'Octopus' en 'Hanze@Medici': Rijk worden in Brugge

In Brugge slaagt de tentoonstelling 'Hanze@Medici' erin het handelsverkeer en de financiële wisselmarkt als idyllische activiteiten voor te stellen. Op vier locaties in de stad wordt de commerciële bloei van Brugge tussen 1300 en 1600 met veel verve geëxposeerd. Wie geen koopman of wisselaar is, heeft zin het alsnog te worden. De handelsschepen komen toe, de nieuwe hijskraan staat klaar.

In de titel van de tentoonstelling 'Hanze@Medici' zitten twee addertjes verscholen, of beter, een apestaartje en een euroteken. Daarmee wil men in Brugge aangeven dat de commerciële activiteiten in de stad tijdens de late middeleeuwen iets hedendaags hadden, wat snelheid en spreiding betreft. Het gebruik van het apestaartje is historisch niet eens onterecht, het werd inderdaad reeds 500 jaar geleden gebruikt in Italiaanse boekhoudkundige geschriften, zij het om een afstand aan te duiden. Een dergelijk document kan men op de tentoonstelling zien. En het euroteken is symbolisch even fijn gevonden. Het onderwerp van de tentoonstelling 'Hanze@Medici' is Europees: de internationale handel en beursactiviteiten in Brugge, dankzij de aanwezigheid van Duitsers, Italianen en vele anderen in de stad. Brugge had omstreeks 1300 zo'n 40.000 tot 45.000 inwoners, en was daarmee een van de grootste steden van het toenmalige Europa, een metropool naast Gent, Parijs en enkele Noord-Italiaanse steden. Het was een kosmopolitische stad waar vele nationaliteiten, in een wirwar van talen en gebruiken, met elkaar leefden en werkten. Ten noorden van de Alpen was Brugge in die tijd veruit het belangrijkste handelscentrum.

De tentoonstelling brengt het verhaal van de internationale handelaars en beursmakelaars tegen een achtergrond van torens, puntgevels en monumenten. De oude stadskern zelf maakt immers deel uit van de tentoonstelling, die gespreid is over vier locaties. De wandeling van de ene plaats naar de andere roept de sfeer van weleer op. De vier locaties zijn stuk voor stuk historische gebouwen die met het onderwerp te maken hebben. Het parcours vat aan in het Provinciaal Hof, gelegen aan de Markt, de plek waar in de middeleeuwen de Waterhalle stond. In de Waterhalle kwamen de via het Zwin aangevoerde waren toe. De bezoeker wandelt nadien naar een pand dat de Poortersloge heet, een gebouw opgetrokken in het begin van de 15de eeuw als ontmoetingplaats van de vooraanstaande burgers van Brugge, de poorters. Het volgende deel van de tentoonstelling bevindt zich in de zogenoemde Saaihalle, in 1399 gebouwd als natiehuis van de kooplui uit Genua. De tentoonstelling eindigt in het Hof Bladelin, waar in de tweede helft van de 15de eeuw de bank van de Medici kantoor hield. Het is nu een nonnenklooster.

Dat stedelijke decor wordt nog eens extra benadrukt door een kraan. In de late middeleeuwen beschikten grote havens over een hijskraan om de schepen te lossen. De constructie was geïnspireerd op de houten hijstoestellen met wielen, gebruikt bij de bouw van kerken. De takeltouwen waren bevestigd aan een zware, spits uitstekende windas. De windas werd aangedreven door twee grote, zijdelingse wielen waarin mensen liepen. De zeeschepen kwamen tijdens de middeleeuwen niet in Brugge zelf toe, zij meerden af in Damme. Daar werd hun lading overgehesen op kleinere boten die naar Brugge voeren. Reeds in 1269 werd in Damme een kraan geplaatst. In Brugge liet het stadsbestuur een eerste houten kraan optrekken in1288 aan het kanaal op de Markt. Toen een paar jaar later op dezelfde plaats de Waterhalle werd gebouwd, verhuisde de kraan naar het huidige Kraanplein. Nu is daar een reconstructie van zo'n oude stadskraan te zien, gemaakt door de leerlingen van het Vrij Technisch Instituut in Brugge. Het houten gevaarte past wonderwel in die historische omgeving.

De titel 'Hanze@Medici' geeft meteen aan waarover het gaat. De Hanze was een Duitse koopmansgilde, die tot doel had de internationale handel te bevorderen en de winst te vergroten. De vereniging ontstond in oude havensteden zoals Bremen en Hamburg, en later in Lübeck. Er werd een netwerk van kantoren opgericht in diverse commerciële centra van Europa, zoals in Londen en Brugge. De Hanze voerde met de stedelijke overheid en met de heersende adel onderhandelingen, ten einde bescherming te genieten en handelsprivileges binnen te halen. De Hanze was een geduchte niet-gouvernementele macht, die onder meer in staat was handelsblokkades op te werpen.

Voor Brugge waren de activiteiten van de Hanzekooplieden van vitaal belang. Zij voerden onder meer pelsen en allerlei natuur- en landbouwproducten aan, zoals amber en graan. Tegen het einde van de 13de eeuw werd Brugge een handelscentrum tussen het noorden en het zuiden van Europa. Merkwaardig is dat de Bruggelingen zelf de handel in eigen stad overlieten aan vreemdelingen. De tentoonstelling is dan ook vooral het verhaal van buitenlandse handelaars.

De buitenlanders werden in eerste instantie aangetrokken door de faam van het Vlaamse laken, waarvoor Brugge als uitvoerhaven fungeerde. Ze ontdekten gaandeweg de onbegrensde mogelijkheden van uitwisseling van goederen met collega's-handelaars uit de meest uiteenlopende handelsregio's en steden in Europa. De komst van Engelsen, Spanjaarden, Portugezen en vooral van Italianen was, naast de Hanze, een even essentiële factor in de commerciële hoogbloei van Brugge. De zuiderlingen groepeerden zich eveneens, dikwijls per stad, in wat 'naties' genoemd werd. In de tentoonstelling staan de Medici symbool voor de inbreng van de handelssteden uit het zuiden. De handelsfirma en het bankimperium van de Florentijnse familie De Medici, die in Brugge in de 15de eeuw een filiaal openhield, was daarin ontegensprekelijk een hoofdrolspeler.

Dankzij de Italianen werd bovendien een nieuw en veel handiger systeem van internationale betaling ingevoerd, met name de wisselbrief. De wisselbrief was een kredietinstrument op korte termijn. In de brief gaf de ondertekenaar aan zijn zaakgelastigde in een andere stad de opdracht een bepaalde geldsom, uitgedrukt in deze of gene munt, op een bepaalde vervaldatum te betalen aan een genoemde persoon. Er moest dus niet langer baar geld worden meegestuurd met de schepen. De zaakgelastigde zelf spekte zijn kas met de verkoop van aangevoerde waren. Gaandeweg werden wisselbrieven ook verhandelbaar.

Omdat de wisselkoersen tussen de verschillende munten op verschillende plaatsen fluctueerden, kon er, door de goed geïnformeerde handelaars, ook extra winst worden gemaakt. Winst op kapitaal, intrest dus. Dat was meteen een manier om het kerkelijke verbod op het aanrekenen van intrest bij leningen te ontwijken. De kerk beschouwde wisseloperaties als een valabel handelsrisico. De ontwikkeling van de wisselbrief betekende een doorbraak voor de internationale handel. In Brugge was de handel in wisselbrieven en waardepapieren geconcentreerd op een pleintje. Aan dat pleintje was de herberg van de familie Van der Beurse gelegen. Uiteindelijk zou het begrip beurs, in de zin van aandelenmarkt, internationaal naar die familienaam worden genoemd.

De economische hoogbloei van Brugge begon te tanen op het einde van de 15de eeuw. Dat had niet alleen te maken met de verzanding van het Zwin. Ook vroeger moest Brugge de vaargeul van het Zwin uitbaggeren. Brugge beschikte vanaf 1488, na de opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk, over onvoldoende middelen voor de baggerwerken. Bovendien verlegde de handel zich naar het vervoer over land. Daarvoor bleek Antwerpen als knooppunt beter geschikt. De handelsactiviteiten van de zuiderse naties verlieten Brugge voor Antwerpen. De geldhandel verhuisde mee. In 1520 voeren Venetiaanse galeien voor het laatst de Zwinmonding binnen. Rond 1530-1540 waren er ook geen kooplui van de Hanze meer bedrijvig in Brugge.

De twee commissarissen van de tentoonstelling, Ronny Gobyn en André Vandewalle, zijn erin geslaagd dit economische verhaal levendig uit te beelden. Dat is vooral te danken aan de uitgekiende scenografie. De vormgeving van de tentoonstelling is erop gericht verhalen te vertellen. Er wordt veel met historiserende reconstructies en illusies gewerkt. De bezoeker wordt uitgenodigd luiken open te doen en schuiven uit te trekken om allerhande middeleeuwse voorwerpen en kunstige objecten te ontdekken. Het verhaal wordt echter te fraai voorgesteld om waar te zijn. Men krijgt er het gevoel dat de handel in Brugge bijna hoofs verliep. In werkelijkheid waren de internationale kooplui gehaaid, zij schrikten er niet voor terug de stad en de landheer zo nodig te chanteren.

Tot de koninginnestukken van de tentoonstelling behoort een reeks kostbare middeleeuwse verluchte handschriften. Ook de zogenoemde Baroncelli-diptiek uit de Uffizi in Florence, een dubbelportret van een handelaar en zijn vrouw, mag gezien worden. Even zeldzaam als prachtig is een 15de-eeuws lederen koffertje, afkomstig uit de kathedraalschat van Lucca, waarop 21 taferelen staan afgebeeld in de stijl van de Vlaamse Primitieven. Men kan er verder een middeleeuws wisselkantoor zien, rekenboeken en rekeninstrumenten, kaarten, oorkonden met zegels, een stokbeurs uit leder en hout, zeldzame middeleeuwse stukken textiel, en een metalen geldkoffer met een ingewikkelde slot. De vreemde kooplui bleken zich in Brugge best te amuseren. Een miniatuur geeft een voorstelling van een zogenoemde badstoof. In zulk etablissement kon men een warm bad nemen. Men kon er ook eten en drinken. Wie nog meer wilde potverteren, vond er bereidwillige vrouwen. Het bed stond klaar.

'Hanze@Medici - Brugge, wisselmarkt van Europese culturen'

In het Provinciaal Hof aan de Markt 3, de Saaihalle aan Vlamingenstraat 33, het Hof Bladelin aan de Naaldenstraat 19, en de Poortersloge aan de Academiestraat 18 in Brugge. Tel.: 070/22.33.02. Tot 8 september. Open op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 10 tot 18 uur, op woensdag van 10 tot 21 uur, en op zaterdag en zondag van 9 tot 18 uur. Toegang 8 euro. De catalogus, uitgegeven door Kunstboek, kost 30 euro. Er is ook een dunnere bezoekersgids aan 9 euro.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud