Rhythm 'n Blues Festival: Verweesde rock

Het Rhythm 'n Blues Festival sluit zaterdag af met Willy Deville als topper. De New Yorkse rocker geniet in Europa met hits als 'Spanish Stroll' en 'Hey Joe' nog steeds een benijdenswaardige populariteit, terwijl hij over de oceaan amper aan de bak komt. Zoals zovele collega-rockers moet Deville het zonder platencontract zien te rooien: 'Ik vind het erg om het te zeggen, maar in de States is rock-'n-roll dood.' Desondanks trekt de bijna 50-jarige Deville begin volgend jaar de studio in om een opvolger op te nemen voor 'Horse Of A Different Color', een cd die alweer van 1999 dateert.

Willy Deville was nooit te beroerd om tegen de muzikale modetrends in te roeien. Dat hij daarmee niet de favoriet van de platenbonzen is, kon hij al in het begin van zijn carrière ondervinden. Willy Deville werd als William Borsey in 1953 in Connecticut, vlakbij New York, geboren. De muziek waarvan hij van jongsaf aan in de ban raakte, waren de radiohits van zijn tijd. 'Het eerste wat ik me herinner, zijn de songs van de meidengroep The Crystals. Hoe heten ze ook weer? 'Da Doo Run Run' en 'Then He kissed Me', man, daar was ik weg van', zegt de rootsrocker tijdens een telefonische babbel. Maar zijn muzikale achtergrond is uitermate breed. 'Mijn grootste voorbeelden waren ongetwijfeld de bluesgroten Muddy Waters en Sam Lightnin' Hopkins. Ik luisterde ook naar de oude Delta-blues, cajun, New Orleans rhythm 'n blues en uiteraard ook Mexicaanse volksmuziek. Al deze invloeden zou je in mijn eigen composities moeten terugvinden, maar zeker niet die van The Beatles.'

Een navelstaarder kun je Willy Deville dus moeilijk noemen. Maar met dergelijke muzikale bagage was het niet simpel om in de postpunkperiode en het begin van de new wave van eind de jaren '70 aan de bak te komen. Deville raakte gedesillusioneerd door het New York van die tijd en verkaste als 21-jarige naar Londen, dromend van een professionele doorbraak. 'In die tijd speelde ik hoofdzakelijk Delta-blues en daar was in de States geen markt meer voor. Blues was compleet uit de mode. Zelfs iemand als Jimi Hendrix moest eerst zijn heil in Engeland zoeken. Inderdaad, de geschiedenis is nooit vriendelijk voor degenen die haar groot hebben gemaakt', merkt Willy Deville filosofisch op.

Maar ook Londen zorgde niet voor de grote doorbraak in 's mans carrière. In 1974 keerde Deville terug naar de States. Hij vormde een trio dat aan de basis van het latere Mink Deville zou liggen en deed het kleine clubcircuit in San Francisco aan. Deville had een vaste stek in de beruchte SM-keet Fulsom Street Barracks. Op zijn 25ste zocht de man opnieuw zijn heil in The Big Apple. Deze keer was het wel prijs. Lou Reed met The Velvet Underground en Andy Warhol hadden in de jaren '60 de basis voor een nieuwe muzikale modetrend gelegd. The Mink Deville Band zou van deze new-wavescène deel uitmaken. De groep deed 'gigs' in de befaamde CBGB-club, wat tot een platencontract leidde. Desondanks wil Willy Deville zich geen new-waveartiest horen noemen: 'Nee, wij waren 'prominent wave'. We wilden alles spelen wat met rock-'n-roll te maken heeft. Wij lieten onze krullen groeien. Ik weet niet waar de new wavers nu naartoe zijn. Maar ik ben er nog. Ik doe nog steeds mijn ding', zegt Willy Deville.

Mink Deville werd in het undergroundcircuit door de legendarische producer Jack Nitzsche ontdekt. Diezelfde Nitzsche die voor Phil Spector 'He's A Rebel' van, jawel, The Crystals had gearrangeerd. De twee jaar geleden overleden producer werkte ook jarenlang met The Rolling Stones samen en schreef de soundtrack voor 'One Flew Over The Cuckoo's Nest'. De samenwerking met Jack Nitzsche leidde tot het schitterende debuutalbum 'Cabretta' van 1977. De plaat bevat tijdloos geworden hits als 'Spanish Stroll' en 'Cadillac Walk'. Andere kaskrakers volgden: 'Return To Magenta' uit 1978 en het cajun-album 'Le Chat Bleu' uit 1980.

Mink Deville heeft een typische Amerikaanse sound. Maar hij is geen sant in eigen land. De groep doet het daarentegen voortreffelijk op het oude continent. In Europa staan Deville en bende op zowat alle grote festivals geprogrammeerd. Waarom slaat Deville op het thuisfront niet aan? 'Ik zal je zeggen wat je ongetwijfeld ook van Tom Waits en andere gelijkgestemden zou horen. In de States heeft niemand nog oren naar rock-'n-roll. Je ziet het aan de muziek die vandaag in onze charts genoteerd staat. Je merkt het aan wat voor nieuws op de markt komt. Het gaat veel meer om het concept dan om de muziek. Het is allemaal plastic. Ik haat het om te zeggen, maar rock 'n roll in de States is dood. Enkel bij jullie worden onze platen nog gewaardeerd', maakt Willy Deville de analyse.

Daarom trekt Willy Deville zich verder niks van de trends aan. In 1986 verlaat de zanger-componist The Bright Lights, Big City en vestigt zich in het zuiden vlakbij New Orleans op een ranch, kweekt paarden en is een opvallende observator van het plaatselijke clubcircuit. Het lag bijna voor de hand dat de Deville met zijn voodoo-uiterlijk en zijn liefde voor authentieke muziek een typische New Orleans-plaat zou maken. 'Het moment was gekomen toen een vriend van mij, eigenaar van het kleine New Orleans-label me vroeg een dergelijk album te maken', zegt Deville. 'En, weet je, deze stad beschikt over zo'n groot repertorium aan schitterende muziek, dat ik niet moeilijk te overtuigen was. De labeleigenaar haalde zijn singles vanuit zijn schooltijd van onder het stof, we maakten een selectie en gingen na welke bij mijn stem pasten. Ik wilde niet de internationale hits coveren, wel de singles die plaatselijk succes hadden. Dus deden we niet 'Mother In Law' van Ernie K-Doe maar 'Beating Like A Tom-tom'. Voor mij was deze plaat een educatief project. Ik wou bewijzen dat er al rock-'n-roll voor Elvis Presley en The Beatles bestond. Ook wou ik mijn fans laten kennismaken met muziek waarop ik verliefd ben. Het leuke was bovendien dat alle originele muzikanten van de R&B-scene van de jaren '50 in de studio aan die plaat kwamen meewerken: meesterproducer Allen Toussaint, Dr. John de nachtburgemeester van New Orleans, Eddie Bo en Leo Nocentelli en George Porter van de funkband The Meters. Weet je, ik stond daar als enige yankee tussen al die zwarte muzikanten. Door dit project heb ik in New Orleans echter vele vrienden gemaakt.'

De New Orleans-plaat 'Victory Mixture' was in Europa opnieuw een schot in de roos. Willy Deville heeft nog altijd een romance met de zuidelijke havenstad, maar hij woont er niet meer. 'Nee, dingen waren er aan het veranderen. Dus werd het tijd om mijn ranch te verkopen en mijn boeltje te pakken. Ik heb een tijdje in Mexico gewoond en ben nu terug in New York. Ik mis mijn New Orleans-vrienden, niet het weer. Waar ik na deze tournee naartoe trek, weet ik niet', zegt de rootsrocker.

In de jaren '90 zien we Willy Deville meer op de Europese podia dan in de opnamestudio. Dat belet hem niet om tussendoor toch drie sterke albums te maken. 'Backstreets of Desire' uit 1992 bevat de Mariachi-versie van 'Hey Joe' die in Europa alweer een hit wordt. 'Loup Garou' dateert van 1995. Zijn laatste cd is 'Horse of A Different Color'. Voor dit album deed Deville opnieuw een beroep op de diensten van een meesterproducer, deze keer Jim Dickinson, bekend van zijn werk met The Rolling Stones en Ry Cooder. Ook Dickinsons zoons, Luther en Cody, spelen mee. Beiden maken deel uit van het Fat Possum-klinkende trio The North Mississippi. Vooral slidegitarist Luther is prominent aanwezig op de cover van het Fred McDowell-nummer 'Goin' Over The Hill', het eerste bluesnummer dat Deville ooit op plaat zette.

Wat de toekomst brengt voor Deville, weet hij niet: 'Voor artiesten als ik is het bijna niet meer doenbaar om een aanvaardbaar platencontract in de wacht te slepen. Na deze Europese tournee kom ik in het najaar terug voor een toer met een trio met ikzelf, een bassist en een pianist. Dan zou ik opnieuw de studio in willen. De tijd is er rijp voor. Misschien werk ik weer samen met producer Philip Shenale van 'Loup Garou' en 'Backstreets of Desire'.

BELGIUM RHYTHM 'N BLUES FESTIVAL

19 tot 21 juli met onder andere Willy Deville, Duke Robillard Band, Tommy Conwell & The Little Kings, Dan Baird & Friends, Marcia Ball, The Extraordinaires en Buddy Guy. Inlichtingen: 011-61.07.20, www.brbf.be

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud