Bescherming werelderfgoederen dertig jaar succesvol

(belga) - De Werelderfgoed Conventie van Unesco staat al dertig jaar in voor de bescherming van natuurlijke en culturele erfgoederen die van buitengewone waarde zijn voor de mensheid. Bekende als Werelderfgoed beschermde voorbeelden zijn de oude stad van Dubrovnik (Kroatië), de piramides van Gizeh en de Galapagoseilanden. In België staan onder meer de begijnhoven op de lijst.

De United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation (Unesco) richtte op 16 november 1972 een Lijst van Werelderfgoederen op. De initiatiefnemers meenden dat cultureel en natuurlijk erfgoed voor de mensheid waardevol is omdat het een toetssteen en referentiepunt is van ons aller identiteit. De sites van het Werelderfgoed behoren volgens Unesco aan alle volkeren ter wereld, zonder rekening te houden met het territorium waar ze zich bevinden.

In de loop der jaren zette Unesco in totaal 730 sites op de Lijst van Werelderfgoed. Zowel monumenten als landschappen kunnen door Unesco beschermd worden. Op die manier combineert de organisatie het behoud van culturele sites met de zorg voor het leefmillieu. Enkele voorbeelden zijn de Mont-Saint-Michel en de Nôtre-Dame in Frankrijk, de piramides van Gizeh in Egypte, de Acropolis in Athene, de archeologische site van Delphi, het Great Barrier Rif in Australië, de Galapagoseilanden in Ecuador, de tempel van Borobudur in Indonesië, de Taj Mahal in India... Van de 730 beschermde sites zijn er 563 cultureel, 144 natuurlijk en 23 gemengd.

België werd in juli 1996 als 147ste lid van de Conventie aanvaard. De eerste Belgische site die als werelderfgoed werd beschermd, was de groep van dertien Vlaamse begijnhoven, die in 1998 tijdens de vergadering van het Comité van het Werelderfgoed in Kyoto (Japan) werd ingeschreven op de lijst.

Later werden ook nog andere Belgische culturele en natuurlijke monumenten toegevoegd aan de lijst: de Brusselse Grote Markt, de scheepsliften op het Canal du Centre in Henegouwen, dertig Waalse en Vlaamse belforten, het historische centrum van Brugge, de vier gebouwen van architect Victor Horta in Brussel, de Nôtre-Dame Kathedraal in Doornik en de neolitische silexmijnen in Spiennes (Bergen).

Op de indicatieve Unescolijst, die sites vermeldt die in aanmerking komen voor een inschrijving op de Lijst van Werelderfgoed, staan onder meer het Antwerpse Museum Plantin-Moretus, de oude stadskern van Antwerpen, de middeleeuwse kern van Gent, de universiteitsgebouwen van Leuven en begraafplaatsen van de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek.

Dertig jaar na de oprichting van de lijst, hebben zich al 175 landen aangesloten bij de Unesco-conventie. Door toe te treden tot de Conventie erkennen de lidstaten dat de goederen die zich op hun grondgebied bevinden en die ingeschreven zijn op de Lijst effectief een Werelderfgoed vormen, zonder afbreuk te doen aan de nationale soevereiniteit en de rechten van de eigenaars. De lidstaten verbinden zich er dan ook toe om financiële en intellectuele bijstand te verlenen voor de bescherming van het erfgoed.

Dertig jaar na datum is de Conventie een onverdeeld succes, zegt Léon Pressouyre, een cultureel adviseur van Unesco. Hij stelt een opmerkelijke evolutie vast in de filosofie van de Conventie. "Aanvankelijk had men de zogenaamde Wereldwonderen voor ogen als te beschermen sites. Later werden vooral westerse sites, zoals historische stadscentra en religieuze, voornamelijk christelijke gebouwen, opgenomen op de Lijst. In 1994 werden de criteria herzien en kwamen ook culturele landschappen en natuurlijke sites in aanmerking. Ook nieuwe landen kwamen daardoor meer in de kijker, aldus Pressouyre in een tijdschrift van Unesco.

Toch moeten er volgens de culturele adviseur van Unesco nog vorderingen gemaakt worden. Vooral Afrika en Oceanië, en in iets mindere mate ook Latijns-Amerika en Azië, zijn nog ondervertegenwoordigd op de Lijst. Van de 175 aangesloten lidstaten zijn er nog 50 die geen site op de Lijst hebben staan. Ook wordt in sommige landen bepaald erfgoed niet als "cultureel correct" beschouwd, zoals sites van minderheden of daterend van een obscure of schandelijke periode, legt Pressouyre uit. Hij meent overigens dat het Verdrag de immense kloof tussen Noord en Zuid nog vergroot heeft.

Het dertigjarige bestaan van het Werelderfgoed wordt dezer dagen gevierd in de Italiaanse stad Venetië. Zo'n 600 deskundigen, politici, artiesten en zakenlui zullen er de verjaardag vieren en debatteren over de toekomst van het Werelderfgoed.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud