Advertentie

Raoul de Keyser: Op de breedte van het veld

Kijken naar kunst is altijd leuker dan schrijven over kunst. Dat geldt zeker wanneer het gaat over het werk van Raoul de Keyser (°1930). Zijn schilderijen zijn te weerbarstig om zich gemakkelijk in woorden te laten vangen. Misschien is het wel daarom dat De Keyser niet erg tuk is op interviews, hoewel hij liever dicht in de buurt van zijn schilderijen zijn verhaal doet, dan op een plaats waar geen van zijn werken te zien is. Een gesprek naar aanleiding van zijn tentoonstelling in het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle.

'Ik ben net een biografie over Cyriel Buysse aan het lezen waarin staat dat ook hij niet graag interviews gaf', zo opent De Keyser het gesprek. Toch praat hij met stijl en zwier en zal hij mij zonder veel stiltes anderhalf uur op sleeptouw nemen. Zijn kleurrijke woordgebruik, de goesting waarmee hij praat, maar vooral de ironie doen het beeld van de strenge, bijna aristocratische kunstenaar verdwijnen dat fotograaf Stephan Vanfleteren in een portret voor De Morgen van hem geschetst heeft.

In een tekst over het werk van Raoul de Keyser beschrijft Roland Jooris hoe zij na het bezoeken van een tentoonstelling in Deinze samen iets drinken aan Vosselareput, waar de schemering is ingezet en er een gordijn van mist gevallen is over de oude Leiearm en de velden eromheen. Jooris: 'Het halfduister vult de eetzaal en de blik door het venster op het landschap verdwijnt langzaam. Ik voel wat die omgeving voor De Keyser betekent. Zoveel ervaringen, zoveel herinneringen. De ochtendlijke zwempartijen. Het kanovaren. Dit kan je niet schilderen, zie ik hem denken, dit licht dat door de bodem dringt. Terwijl we daar zitten, komen mij een paar van zijn schilderijen voor de geest - hun gesatureerde kleuren, hun ruwe, onopgesmukte taal. Ik voel meer dan ooit tevoren hun aanwezigheid in mij. Wanneer ik het hem vertel, kijkt hij me vragend en onbegrijpend aan, alsof hij mij ervan op de hoogte wil stellen dat hij sinds lang in zijn werk met thema's bezig is die niets met de perceptie van het landschap te maken hebben.'

De vragende reactie van De Keyser maakt de interpretatie door criticus Wim van Mulders aannemelijk. Van Mulders schrijft hoe de schilderijen van De Keyser soms hun vertrekpunt vinden in de realiteit, maar tijdens het schilderproces aanleiding geven tot nieuwe vormen, structuren en motieven totdat 'de vormen niet langer naar de buitenwereld verwijzen'. Is er voor De Keyser zelf een duidelijke verwantschap tussen zijn werk en het landschap waarin hij opgegroeid is en nog altijd leeft?

'Zestien jaar geleden vroeg ik het me ook af toen ik voor het laatst mijn werk in het Museum Dhondt-Dhaenens tentoonstelde. Ik heb altijd in en rond Deinze gewoond. Eerst in Petegem, later in Astene. Ik ben een liefhebber van de Leie, van het licht tussen die Leieboorden. Toen ik aan de Universiteit van Gent werkte, reed ik daar altijd met de fiets naartoe. Nooit langs de steenweg. Ik had drie routes. Langs Nazareth, Ooidonk of binnendoor over Deurle. Ik heb ook veel gezwommen in de Leie. In Vosselareput. Ik ben een liefhebber van water. Geen zwemmer, wel een bader. Ik heb het landschap zien veranderen, al die aanslagen erop zien gebeuren, maar we komen er toch niet los van. Ik heb een Italiaan gekend die in Gent aan een boek werkte en die kon maar niet zwijgen over dat licht. De wisseling ervan en de reflecties op het water. Ik weet niet of het dat licht is dat terug te vinden is in mijn werk. Ik sta daar te dicht bij.'

Behalve dan in de teksten van Roland Jooris, vormt in de literatuur over het werk van De Keyser een vergelijking tussen de schilderijen van De Keyser en het landschap niet de meest geliefde invalshoek. Het schilderij 'Zilver' en de reeks 'Bleu de Ciel' uit 1992 lenen zich daar nochtans gemakkelijk toe. Zeker wanneer je ze naast het werk 'Matin sur la Seine' (1887) van Claude Monet plaatst. In wezen is er weinig verschil tussen het betoverende ochtendlicht dat Monet in een mystieke waas over de Seine laat schijnen en het hemelse licht dat uit de doeken van Raoul de Keyser straalt.

Liever heeft men het over het dralen, twijfelen, aarzelen en veranderen waarmee men probeert om de 'oncategoriseerbaarheid' van het werk van De Keyser aan te duiden. De Keyser schildert nu eens figuratief, dan weer abstract. Soms zuigen zijn schilderijen je meteen op, terwijl andere werken je bewust op een afstand houden. De Keyser had duidelijk genoeg van dit predikaat van de eeuwige twijfelaar en stak er dan ook bewust de draak mee door zijn tentoonstelling in Deurle 'Surplace' te noemen. Daardoor komt de nadruk niet langer op het dralen te liggen, maar wel op het pijlsnel vooruitschieten. Zoals een coureur die de pedalen eerst even inhoudt en kijkt om daarna te ontploffen.

Als bewijs neemt hij me mee naar het werk 'Across 1 (Op de plaats)' uit 2000 dat hij 'in tien minuten tijd geschilderd heeft'. Hij grapt met het feit dat de kleur van dit werk in 'vuiloranje' verkeerd besproken werd, aangezien men voor de bespreking van een reproductie van het werk vertrokken was en niet van het origineel. Hij vertelt hoe hij heel tevreden was met een kritiek in een krant uit New York die de zwart omlijnde vormen vergeleek met goudvissen in een glazen bokaal die de randen nauwelijks durven te raken. En hij wijst met zijn vinger naar de minuscule plaats die er tussen de rand van het schilderij en een van die vormen blijft bestaan. 'Hij heeft goed gekeken', besluit De Keyser, 'en daar hou ik van.'

'Toen ik hier vrijdag in het museum rondliep met een reporter van Radio 1, stelde ik hem meteen de vraag of we abstract of figuratief zouden redeneren. We begonnen bij het eerste schilderij van de tentoonstelling en ik vertelde hoe je daar allerlei vormen in kon herkennen. Bij het schilderij 'Warm Up' maakte ik de vergelijking met het tactische bord dat vroeger in het voetbal werd gebruikt. De lijnen zijn dan de bewegingen die de spelers uitvoeren. 'En waar staat het doel dan?', vroeg de reporter. 'Het is een oefening op de breedte van het veld, zonder doel', antwoordde ik hem. 'En waar staat Wilmots?', vroeg de reporter. 'Wilmots staat buiten het veld', zei ik. Ik was goed op dreef bij die rondleiding. Maar toch. Ik voelde me zo de dingen simplificeren.'

De tijd waarin De Keyser zelf nog als correspondent voor de Gazet van Antwerpen werkte, ligt al lang achter hem. 'Het waren niet meer dan veredelde aankondigingen. De schoonste tijd waren de vijf maanden waarin ik anoniem geschreven heb en ondertekende met RDK. Dan vroeg men mij of ik soms die RDK kende.' Voor De Keyser waren de professionele activiteiten buiten zijn bestaan als schilder een goede manier om het klimaat waarin hij werkte zuiver te houden. 'Wanneer je professioneel met de passie van je leven bezig bent, wordt er je altijd iets van die passie afgepakt. Het is soms beter om er in je eigen reservaat mee bezig te zijn.'

Het blijft altijd moeilijk om de gepaste woorden te vinden voor de betovering die ontstaat bij het kijken naar de werken van De Keyser waarop vaak niets meer te zien is dan wat vormen, vlakken, lijnen, stippen en vlekken. 'Surplace nr.2' (2002) bestaat uit elf bruinrode lijnen die op een donkerrode ondergrond getrokken zijn. Als een trap zweven ze in een witte ondergrond waar af en toe wat blauw doorschemert. Een oranjestrook bovenaan en een vuilwitte band onderaan doen het werk in de breedte uitzetten. De heldere kleuren bezorgen het werk zijn blijmoedige karakter. De compositie doet het werk vibreren. Er zit een bepaald ritme in dat het doek doet leven.

Maar ook het veeleer onheilspellende zwartblauw op de werken 'Come on, play it again nr.1' (2001) en 'Surplace nr.3' (2002) bezitten een onweerstaanbare aantrekkingskracht. 'Come on, play it again nr.1' is een herwerking van het werk 'Retour 1' uit 1999. Gelijkaardige vormen vullen het doek op beide schilderijen. In 'Come on, play it again nr.1' zijn de vormen uitgespaard in een zwartblauwe vlakte. De felle, witte randen die daaruit zijn ontstaan steken scherp af tegen de donkere achtergrond. Het meeste lijken ze nog op gestileerde wolken die op een donkere regennacht voor het licht van de maan voorbijtrekken.

De subtiele variaties in blauw en zwart die beide doeken vullen, doen je ogen over de schilderijen wandelen, alsof je door een landschap flaneert en met al je zintuigen op scherp helemaal opgezogen wordt door wat er om je heen gebeurt. In 'Surplace nr.3' breekt de blauwzwarte massa in het midden open. Een met voorzichtig blauw doorspekte witte strook waarin een aantal rode lijnen getrokken zijn, vormt een prachtig tegengewicht voor de donkere massa die het hele schilderij dreigt in te nemen. Een donkere onweershemel waar na al het kabaal de hemel terug opentrekt?

Raoul de Keyser: 'Surplace' nog tot 8 september in het Museum Dhondt-Dhaenens, Museumlaan, Deurle. Open van 13 tot 17 van dinsdag tot vrijdag. Zaterdag, zondag en feestdagen van 11 tot 17u. Gesloten op maandag. Tel.: 09-282.51.23, www.museumdd.be

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud