Advertentie

'Boccaccio is voor alles een geniale verteller'

(tijd) - Vertalingen worden nog al te vaak stiefmoederlijk behandeld, stelt de literair vertaler (en auteur) Frans Denissen (°1947), die een nieuwe vertaling van Boccaccio's 'Decamerone' maakte. Wordt het niet tijd dat vertalingen een volwaardige plaats in de Nederlandstalige literatuur toe te kennen? Misschien kunnen vertalingen dan ook uitgroeien tot klassiekers.

Binnen andere literaturen, zoals de Frans- of Engelstalige, behoren 19e-eeuwse vertalingen, bijvoorbeeld, al tot de klassiekers. Uitgeverijen brengen die op geregelde tijdstippen opnieuw uit, met daarnaast nieuwe vertalingen. Waarom wil dat in de lage landen maar niet lukken?

Frans Denissen: 'Wel, de belangrijkste reden moet worden gezocht in de snelle evolutie die de Nederlandse taal heeft gekend. Het Nederlands is in een eeuw tijd onherkenbaar veranderd. Leg de teksten van Couperus maar eens naast die van nu. Voor mijn eerste vertaling van de 'Decamerone' inspireerde ik me overigens op de taal van Couperus om Boccaccio's statige volzinnen, die erg nauw aanleunen bij de Latijnse syntaxis, in het Nederlands weer te geven. Boccaccio is immers geen volkse auteur. Deelwoordconstructies zijn echter niet langer van deze tijd. In mijn nieuwe vertaling heb ik ze dan ook bijna volledig geschrapt. Ik heb nu meer naar de geest van de frase vertaald. Het archaïserende lexicon dat ik in de vertaling uit 1981 gebruikte en waarvan ik dacht dat het aansloot bij dat van Couperus - nu besef ik dat het eerder 19e-eeuwse feuilletontaal was -, heb ik laten varen: personages kunnen nu gewoon 'gaan', ze 'begeven zich' of 'togen' niet langer.'

Denissen: 'Voor de vertaling heb ik me gebaseerd op de meest gezaghebbende Italiaanse editie voorzien van een uitgebreid notenapparaat, de zogenaamde Branca-editie. Daarnaast had ik nog vier andere edities die ik raadpleegde wanneer Vittore Branca te veel de filosofisch-allegorische of theologische toer opgaat: Branca heeft immers de neiging om de 'Decamerone' door een Dante-bril te lezen. Hij past Dantes waardenschaal toe op een oeuvre dat geen catalogus van het goede en het kwade wil zijn. Overigens, de Dante-verwijzingen zijn veel minder transparant voor een Nederlandstalige lezer - voor Italianen is Dante verplichte schoollectuur. Ten slotte nam ik voor vertaaltechnische aspecten de meest recente vertalingen in het Engels en het Frans ter hand.

Met de brontekst (die je gratis kan downloaden van het internet), de geannoteerde edities en het vergelijkingsmateriaal heb ik, zoals reeds aangegeven, mijn eerste vertaling grondig bewerkt. Meer nog, geen enkele zin is ongewijzigd gebleven. En ik die dacht dat de 'Decamerone' alleen maar aan een opfrissing toe was_ Ik had er oorspronkelijk drie maanden voor uitgetrokken. Uiteindelijk heb ik er meer dan een jaar aan besteed. Achteraf gezien had ik misschien beter die eerste vertaling links laten liggen. Onrechtstreeks word je er toch door gedetermineerd.

De nieuwe vertaling heb ik gemaakt in nauwe samenwerking met mijn redacteur, René van Stipriaan, die doctoreerde op Boccaccio. We hebben lange, diepgaande discussies gevoerd over bijvoorbeeld de vertaling van eigen- en plaatsnamen en expliciteringen die ik bespreek in de verantwoording. René verzorgde ook het nawoord en de realia waarvoor je geen verwijzingen in de tekst zelf vindt. Dat was een bewuste keuze. Een tekst moet voor zich spreken. De realia zijn er voor de nieuwsgierige lezer die op zoek is naar extra informatie.

De vertaling van de ballades die op het einde van elke dag gezongen worden heb ik toevertrouwd aan Paul Claes die zoveel briljanter is in het vertalen van poëzie - in mijn eerste vertaling waren de ballades de zwakste schakel.'

Wat heeft de 'Decamerone' de lezer van vandaag - en van morgen - te bieden?

Denissen: 'Dat wat hij de eerste lezers bood! De 'Decamerone' is in feite een encyclopedie van de vertelkunst, waarin Boccaccio op een ingenieuze wijze bestaande verhalen incorporeerde - zijn bronnen geeft hij niet vrij. De 'Decamerone' was hierom van meetaf aan erg populair _ en zou dat ook blijven. Ook tijdens de Contrareformatie toen Boccaccio alleen maatschappeljk in een hoekje werd gedrukt. Dat werd vorige eeuw nog eens overgedaan, toen niet Pasolini maar zijn epigonen de 'Decamerone' herleidden tot een soft-pornografisch werk.

Chaucer of Shakespeare daarentegen wisten de lichtvoetigheid van de 'Decamerone' in hun werken te vertalen. Boccaccio is immers voor alles een geniale verteller. Vandaar dat ik in de nieuwe vertaling de verteller meer tot zijn recht laat komen, zeker in de interventies. Boccaccio is overigens op zijn best in de burgerlijke verhalen. Het milieu dat hij door en door kende, beschrijft hij met verve. Bovendien past hij woordenschat en syntaxis aan aan de context: bepaalde termen en constructies komen maar in een enkel verhaal voor. Ik heb het wat moeilijker met de antieke verhalen die zich in een abstracte setting - steevast een uitgestrekt woud - afspelen.

De 'Decamerone' is een meerlagige tekst die je onmogelijk volledig kan doorgronden. Denk maar aan het laatste, intrigererende verhaal, dat van Griselda die door haar man tot het uiterste wordt gedreven door haar liefde steeds gruwelijker op de proef te stellen: haar kinderen worden haar ontnomen, ze wordt verstoten om de dienstmeid te worden van haar opvolgster_ Petrarca, Boccaccio's leermeester en vriend, maakte er een leerdicht van. Maar dat is Boccaccio onrecht aandoen.'

Inge LANSLOTS

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud