Het besluit van Brugge

(tijd-cultuur) - Brugge 2002 loopt naar zijn eind. Van februari tot november was Brugge, samen met Salamanca, culturele hoofdstad van Europa, maar na volgend weekend is het definitief gedaan. Of toch niet? Intendant Hugo de Greef maakt de balans op. Maar eerst is er nog het slotweekend.

Hugo de Greef: 'Het is een beetje raar om nu al terug te blikken, omdat we eigenlijk nog volop bezig zijn. Maar ik heb zeker een algemeen gevoel van tevredenheid. Brugge heeft, als kleine stad, de lat vrij hoog gelegd. Alleen al de beslissing een groot concertgebouw te bouwen, in een hedendaagse architectuur, is ambitieus. Net als het feit op zich dat Brugge zich kandidaat stelde als culturele hoofdstad. Het heeft voor ons in de voorbereidingsfase heel wat werk gevraagd om af te tasten hoe we het wilden aanpakken. Daar hebben we ook vrij strenge keuzes in gemaakt. We kozen voor een basis die het geheel schraagt naar het grote publiek, maar met toch wel zeer kwaliteitsvolle producten. Dat waren de drie grote tentoonstellingen: 'Jan van Eyck', 'Hanze@medici' en 'Besloten wereld, open boeken'. Dat moest ons draagvlak worden om dagelijks een groot publiek aan te trekken. Het heeft gewerkt: wij hebben ongeveer 450.000 bezoekers gehad, wat toch een enorm aantal is.'

Het draagvlak was er dus, en daarop wilden De Greef en co een programma bouwen dat niet louter verwijst naar de geschiedenis, maar ook naar vandaag. 'Daar zijn heel wat initiatieven rond gebeurd, waarbij het ene wat geslaagder was dan het andere. De twee belangrijkste polen waren hedendaagse kunst en hedendaagse architectuur. Het project rond hedendaagse architectuur is volgens mij ten volle gelukt. De projecten werden relatief geïntegreerd in de stad, naar analogie met het concertgebouw. Ik denk daarbij aan de twee bruggen, eentje van Conzett en eentje van West-8, en natuurlijk ook aan het paviljoen van Toyo Ito op de Burg. Dat was voorzien als tijdelijk project, maar het stadsbestuur ging er mee akkoord om het daar langer te laten staan. Inzake hedendaagse architectuur hebben we Brugge zeker op een kaart gezet. Bovendien hebben we ervoor gezorgd dat er van overheidswege uit niet meer kan worden gebouwd zonder aandacht te hebben voor hedendaagse architectuur.'

Wat hedendaagse kunst betreft, heeft De Greef duidelijk gekozen om niet te debatteren, maar wel een debat te stofferen. 'In die zin dat ik vind dat hedendaagse kunst in elke stad een plaats moet hebben. Maar niet elke stad moet een S.M.A.K. hebben. Dus was de vraag, hoe geef je in Brugge plaats aan hedendaagse kunst? We kozen om elementen aan te reiken die stof bieden om daarover te discussiëren. De werken werden bijna in de stad geïntegreerd, en daar is in een aantal gevallen zeker commentaar op te geven.'

De Greef: Ik heb het gevoel dat .WAV, ons geluidenparcours, door het publiek te weinig als een geheel ervaren is. We waren er wel sterk mee aanwezig in de stad, maar meer dan waarschijnlijk bestond het gros van het publiek uit wandelaars die bij toeval voorbij kwamen. Ook 'Octopus' kun je noemen. Er waren duidelijk heel sterke kunstenaars en heel mooie werken, maar aan de andere kant waren er ook sites die een beetje verloren gingen in het geheel. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de Veemarkt. Onze aanpak pakte niet altijd, sommige zaken bleven te wazig in het geheel.'

De Greef: 'Actuele kunst heeft sowieso al een bepaalde moeilijkheidsgraad. Bovendien gingen we ervan uit dat mensen wel in hoofdzaak naar Brugge kwamen voor de grote tentoonstellingen, maar ondertussen toch ook andere zaken zouden meepikken. Dat bleek niet zo vanzelfsprekend: er werd iets rigoureuzer vooraf gekozen wat men wou zien en wat niet. Misschien had de presentatie soms wat beter kunnen zijn.'

Toch denkt Hugo de Greef dat men over het algemeen positief kan zijn over Brugge 2002, ook wat podiumkunsten betreft. 'Daar hebben we duidelijk gekozen om de uithoeken te exploreren, zowel op het vlak van muziek, dans als theater. We wilden alle mogelijke hoeken en kanten van het aanbod afwandelen, om zo de mensen te tonen wat er vandaag allemaal gebeurt. En daar zijn we uitstekend in geslaagd. Je voelt natuurlijk waar de grote publieksaandacht naartoe gaat, maar als ik zie dat een niet zo toegankelijk hedendaags muziekproject als Champ d'Action toch 500 bezoekers haalt in Brugge, dan ben ik zeer tevreden.'

In hoever heeft dit cultuurjaar het publiek uit de Brugse regio, waar men toch veel belang aan hechtte, kunnen bereiken? De Greef: 'Bij een dergelijk evenement moet je altijd drie publieksniveaus onderscheiden. Wij hebben ze de drie B's genoemd: Brugge, Binnenland en Buitenland. Overal zie je, als er iets georganiseerd wordt, dat het grootste bezoekerspercentage uit de regio komt. Ook hier was er een grote interesse uit de Brugse regio. Ik vond het zeer belangrijk dat mensen uit de regio zoveel mogelijk dingen konden meemaken die in de regio gebeurden. Vandaar ook de Poorterspas, een reductiekaart voor Bruggelingen. Daar zijn er 10.000 van verkocht, dus een Bruggeling op twaalf heeft zo'n pas gekocht. Ten tweede was het voor ons heel belangrijk te communiceren op nationaal niveau, om met campagnes en spots duidelijk te maken aan de Belgische bevolking dat Brugge meer te bieden heeft dan wat men kent. Het imago van Brugge in het hele land moest een vervollediging krijgen: Brugge beweegt. Op nationaal niveau hebben we de beeldvorming van de stad zeker veranderd. Internationaal is dat minder het geval: daar liep onze communicatie via toeristische kanalen, en dan zit je toch altijd met het gegeven dat Brugge een verkoopsproduct is. Het middeleeuwse Brugge, met het Minnewaterpark en de bootjes, is daarbij veel makkelijker aan de man te brengen dan bijvoorbeeld hedendaagse architectuur. Toch is er ook grote belangstelling geweest vanuit het buitenland. Zo stel ik vast dat de Fnac in Parijs enorm veel tickets verkocht heeft, en dat we bij de tentoonstelling van Van Eyck meer Franstalige dan Nederlandstalige catalogussen verkocht hebben.'

Hoe verliep de samenwerking met het stadsbestuur?

De Greef: 'Heel positief. Ik denk dat een van de redenen van ons succes ligt in de goede relatie met het stadsbestuur, dat ons altijd gesteund heeft. Je doet dat bijvoorbeeld niet zomaar, Toyo Ito een paviljoen laten bouwen op de Burg en dat daar ook laten staan.'

De Greef: 'We hebben nog niet echt de laatste cijfers, maar zoals de prognoses het laten uitschijnen zullen we heel proper eindigen, zal het ook op het financiële vlak een mooi afgerond verhaal zijn.

Wat blijft er over van Brugge 2002 na volgend weekend? 'Het duidelijkst is natuurlijk de infrastructuur die behouden blijft, met het Concertgebouw voorop. Maar ook de werkplaats voor podiumkunsten op de Groenplaats blijft, en er komt een regionaal jongerencultuurcentrum, dat eind dit jaar klaar moet zijn. Daar hebben we mee aan gesleuteld en we hebben er ook sterk voor gelobbyd dat het er zou komen. Dat zijn allemaal zaken die naar aanleiding van 2002 gerealiseerd zijn. Het is ook zo goed als zeker dat de structuur VZW Brugge 2002 blijft bestaan, om de cultuurdynamiek die is ontstaan te confirmeren en culturele projecten in Brugge te blijven organiseren, een beetje zoals Antwerpen Open. Een aantal projecten zal ook een vervolg kennen. Ik denk dan aan het jazzfestival, dat een tweejaarlijks evenement wordt, maar ook aan .WAV en wijk-up, ons programma in de wijken. En ten slotte is er de gewijzigde mentaliteit. Dat is het meest abstracte, maar ook het meest interessante, dat de mensen zin hebben gekregen in meer. Dat is uiteraard niet zo makkelijk te meten, maar ik meen wel dat het zo is.'

'Maar voor we definitief afscheid nemen van het culturele jaar in Brugge, nodig ik iedereen uit voor een slotdrink op de Burg op zaterdag 16 november vanaf 20u.'

Saskia VEREENOOGHE

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud