'Tour de Trance 2002' van Kamagurka: Zot van verf

(tijd-cultuur) - De missing link tussen Rubens en Suske en Wiske, zo noemde Rudi Fuchs het schilderwerk van Luc Zeebroek alias Kamagurka. Begin dit jaar stelde hij tentoon in Fuchs' Stedelijk Museum in Amsterdam. Een ruime selectie van de expressieve schilderijen is nu te zien in de Antwerpse galerie De Zwarte Panter. Kamagurka: 'Een schilderij moet naar je kijken.'

Als het in de perstekst staat, waarom het dan zelf nog proberen te formuleren? Dit is wat u in de galerie van Adriaan Raemdonck kan gaan zien: 'De verf, de vormen en het koloriet communiceren probleemloos met elkaar, nemen de juiste pose aan, vloeien in elkaar over, brengen elkaar voort of sturen aan op verrassende wendingen. Gedrochten die laveren tussen abstractie en figuratie, bevolken het papier, ogen puilen uit, fallussen en vulva's duiken overal op, hoofden worden vervormd, bebloede en afgehakte ledematen liggen verspreid in/over het doek. Als geen ander slaagt Zeebroek erin op een verrassend associatieve manier het hilarische en absurdistische te combineren met de wreedheid of de al dan niet seksuele fantasieën die in ieder van ons schuilgaan en waarvan we ons niet steeds bewust zijn.'

Op de vernissage zeggen de meeste mensen die de tentoonstelling ook in het Stedelijk zagen dat de ophanging in De Zwarte Panter warmer en directer is. De galerie is dan ook gevestigd in een voormalig gasthuis: Kama's doeken voelen zich perfect thuis in de wereld der kranken, onwilligen en krankzinnigen.

'Tour de Trance 2002' heet je tentoonstelling.

Luc Zeebroek-Kamagurka: 'Als je van die grote doeken schildert, en je staat negen uur in de geur van terpentijn, dan ben je volledig wég. Van schilders wordt vaak gezegd dat het dronkelappen zijn of dat ze kirrewiet zijn, maar misschien heeft dat eerder te maken met wat je al schilderend inademt. En het is dus effectief zo: die terpentijndamp brengt je in een soort roes, een trance.'

Kamagurka: 'Misschien moeten ze nog wat meer van die stoffen in de verf steken, dan schilderen we nóg beter. Fred Bervoets vertelde me hoe hij bij het etsen ook geconfronteerd wordt met de enorme smeerlapperij die in al die producten zit. Ik zou graag leren etsen, maar toen ik dat hoorde werd ik nog enthousiaster.'

Kamagurka: 'Schilderen is een echte luxe, weinig mensen kunnen zich dat permitteren. Schilderen is de totale vrijheid. Als ik bijvoorbeeld een tv-programma maak, dan moet je rekening houden met technische aspecten en... of nee: een reclameopdracht is het ergst. Ik heb er net een gemaakt voor Rizla. De tekeningen moeten dan voorgelegd worden aan een panel van doorsneemensen, en dan zie je hoe de beste dingen er een na een afvallen. Maar de klant is koning. Als ik op een podium sta, heb ik al wat meer vrijheid, maar dan ben ik weer afhankelijk van de geluidstechniek en zo. Als ik teken of schilder valt dat allemaal weg.'

Wat me vooral opvalt in deze werken is de alomaanwezigheid van het oog.

Kamagurka: 'Ik zal je vertellen hoe dat komt. In mijn ouderlijk huis hingen er altijd schilderijen aan de muur...'

Kamagurka: 'Nee, reproducties van bekende werken, maar ook werk van zondagschilders. Een van die reproducties was een schilderij van James Ensor, 'Zelfportret met bloemenhoed'. Mijn vader zei vaak: 'Je moet eens kijken. Als je híer staat dan kijkt hij naar je, als je dáár staat kijkt hij ook naar je, de ogen volgen je overal.' Jarenlang liep ik dus onverhoeds van de ene naar de andere plek in de kamer, loerde naar Ensor en ja: hij keek me altijd aan! (lacht) En sindsdien heb ik altijd iets van: een schilderij moet naar jou kijken. Jij kijkt wel, maar eigenlijk kijkt het schilderij ook. Als ik aan het schilderen ben, dan denk ik daar aan, en dan kan ik heel moelijk zonder een oog... Karel Appel liep met mij door mijn tentoonstelling in het Stedelijk, en hij zei: 'Ik zie te veel grimassen.' Hij vond m'n werk wel goéd, maar te veel grimassen dus. (zwijgt even) Maar hij is iemand die helemaal anders schildert, hij heeft me dat uitgelegd: hij stapt op zijn doek af en schildert zonder te kijken. Dan gaat hij weg, komt terug en schildert verder. Ik ben iemand die kijkt, als ik iets geschilderd heb ga ik heel ver staan om te zien of het klopt.'

In de recensies word je gelinkt aan een resem namen: Picasso, Ensor, Philip Guston, Lucebert... Ben je daar mee bezig?

Kamagurka: 'Er is zeker zoiets als invloed. Neem Lucebert: toen ik 18 was en op de Academie zat, zat ik in de les kunstgeschiedenis voortdurend te tekenen. Want ik vond toen: ik moet al die namen niet kennen, ik wil zelf iets máken. Het waren geen cartoons of zo, maar heel vrije beelden. Ik kocht toen ook een boekje, 'Dames en Heren' van Lucebert, en daar ontdekte ik diezelfde vrijheid, met fantastische tekeningen van hem. De vrijheid om dingen te deformeren, om je eigen beeld te maken. Kijk, neem dit schilderij: dat vertrok van het beeld van een boerka, maar dat wordt dan uiteindelijk dit (wijst naar fors geprononceerde vrouwenborsten). Het is een persoonlijke keuze die ik maak. Ik denk niet dat ooit al een schilder een boerka met grote tepels erop heeft geschilderd.' (lacht)

Kamagurka: 'Omdat ik me heb kunnen beheersen, anders had ik ze allemáál een titel gegeven. Ik ben iemand bij wie de titel er sneller is dan het werk zelf. Het aspect 'taal' is heel belangrijk, in alle aspecten van mijn werk.'

Als je aan het werk bent, maak je dan een onderscheid tussen: nu ben ik bezig voor tv, nu maak ik een cartoon en nu schilder ik?

Kamagurka: 'Dat is de grote misvatting van deze tijd: dat men denkt dat een schilderij eerder kunst is dan bijvoorbeeld een cartoon of een podiumoptreden. Voor mij is dat allemaal om het even. Ik vind dat ik kunst kan maken met een cartoon en een amateuristische grap kan maken met een schilderij. Vandaag wordt fotografie ook als kunst beschouwd, twintig jaar geleden was daar nog geen sprake van. Misschien wordt schilderen over twintig jaar ook niet meer als kunst beschouwd, we zijn trouwens al redelijk aardig op weg wat dat betreft: als je schildert, word je dezer dagen al een beetje als achterlijk bekeken.'

Wat je doet vertrekt dus vanuit één attitude?

Kamagurka: 'Het draait om de energie die ik in me voel. Een cartoon, een optreden, een schilderij...: ik steek er allemaal evenveel energie in. Met een schilderij ben je natuurlijk een tijd bezig, een cartoon gaat razendsnel, bijna alsof ik een foto maak. Als ik langer dan tien minuten aan een cartoon bezig ben, dan weet ik dat ik beter aan een nieuwe begin. Met een vriend heb ik al enkele keren een experiment gedaan: met een stopwatch in de hand geeft hij me telkens maximum twee minuten voor een cartoon. Klaar of niet klaar, daarna komt de volgende. In een uur kom je zo aan dertig cartoons, wát er ook opstaat. Maar het belangrijkste is dat je op die manier ongelooflijk geconcentreerd bezig bent. Daar leer je van.'

Jij kan dus 's ochtends pakweg de cartoon voor NRC maken, dan een paar uur schilderen en tegen vijf, zes uur de cartoon voor de Tijd maken.

Kamagurka: 'Tuurlijk kan ik dat. Maar ik geef toe: als ik met iets bezig ben, bijvoorbeeld schilderen, dan bestaat de kans dat dat doorwerkt in mijn cartoon voor die dag. Zeker als ik een paar uren in de terpentijn gestaan heb.' (glimlacht)

Word je ook beïnvloed door die hete adem vandaag in de nek van de kunstenaars: werken voor een breed publiek, laagdrempelig, toegankelijk enzovoorts?

Kamagurka: 'Dat is nu echt de kloterij van tegenwoordig. In al wat je brengt of doet luidt de eis: brééd gaan. Op den duur moet je zo breed gaan dat je onzichtbaar wordt. Ik doe daar niet aan mee, ik doe gewoon mijn ding. Het enige wat je kan doen, bijvoorbeeld als je tv maakt, is ervoor zorgen dat het zo professioneel mogelijk oogt. Ik ben nu een pilot voor een nieuw tv-programma aan het maken. Maar ook daar worden de eisen almaar formeler. Vroeger, als ik met de VRT of de VPRO werkte, dan sprak ik één mens aan, die mijn voorstel aanhoorde en dan al dan niet zei: doén. Binnen een jaar was je met dat programma op antenne. Nu is het eerste wat ze vragen: heb je een cassette? Je moet nu zelf een pilot-aflevering kant en klaar hebben op professioneel niveau, zo niet kan je het schudden. Je moet niet meer afkomen met een tof maar amateuristisch filmpje, gedraaid door je vriendin, en waarvan je van hoopt de ze er als professionals doorheen kunnen kijken. Dus je moet nu zelf fors investeren, vooraleer je een kans maakt.'

(Later op de avond vertelt Kamagurka wat meer over die pilot. Hij maakt hem samen met Luk Alloo. Een van de ideeën is die van de vele nieuwgebouwde maar ongebruikte bruggen in dit land, waar dan een gepensioneerde op gaat zitten: een bruggepensioneerde!)

Het voordeel van teken- of schilderkunst is dan toch dat je minder middelen nodig hebt.

Kamagurka: 'Ja, maar ook dan moet je een galerie, museum of andere tentoonstellingsplek vinden. Dat is altijd zo geweest, zelfs in de Middeleeuwen, waar je een kasteelheer als opdrachtgever nodig had. Je hebt altijd mensen nodig die op de juiste plaats zitten. Deze tentoonstelling was niet mogelijk geweest zonder Rudi Fuchs. Ik schilderde al langer, maar altijd op kleine schaal. Om vijf uur 's nachts, na een optreden, zag Fuchs me bezig, en hij nodigde me meteen uit voor een tentoonstelling in het Stedelijk. 'Ho, vroeg ik, hoe groot moet dat zijn?' 'Hoeveel zalen had je gewild?' antwoordde hij.'

Wat vond je van zijn uitspraak: Kamagurka is de missing link tussen Rubens en Suske en Wiske?

Kamagurka: 'Er is iets van. Je kan makkelijk zeggen dat het klassieke schilderen in mijn werk naar Rubens verwijst en het stripachtige naar Suske en Wiske. Maar het veld tussen beide is interessanter. Zoals Fuchs zei: schilderkunst is dát hier (wijst naar een punt op een van de schilderijen) . Alles vloeit hier door mekaar: lijnen, vlakken, beelden. Dat vind je nergens anders. Ik leer nu langzaam de schilderkunst ontdekken. Fred Bervoets vind ik heel goed, en Markus Lüpertz, Philip Guston...'

Maar blijkbaar heeft een kunstenaar toch een Verlichte Geest nodig om ontdekt te worden. In jouw geval was dat Fuchs.

Kamagurka: 'Dat is ook zo. Ik schilder eigenlijk al twintig jaar, maar hield dat voor mezelf. Tot Fuchs kwam. En als Guy Mortier me toentertijd niet gepubliceerd had in Humo, had ik wellicht ook niet gestaan waar ik nu sta. Een platform krijgen is essentieel. Als je geen platform hebt, dan sta je thuis alleen op je tafel. Ook wel interessant natuurlijk, maar toch.' (lacht)

'Tour de Trance 2002' van Luc Zeebroek-Kamagurka in galerie De Zwarte Panter, Hoogstraat 70-74, 2000 Antwerpen. Tot 22 december. Open donderdag-zondag van 13.30u. tot 18u. Info: 03/233.13.45.

De catalogus, uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, is ook in De Zwarte Panter verkrijgbaar tegen 22,50 euro.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud