Wereldecongres architectuur bekritiseert "sterarchitecten"

(belga) - Met de dure eed zich tot "ecologisch bouwen" te (be)keren en felle kritiek op de zogenaamde internationale "sterarchitecten" is vrijdag het 21ste wereldcongres van de architectuur beëindigd. Op de vierdaagse bijeenkomst in Berlijn tekenden zo'n 6.000 vaklui - architecten, stedebouwkundigen en wetenschappers - aanwezig, en dat waren er minder dan verhoopt, zo zei de voorzitter van de internationale architectenunie (UIA), de Griek Vassilis Sgoetas.

De Duitse organisatoren hadden - terecht, zei Sgoetas - bewust nagelaten een deel van 's werelds beroemde architecten uit te nodigen, wat uiteindelijk resulteerde in ongeveer 4.000 deelnemers minder dan oorspronkelijk verwacht. Van de "sterren" waren enkel de Brit Sir Norman Foster en de Amerikaan Peter Eisenman aanwezig.

Het 22ste wereldcongres vindt in 2005 in de Turkse metropool Istanboel plaats.

Sgoetas had woorden van kritiek voor de "lippendienst" die vele architecten bewijzen aan het milieubewust bouwen. In vele gevallen is deze belofte van eco-architectuur enkel een marketing-instrument, aldus de UIA-voorzitter. Nochtans kunnen architecten bij het gestalte geven aan een milieuvriendelijke stad een beslissende bijdrage leveren, zo zei directeur Klaus Töpfer van het VN-milieuprogramma UNEP. In de industrielanden zijn de huishoudens een belangrijke factor in de emissie van het schadelijke koolstofdioxide. Een uitgekiend stedebouwkundig beleid zou tot een vermindering van het straatverkeer en dus ook van de uitlaatgassen leiden.

De Duitse minister van Woningbouw, Kurt Bodewig, waarschuwde dat in vele steden een "vicieuze cirkel" dreigt van leegstand van gebouwen en het afnemen van handel en nijverheid in de stadscentra. Wil een stad leefbaar zijn, aldus de minister, moet zij openstaan voor de wereld en een voor eenieder betaalbare woonruimte aanbieden.

Bij het begin van het congres had de Duitse bondskanselier Gerhard Schroeder gewaarschuwd voor het determinerende belang in de nabije toekomst van de immer groeiende "megacities" in ontwikkelingslanden. Anno 2002 leeft overigens reeds eenderde van de wereldbevolking in de stad - voor zowat 900 miljoen mensen betekent dat een ellendig leven in de slums. De VN-organisatie Habitat voorspelde in een recent rapport grote politieke en sociale onlusten in het geval de Derde-Wereldlanden (waar de meeste metropolen zich als kankers uitbreiden) er niet in slagen hun eigen bevolking een waardig onderkomen tussen vier muren te garanderen.

Gehoopt werd dat de UIA in Berlijn een nieuw "charter" voor de wereldarchitectuur zou uitwerken, omdat landvlucht en de onleefbare grote stad hete politieke hangijzers zijn geworden. Sgoetas brak alleszins een lans voor de architectuur "als werktuig voor sociale integratie".

Ook de UIA-voorzitter had, minder verholen dan Schroeder, kritiek op de eenheidsworst die de globalisering ook op architecturaal vlak met zich meebrengt. Winkelcentra, gesloten woongebieden en de toenemende privatisering van de publieke ruimte bedreigen het sociale evenwicht en beroven de stad van hun eigen identiteit. Vandaar ook Sgoetas' sneer naar de "sterarchitecten", wier identiteitsloze en uitwisselbare (mega-)gebouwen hij bestempelde als "ketchup-architectuur".

Advertentie
Advertentie