'De Muze' viert 40-jarig bestaan

(tijd) - De Antwerpse 'hippiekroeg' De Muze bestaat 40 jaar, en dat wordt heel deze week gevierd. Tot en met zondag 14 november is er elke avond een jazzoptreden in de Muze (21u., toegang gratis); vanaf woensdag zijn er namiddag- en avondoptredens in een spiegeltent op de Scheldekaaai aan het Zuiderterras. Tickets enkel te koop in de Muze.

In 1964 openden twee Antwerpse Academiestudenten het café aan de Melkmarkt 15. In datzelfde jaar brachten ze in eigen beheer de single 'Ring, Ring I've got to Sing' van Ferre Grignard uit. Twee jaar later zou Ferre er een wereldhit mee hebben, maakte hij een uiterst succesvolle elpee en stond hij met zijn folkie groepje (met Mil Fingertips op washboard!) op het podium van de Olympia in Parijs. Het geld stroomde een tijdje binnen, Ferre had vele vrienden in en om de Muze: zij zouden uiteindelijk graag helpen zijn fortuin er mee door te jagen met seks, drugs en rock-'n-roll, zoals men dat toen graag vertelde.

Het tekende de sfeer van die eerste jaren. De Muze was hét trefcentrum voor beatniks, provo's en hippies in Antwerpen en ver daarbuiten, toen dat allemaal nog scheldwoorden waren. Maar de context veranderde. Aan het begin van de jaren 70 kwam de Groene Michel op de Grote Markt, het Pannenhuis op het Conscienceplein (waar Pink Floyd nog optrad), de Kroeg op de hoek met de Melkmarkt en nog vele andere 'zware cafés'. Antwerpen was toen een kleine Vlaamse annex van het hippe, progressieve Nederland uit die sixties en vroege seventies, met Paradiso in Amsterdam als het epicentrum. De Muze werd in dat milieu al snel 'mainstream', de hardliners zochten vooral de Kroeg en de Groene Michel op.

Toen kwam de punk, verschoof de scene naar de Antwerpse Stadswaag en werd de Muze langzaamaan een mythe: een bedevaartsplek voor nostalgici, een uitgaanskroeg voor buitenlieden, een toeristenval in de toeristische gidsen. Maar uitbater Jan Van den Braak zocht en vond nieuwe evenwichten. De Muze behield altijd sfeer en bleef zijn oude roots trouw: het was en bleef een jazzkroeg. Weinig etablissementen in andere Belgische steden haalden hetzelfde aureool. Het Damberd in Gent en de anarchistenkroeg Dolle Mol in Brussel (intussen gesloten) kwamen nog het dichtst in de buurt.

Van al dat geweld blijft nu nog alleen de Muze over, 40 jaar na de golden sixties. Sommigen beschouwen het als een plek waar de eerste stenen van onze huidige, ontzuilde en tolerante samenleving gelegd werden, anderen beoordelen het als een broeinest van de permissieve cultuur die aan de bron ligt van alle kwaad dat ons nu treft.

De veertig jaren worden gevierd. MR

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud