West-Vlaams etymologisch woordenboek voorgesteld

(belga) - In het Provinciaal Hof in Brugge heeft uitgeverij L.J. Veen het West-Vlaams etymologisch woordenboek van dr. Frans Debrabandere voorgesteld. Dit boek beschrijft de herkomst van de West-Vlaamse woorden. Het boek vult de leemte op die was ontstaan na het verschijnen in 1996 van het Etymologisch Dialectenwoordenboek van professor A.A. Wijnen en waarin het West-Vlaams heel schaars is vertegenwoordigd.

Volgens professor Magda Devos van de Rijksuniversiteit Gent die het boek voorstelde, bestond een woordenboek als het West-Vlaams etymologisch woordenboek nog niet. Nochtans behoren het West-Vlaams en het dialect dat in Frans-Vlaanderen wordt gesproken tot de basistalen van het Algemeen Nederlands. Dat deze Vlaamse dialecten zolang konden standhouden, heeft volgens Devos te maken met het feit dat West- en Frans-Vlaanderen aan de uitkant van het Nederlandse taalgebied liggen waar oude taalvormen langer gedijen.

Uit de studie van Debrabandere blijkt dat heel wat West-Vlaamse woorden nauwe verwantschap vertonen met Engelse woorden omdat beiden het Saksisch als basis hebben. Ook komen in het West-Vlaams en het Frans-Vlaamse dialect nog woorden voor in hun middeleeuwse betekenis.

Zo betekent de Frans-Vlaamse uitdrukking 'Ik heb iets kapot geneukt', ik heb iets kapot geklopt of gestoten. Neuken betekent in oorsprong een stoot geven, stoten, duwen, tergen, pesten.

Ook bevat het West-Vlaams woorden die uit het Frans zijn afgeleid maar in die taal niet meer worden gebruikt. Dat geldt bijvoorbeeld voor het West-Vlaams rasteel of rosteel voor ruif, een woord dat is afgeleid van het Oud-Franse rastel. Vaak zijn West-Vlaamse woorden ook een verbastering van Franse woorden. Zo is bijvoorbeeld pimpampoentje (lieveheersbeestje) afgeleid van het Franse papillon.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud