De Nacht van de Bonobo's: Eerst vrijen, dan banaan

(tijd-cultuur) - Dit najaar is de in België wonende Nederlander Oscar van den Boogaard alom tegenwoordig. Na het verschijnen van zijn jongste roman 'Een bed vol schuim', worden deze maand de nieuwe theaterteksten 'Lava Lounge' en 'De nacht van de bonobo's' ontkurkt bij respectievelijk het Ro-theater en Toneelgroep Amsterdam. Conflictstof is ook ditmaal het broze evenwicht tussen eigen identiteit en wij-gevoel van een individu tegenover zijn geliefde, familie of een grotere sociale groep.

Een mooi voorbeeld van de soepelheid waarmee Oscar van den Boogaard (1964) literaire genres door elkaar roert, is zijn eerste toneeltekst 'Lucia smelt' die twee seizoenen terug door Steven van Watermeulen en Sara de Roo bij Toneelspelersgezelschap Stan werd gespeeld. Het stuk werd herwerkt en aangevuld tot de roman 'Een bed vol schuim' en momenteel wordt met de beeldend kunstenares Manon de Boer gewerkt aan een filmische vertaling. Zo wordt dit verhaal van een onmogelijke scheiding - zeg nooit 'ex' in de liefde - in een steeds veranderende vorm gegoten. Voor 'Lava Lounge' volgde de schrijver het omgekeerde parcours: op vraag van regisseur Guy Cassiers bekeek hij de film 'Stalker' van de Russische cineast Andrei Tarkovksi en ging vervolgens in zijn romans 'Dentz' (1990) en 'Liefdesdood' (1999) snuffelen, op zoek naar verwant materiaal dat hij in een nieuwe tekst kon schuiven. 'Ik probeer op alle mogelijke manieren de kruisbestuiving tussen romanschrijven en theater te onderzoeken,' zegt Van den Boogaard. 'Ik vind het boeiend steeds weer te ontdekken wat taal is, taal op het moment dat het gespeeld of gelezen wordt. In alle toneelstukken die ik schreef, heb ik scènes van het ene letterlijk in het andere gezet. Zo kan ik voor mezelf makkelijk zien hoe contexten en andere acteurs taal op totaal een andere manier tot leven wekken. Dan wordt mij de rijkdom van taal en interpretatie duidelijk. Al die mogelijke interpretaties wil ik als schrijver uitlokken, aangezien je van lezers die interpretaties nooit te zien krijgt. Acteurs zijn ook ideale lezers, want ze beelden op een visuele manier uit hoe ze lezen, zodat ik ernaar kan kijken. Dit klinkt als een egotrip, maar daarnaast gaat het als ik voor theater schrijf ook over het samenkomen van mensen. Anders dan bij een roman kom je in het theater als publiek met de acteurs samen en deel je echt een moment, een ervaring.'

In de korte periode dat Van den Boogaard zich intussen op het theater stortte, werkte hij met heel verschillende gezelschappen samen: na Tg Stan volgde het jonge collectief Skagen dat vorig seizoen 'Sterremix' speelde en ook Guy Cassiers en Gerardjan Rijnders, die de regie voert van 'De nacht van de bonobo's' hebben een heel andere manier van aanpakken. De auteur geniet van de vele invalshoeken die hem worden aangeboden. Van den Boogaard: 'Ik heb in korte tijd veel toneel geschreven omdat ik verschillende samenwerkingen wilde uitproberen. Ik vind het leuk te kijken hoe verschillend het is om met Gerardjan Rijnders en Guy Cassiers te werken of met acteurs die ik zelf uitkies tegenover jonge mensen die ver van me afstaan. Ik ben op dit moment gewoon nieuwsgierig naar wat er allemaal bestaat. Ik kan me niet voorstellen dat je één keer in de twee jaar een toneelstuk schrijft als je echt nieuwsgierig bent. Dan moet je toch heel veel willen uitproberen? De mogelijkheden dienden zich aan en die heb ik gegrepen. Daarom heb ik al deze stukken ook geschreven met de mensen die ze zouden brengen in gedachten. In het geval van 'De nacht van de bonobo's' wist ik dat Gerardjan Rijnders het zou regisseren en dus heb ik uit de verschillende verhalen die ik graag wil vertellen datgene gekozen waarvan ik dacht dat het het best bij zijn werkwijze paste. Waar 'Lucia Smelt' een situatie was en 'Sterremix' een soort beschrijvend essay, is 'De nacht van de bonobo's' meer een toestand, een bepaald klimaat waarin het niet gaat om de taal maar wel om wat er ontstaat tussen mensen. Ik vind dat Gerardjan goed is in het ensceneren van dat soort dingen. De 'Bonobo's' is echt een toneelstuk met zeven personages die voortdurend tegen elkaar praten met geen andere informatie dan die dialogen. En dat in een taal die niet spectaculair is, want ook niet spectaculair mag zijn omdat het gaat om iets anders dan taal - over langs elkaar heen praten, bijvoorbeeld. Verwijt me dus niet dat de mensen in het stuk niet met elkaar kunnen communiceren, want dat is juist de bedoeling. Voor 'Lava Lounge' heb ik dan weer fragmenten uit mijn eerste roman 'Dentz' en uit 'Liefdesdood' geput. Ik heb scènes geselecteerd, die Guy Cassiers op een beeldscherm projecteert. 'Lava lounge' zit dus vol met verwijzingen naar andere teksten. Guy is geïnteresseerd in literatuur, hij werkte ook heel veel boeken om tot een toneelstuk, dus bij hem dacht ik dat ik het wel kon doen. Bij het schrijven van 'Lava Lounge' had ik bovendien ook de acteurs in gedachten, omdat ik ze zelf heb mogen kiezen. Ik wilde per se Marieke Heebink, Annet Kouwenhoven, Katelijne Damen en Steven van Watermeulen erbij. Steven omdat ik hem een beetje als mijn alter ego kan beschouwen en die anderen omdat ze voor mij echt betekenis hebben in het theater. Op die manier gaat het stuk niet alleen maar om mijn levensverhaal, mijn ideaal, maar weerspiegelt het ook mijn visie op theater. Ik kan niet doen alsof ik alleen maar een verhaal wil vertellen, maar werk met mensen samen die voor mij echt iets betekenen. Het is een volstrekt onnatuurlijke situatie dat mensen die leven, die mensen van zichzelf zijn, iets anders spelen en tekst reproduceren die van mij is en niet van hen. Dus dat is interpretatie: hoe speelt iemand én zichzelf én mijn tekst. En vervolgens: hoe betrek je het publiek daarbij in een voorstelling. Als schrijver van een toneelstuk is het mijn ervaring dat je een voorzet geeft, maar geen eindproduct. De tekst is een middel om de acteurs en de regisseur de mogelijkheid te geven om hun ding ermee te doen. Een tekst die geen vorm meer nodig heeft om totaal begrepen te worden is niet het soort toneeltekst dat ik wil schrijven.'

In 'Lava Lounge' staan één man en drie vrouwen - als zusje, moeder en vriendin - op het toneel. Ooit vormden ze samen een gelukkig, harmonieus gezin, maar om zich aan al deze grijpgrage handen te onttrekken, bleef de man geen andere uitweg dan de boel laten ontploffen. Zelf ziet Van den Boogaard die beweging als een aanloop tot wat in 'De nacht van de bonobo's' gebeurt: 'Lava Lounge' is een stuk over iemand die zich losmaakt uit zijn familiale achtergrond en 'De bonobo's' gaat over mensen die zich al hebben losgemaakt en samen willen komen in een nieuwe sociale groep. 'Lava lounge' gaat over het verlaten van het eerste vaderland en 'Bonobo's' over het zoeken naar een tweede heimat, waar je uiteindelijk naartoe wilt. Die verhouding tussen beide teksten bleek wel pas achteraf. Het zijn allemaal verhalen die ik wil vertellen, maar die wel met elkaar te maken hebben. Ik zie nooit verbanden. Ik ben erg momentaan en zit in de ene wereld en dan in de andere. Andere mensen zeggen dan dat het allemaal met elkaar te maken heeft, maar dat zie ik zelf pas achteraf. Ik ben blij als mensen me erop wijzen dat het klopt. Zo zou je bijvoorbeeld ook kunnen zeggen dat Tosca en Jan uit 'De Bonobo's' eigenlijk dezelfde figuren zijn als in 'Lucia Smelt' of 'Een bed vol schuim', zij het nu in een ruimere context met andere mensen. 'De bonobo's' laat op die manier het sociale leven, de vriendenkring van deze figuren zien. En zo ontstaat er een heel netwerk van verbanden in taal, verhalen en personages tussen de verschillende stukken.'

In afwachting van de première van 'Lava Lounge' op 16 november in de Rotterdamse schouwburg, worden deze week in het Kaaitheater in Brussel de eerste voorstellingen van 'De nacht van de bonobo's' georganiseerd. Gerardjan Rijnders zocht met de spelers Nettie Blanken, Roeland Fernhout, Renée Fokker, Hans Kesting, Hugo Koolschijn, Klemens Patijn en Truus te Selle naar een diepere grond in de schijnbaar futiele conversaties. Een groepje vrienden gaat ieder jaar op bezoek op het paradijselijke eiland waar Christophe en Béatrice een huis hebben. Daar proberen ze samen zichzelf te vergeten, samen licht te worden en te ontsnappen aan het verdriet en de angsten die hen beklemmen. Gaandeweg wordt duidelijk dat er diep vanbinnen veel meer bellen borrelen dan er aan de oppervlakte openspatten. Van den Boogaard: 'Het stuk gaat over mensen die hun identiteit moeten inleveren om samen te kunnen komen. Ze verzamelen ieder jaar op een berg om de lichtheid te beleven, maar om dat te kunnen, moeten ze wel eerst vergeten wie ze zijn. Dat is natuurlijk een paradox: wat is dat voor eenheid als je jezelf niet mee mag nemen? Of is dat juist net de voorwaarde om een eenheid te zijn? Het gaat dus over samenkomen in een groepsidentiteit en een persoonlijke identiteit die daarvoor blijkbaar overbodig is of een obstakel zou zijn. Ik heb daar geen moreel oordeel over, het is een dilemma. En het zorgt voor conflict want een aantal van de mensen wil nog zijn wie ze zijn. Het zijn mensen die op een bijna kunstmatige manier een extreme gevoeligheid opbouwen met elkaar en op het hoogtepunt van hun gevoeligheid iets onder ogen komen wat ze in hun normale leven echt hadden verdrongen: de dood van de gastvrouw, Béatrice. De vrouw die hen ieder jaar uitnodigt om naar het vakantiehuisje te komen is eigenlijk al gestorven, maar haar man kan geen afstand nemen. Niemand wil nadenken over het feit dat ze dood is en dus proberen ze het samen te ontkennen. Omdat zij wel aanwezig is op het toneel, gaat het ook over haar verlangen om met die mensen samen te blijven. Het gaat ook over een dode die de levenden met rust laat en over levenden die de dode niet kunnen vergeten. Het werkt naar twee kanten: ze willen toch nog samenblijven over die grens van de dood heen. In zekere zin kun je het ook lezen als een stuk over een xtc-ervaring. Een van de acteurs kwam met die interpretatie aanzetten en dat klopt ook, al wilde ik niet expliciet in het stuk schrijven dat er iets geslikt werd, omdat ik dat heel verstikkend vond. Zo kom je ook bij de bonobo's terecht: met xtc gaan je pupillen wagenwijd open staan en bonobo's zijn apen die elkaar in de ogen kijken tijdens het bedrijven van de liefde. De bonobo is een metafoor voor een soort ideaal samenzijn. Er zit ook echt een 'bonoboscène' in het stuk op het moment dat deze mensen op een primitieve, maar lieve manier even echt samen zijn. Bonobo's zijn hier mensen die voor alles geen conflict willen hebben. Als deze apen gevoerd worden in de dierentuin en het autootje met bananen komt aanrijden, bedrijven ze eerst de liefde met elkaar. Ze willen niet vechten om een banaan en dus zoeken ze lichamelijke bevrediging. Als ze dan uitgeput zijn van hun orgasmes kunnen ze de bananen rustig verdelen, omdat de explosie al voorbij is en er niets meer valt te halen. Het is niet mijn ideaal van samenleven, maar het is wel een ideaal: de conflictloze wereld.'

OSCAR VAN DEN BOOGAARD

'De nacht van de bonobo's' wordt van 7 (première) tot 9 november gespeeld in het Kaaitheater, Brussel (02/201.59.59), op 15 en 16 november in Vooruit, Gent (09/267.28.28) en op 6 en 7 december in DeSingel, Antwerpen (03/248.28.28). 'Lava Lounge' wordt van 16 (première) tot 30 november gespeeld in de Rotterdamse schouwburg (0031/10/411.81.10).

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud