Bozar exposeert leven en werk van Franse dichter Arthur Rimbaud

(tijd) - Het leven en het werk van de Franse dichter Arthur Rimbaud zijn het onderwerp van een tentoonstelling in het Brusselse Bozar. Het is een indrukwekkend beeldend verslag van iemand op wie de openingszin van Fjodor Dostojewski's meesterwerk 'Aantekeningen uit het ondergrondse' in extreme mate, zij het symbolisch, van toepassing is: 'Ik ben een zieke man, ik ben een slechte man.'

De moderne westerse poëzie heeft vele vaders, maar slechts een kan aanspraak maken op de titel van aartsvader: Arthur Rimbaud, de dichter met de onsterfelijke uitspraak 'Je est un autre'. Rimbaud is een vluchteling in een onderwereld die hij zelf schiep, een dichter die de poëzie vaarwel zei zonder afscheid te nemen. René Char noemde hem 'de eerste dichter van een nog niet geboren beschaving'.

Voor de tentoonstelling 'Rimbaud (1854-1891). Een seizoen in de hel' in het Brusselse Bozar volstaan geen superlatieven. Door het opzet en de uitwerking loopt de bezoeker haast letterlijk in de schaduw van een man met een lijdensweg van iets meer dan een half decennium, van een profeet voor wie er geen verschil is tussen de stad en de woestijn. Voor Rimbaud duurt het leven slechts een seizoen, in de hel dan nog. Zijn 'Illuminations' zijn afkomstig uit een vierde dimensie waarvan hij de enige bezoeker was. Hij schrijft zijn 'Feestelijke Verlichtingen' uit in de vorm van prozagedichten. Ze zullen pas na zijn dood verschijnen. Maar eenmaal verschenen, blijven ze verschijnen, ook in muzikale vorm. Van 1939 tot 1942 was Benjamin Britten in de Verenigde Staten. Hij componeerde er 'opus 18, Les Illuminations' op teksten van Rimbaud. Brittens werk is te beluisteren in Zaal 13 van Bozar, de voorlaatste zaal in het Rimbaud-parcours.

Het citaat 'Je est un autre' (Ik is een ander) komt uit een brief van 1871 aan Georges Izambard. Wanneer hij de brief schreef, was Rimbaud 16 jaar oud en had er al een woelig leven opzitten. Rimbaud werd geboren in 1854 in het Franse Charleville, waar zijn vader, kapitein Frédéric Rimbaud, gelegerd was. Charleville was een begraafplaats van levenden. Zelfs een asociaal type als zijn vader vluchtte er weg, dankzij een overplaatsing die hij zelf afgedwongen had. Zonder afscheid te nemen liet hij zijn kinderen in de steek. Mevrouw Rimbaud, geboren Marie-Cathérine-Vitalie Cuif, kende haar plaats en taak, al zou ook zij, wanneer het haar financieel beter ging, de stad ontvluchten.

De stad mag dan onbetekenend zijn voor het leven en het werk van Arthur Rimbaud, zijn moeder en Izambard zijn wel belangrijk. Georges Izambard was leraar in de retoricaklas van het college van Charleville. Hij had vrij snel door dat Rimbaud geen gewone jongen was. Hij stelde hem zijn bibliotheek ter beschikking en stimuleerde de briljante leerling tot het schrijven van gedichten. In 1869 won Rimbaud het Concours Académique met zijn Latijnse tekst 'Jugurtha'. Datzelfde jaar schreef hij zijn eerste bekende gedicht in het Frans, 'Les étrennes des orphelins'.

Maar Rimbaud was niet alleen een primus inter pares. Hij was ook een rebel en een zwerver. Het jaar van zijn eerste prijs pleegde hij zijn eerste grote wandaad. In een dronken bui probeerde hij zijn moeder te doden. De daad typeert de haat-liefdeverhouding van de zoon tot de moeder. In tijden van crisis zocht hij haar op, om haar weer te verlaten van zodra hij geestelijk en lichamelijk op krachten was.

Misschien is er van liefde nooit sprake geweest. Rimbaud was een egocentrisch kereltje in het kwadraat. Ik is hij en hij is ik, zo moet 'Je est un autre' begrepen worden.

Die achtergrond wordt in Bozar geportretteerd in de eerste zeven zalen, aan de hand van parafernalia. Boeken, brieven, foto's, schetsen, gerechtsstukken, akten en een zaal die enigszins uit de toon valt, maar niet uit de context: Rock 'n Rimbaud - met de rockzangeres en dichteres Patti Smith en de beeldende kunstenaar Dan Graham. Eenmaal daar doorheen geworsteld, begint de intieme kennismaking.

Het egocentrisme van Rimbaud zou wonderlijk genoeg eerder mensen aantrekken dan afstoten. Haast niemand kon ontsnappen aan zijn invloed. Het mooiste voorbeeld is Paul Verlaine, een dichter die nooit eenzelfde status van onsterfelijkheid zou bereiken, ware het niet dat hij in 1873 twee schoten loste op Rimbaud. De eerste kogel kwetste de rechterhand van de tien jaar jongere dichter, de andere belandde in de houten vloer. Hij zou er in Brussel twee jaar voor moeten brommen.

Die ellende had Paul Verlaine, de derde pijler onder het poëtische oeuvre van Rimbaud, in wezen aan zichzelf te danken. In 1871 circuleerden gedichten van Rimbaud in Parijs, dat een woelige tijd kende, met als hoogtepunt de 'Bloedige Week' van 21 tot 28 mei. In september werd hij door Verlaine uitgenodigd, die enthousiast was over de gedichten die Rimbaud hem had gestuurd.

'Venez, chère grand âme, on vous apelle, on vous attend'. Rimbaud ging op de uitnodiging in en Verlaine was verloren. Hij werd verliefd op de jonge god. De verhouding duurde vier jaar en eindigde in Stuttgart, na een laatste ontmoeting die op een ruzie uitliep. Het was tevens het einde van een eendimensionale vriendschap. Rimbaud zoog Verlaine letterlijk en figuurlijk leeg, zonder de literaire winst te consumeren.

Op het moment van het ultieme rendez-vous had Rimbaud de poëzie echter al vaarwel gezegd. Was hij het wereldje beu, uitgeschreven? Feit is dat hij voor de rest van zijn leven, tot zijn dood op 10 november 1891, enkel nog zakelijke brieven schreef. Ze bevestigen dat zijn poëtische reis maar kort heeft geduurd. Van zijn 15de tot zijn 20ste, 21ste levensjaar.

Die korte tijdsspanne is er mede verantwoordelijk voor dat zijn reputatie de grenzen van tijd en ruimte heeft gesloopt. Maar veel meer dan die relatieve tijd, dan zijn gedrag en rusteloos ronddolen in drie continenten, is zijn productie en de kwaliteit van die productie in die korte termijn. Ze is geheel origineel, ondanks de aanwijsbare invloed van de klassieken, het Oude Testament en enkele illustere voorgangers. Het ene gedicht schokte de bourgeoisie, het andere de artistieke bohémiens. En vaak de beide uitersten en alles ertussen. Magistraal is dat zijn werk niet tot een beweging behoort. Ook de aard van zijn leven is naamloos. Beweren dat hij de eerste punker was, is getuigen van gemakzucht. Het kaalscheren van zijn hoofd naar aanleiding van de dood van zijn moeder, is de verzinnebeelding van het verlies van de bron van zijn menselijke wortels. Bron weg, wortels weg.

De tentoonstelling bevestigt wat de lezing van zijn werk en de biografie van Graham Robb, vorig jaar in het Nederlands verschenen bij Bert Bakker, al lieten vermoeden. Rimbaud is de reïncarnatie van Dante. Het sterkst valt dat op te maken in Zaal 10 in Bozar. Het is een zaal in de werkelijke betekenis van het woord, een ziekenzaal om precies te zijn. De bezoeker kan een bed inpalmen, de koptelefoon opzetten, gaan liggen, de ogen sluiten en genieten van de voordracht van 'Une Saison en Enfer'. Het is de enige dichtbundel die verschenen is tijdens zijn leven. Hij werd geschreven in 1873, het jaar van het beroemde schot, waarvan de echo nog na zindert.

De ruimte met de sterkste uitstraling is echter de laatste. Het licht verdicht de nacht en de vloer is een zandvlakte. Verlicht maar strompelend bereikt de bezoeker de uitgang, de poort die uitgeeft op het gedwongen hiernamaals. 'Rimbaud (1854-1891). Een seizoen in de hel' is geen tentoonstelling waarvan je vrolijk wordt. Maar ze is teder en hartveroverend. Extra attent is de uitgave van een bezoekersgids, een uitermate grafisch verzorgd boekje met het formaat van een paspoort.

'Rimbaud (1854-1891). Een seizoen in de hel' en 'Rond het Symbolisme, Fotografie en Schilderkunst in de 19de eeuw' lopen tot 16 mei in Bozar, Ravensteinstraat 23 in Brussel. Open alle dagen behalve ma. van 10 tot 18 uur, do. tot 21 uur.

Info: 02/507.84.30, www.bozar.be .

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud