aldus Von Dohnányi. 'Ik hou niet van reconstructies van orkesten uit een tijd waarin we niet meer leven. Muziek is meer dan een museum. Ik wil me niet te veel op het verleden richten. Het repertoire voor orkest dat tot het verleden behoort, wordt natuurlijk almaar uitgebreider, maar dat mag ons de ogen voor de actualiteit niet doen sluiten. Als we meer hedendaagse kunst centraal zouden stellen, zouden we ongetwijfeld meer inzicht hebben in onze tijd én in de toekomst. Ik hou van de werken uit het verleden als er tenminste een zinvol verband is met het heden én met de toekomst. Het traditionele symfonieorkest is het perfecte medium om deze confrontatie aan te gaan.'

Is er dan bij de uitvoering van Brahms' 'Tweede Symfonie', die tijdens het concert in Brussel op het programma staat, geen streven naar een zeker authenticiteitsgehalte? 'Wie vandaag acteert zoals de grote acteurs uit het begin van de eeuw, wordt gewoon uitgelachen. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor muziek', antwoordt Von Dohnányi. 'Het feit dat Furtwänglers uitvoeringen van de 'Tweede Symfonie' in de tijd dichter bij Brahms staan, geeft ze vandaag geen meerwaarde. Want Furtwängler zou vandaag ook helemaal anders hebben gemusiceerd. Mijn grootvader heeft Brahms zelfs gekend, en heeft stukken voor hem voorgespeeld, maar als hij vandaag had geleefd, zou hij ook heel andere composities hebben gemaakt. Oude opnames zijn fascinerende tijdsdocumenten, maar ze moeten ons aanzetten tot een kritische kijk op het verleden.'

Ook Bartóks 'Tweede Vioolconcerto' met Gil Shaham als solist en 'Treurmuziek', een hommage van Lutoslawski aan Bartók, staan op het programma. Von Dohnányi heeft altijd al een bijzondere band gehad met de muziek van Bartók. 'Het was voor hem niet gemakkelijk om het fascistische Hongarije te verlaten en voor een onzekere toekomst in de Verenigde Staten te kiezen, maar hij heeft doorgezet. Op het muzikale vlak bewonder ik bijvoorbeeld zijn weigering om overdonderende finales te componeren en het feit dat de echte diepte van zijn werk in de langzame bewegingen te vinden is. Zijn orkestmuziek, pianomuziek en kamermuziek zijn van het allerhoogste niveau en moeten door het brede publiek nog gedeeltelijk worden ontdekt.'

Christoph von Dohnányi

Paleis voor Schone Kunsten (Brussel) - di 11 juni, 20 uur - 02/507.82.00. Naar aanleiding van de 20ste verjaardag van de samenwerking tussen Christoph von Dohnányi en het Cleveland Orchestra verscheen er een 10-cd-box met daarop onuitgegeven live-uitvoeringen van de maestro en zijn orkest. Christoph von Dohnányi Compact Disc Edition (10cd's) - verkrijgbaar via www.clevelandorchestra.com

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud