De weerspannige Willem Frederik Hermans

(tijd) - De roman 'Herinneringen van een Engelbewaarder' (1971) van Willem Frederik Hermans verschijnt in een goedkope editie. En onder de titel 'De weerspannige slaper' heeft de Amsterdamse literatuurcriticus Arjan Peters de 'Parijse notities' van Willem Frederik Hermans bij elkaar gebracht en ingeleid. Op die inleiding na ontbreken verder echter nagenoeg elke toelichting en voetnoot. Hermans verdient beter.

De roman 'Herinneringen van een engelbewaarder' van Willem Frederik Hermans opent met een hoofdstuk waarin Alberegt (die naam staat er niet voor niets) op 9 mei 1940, net voor Hitler Nederland aanvalt, zijn joodse vriendin met de auto naar het schip brengt dat haar naar Engeland zal voeren. Alberegt is officier van Justitie. Hij heeft haar valse papieren bezorgd. Terwijl hij naar de stad terug rijdt, spelen allerlei tegenstrijdige gedachten door zijn hoofd: zal Hitler wel het onbenullige Nederland aanvallen? Was zij niet beter bij hem gebleven? Zal hij haar weer van het schip halen? Zou hij dan niet beschuldigd worden van valsheid in geschrifte? Deze gedachten spelen pingpong in zijn hoofd terwijl hij zich haast naar de zitting waar hij moet optreden. Hij negeert een eenrichtingsteken en rijdt in die verboden zijweg een joods meisje dood. Hij verstopt het lijkje en arriveert nog net op tijd in het gerechtsgebouw. Het relaas wordt gedaan door zijn innerlijke stem en door die van een 'engelbewaarder' die zijn gedachten leest. Dat verhoogt het pingpongeffect, de traag uitgesponnen weergave van de contradicties die door zijn hoofd flitsen. Later wordt hij zelf belast met het onderzoek naar de dood van het meisje.

Ik schrijf niet in metaforen, zei Hermans herhaaldelijk, maar valt er een schrijnender metafoor te bedenken voor de collectieve schuld van de Tweede Wereldoorlog dan in die subjectieve ervaring? Hermans was als geen ander een meester in het uitwerken van de dolle gedachten die door zijn al dan niet paranoïde personages flitsen. Zelf werd hij altijd beschouwd als een rechtlijnige persoon met radicale meningen die geen tegenspraak duldde, meningen die hij zich vormde en beslissingen die hij nam zonder ook maar een ogenblik te twijfelen. Maar helemaal waar was dat niet. Lang, jarenlang, heeft hij geworsteld met de moeilijke vraag of hij het schrijven zou opofferen ten voordele van zijn wetenschappelijke loopbaan of dat hij zijn baan als lector in de fysische geografie aan de universiteit van Groningen zou opgeven om zich geheel aan het schrijven te wijden. Ten slotte bleken de ontwikkelingen na de studentenopstand en de roep om 'democratisering' van het hoger onderwijs de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. Wat hadden vakken als wiskunde of aardkunde te maken met 'inspraak'? Waarom zou een cursus die miljoenen jaren besloeg, moeten worden 'aangepast' aan de mode van de dag? Waarom moest hij zijn stellingen wijzigen? Hij maakte zich niet populair met zijn strakke houding, het liep uit op een conflict met de universiteit, er werden zelfs tot in de regering vragen gesteld over zijn functie. Hermans diende zijn ontslag in, verkocht zijn sportauto (een Morgan) en zijn villa in Haren. Met zijn vrouw verhuisde hij in november 1973 naar Parijs. Hij betrok een ruime flat in de rue Théodule-Ribot. Daarna huurde hij er een nog grotere op de Avenue Niel.

Na de perikelen van de verhuizing (Hermans had een ruime bibliotheek vergaard en bezat toen al een honderdtal schrijfmachines) kon hij eindelijk opgelucht ademhalen. De beslissing was genomen, hij was een vrij man. Behalve aan zijn romans en zijn novellen gaf hij zich over aan een soort journalistiek: onder het pseudoniem Age Bijkaart schreef hij losse stukken voor Het Parool en later voor het NRC-Handelsblad en voor de weekbladen Nieuwsnet en Elsevier. Vooral in het begin geeft hij, onverschrokken ontginner van de lichtstad, blijk van wat Arjan Peters goed omschrijft als 'sardonische en hilarische vergenoegdheid'. Nederland ligt achter hem en Parijs ligt aan zijn voeten. Hij pakt de stad methodisch aan, bestudeert de metro en de buslijnen, speurt naar standbeelden, hun onderwerp en hun maker, loopt naar de huizen waar andere schrijvers hebben gewoond, bezoekt musea, liefst minder bekende, of verschijnt met zijn perskaart op pre-vernissages in het Centre Pompidou of het Musée d'Orsay ('niets is zo verrukkelijk als met weinigen rondlopen in een groot museum').

Peters citeert terecht Hella Haasse, die toen in St. Witz woonde en het echtpaar Hermans dikwijls met haar echtgenoot een bezoek bracht. Haasse schreef: 'Als anonieme wandelaar heeft hij zijn eigen persoon kunnen relativeren op een manier die hem in Nederland niet mogelijk was. Toen hij zich in 1973 in Parijs gevestigd had, is de aanvankelijk bezeten manier waarop hij de stad doorkruiste ongetwijfeld op den duur veranderd in het flaneren, dat in Baudelaires tijd een kenmerk werd geacht van de echte Parisien, de boulevardier.'

Bijkaart betekent volgens de veelvuldig door Hermans vervloekte Van Dale onder meer: a) kleine kaart in een hoek van een grote getekend; b) kaart die geen troefkaart is. Frankrijk, met als bijkaart Parijs? Of een schrijver die zich buiten zijn domein van fictie en verbeelding waagt?

Alleszins een schrijver die van het begin af de Franse termen vernederlandst: Le Monde heet 'De Wereld', Het Etoile-plein waar hij niet ver van af woont 'De Ster'. De toon van de stukken is vrolijk. Zelfs een politieke betoging verslaat hij goedgemutst, al mag die ene bedenking niet ontbreken: 'Er wordt gezwaaid met rode vlaggen, met zwarte vlaggen. Vreemd toch dat de ideologieën die het heil aan de hele mensheid willen brengen, juist de meest onheilspellende kleuren voor hun vlaggen hebben gekozen: het rood van bloed, het zwart van de dood.'

Na vijf maanden jubelt Bijkaart: 'Hoe langer ik hier ben, hoe minder ik kan begrijpen dat niet iedereen er al lang vandoor gegaan is in Nederland.' Hij schrijft dat na een bezoek aan een goed restaurant in gezelschap van zijn echtgenote. Hij ontving ook graag gasten en dan was het telkens feest: thuis, waar zijn vrouw Emmy zo schitterend kookte, of op restaurant. Hij at graag oesters, schaaldieren of choucroute, eigenlijk at hij alles met aanstekelijk plezier. Nabij het Centre Pompidou, in de rue Merri, bevond zich een klein restaurant gedreven door een antiquair, 'Le renard'. Alles was er te koop. Ze hadden een menu met als keuzevoorgerecht een charcuterieschotel 'à volonté'. Hermans aarzelde niet en sloeg toe. Nadien hebben ze de kaart aangepast: à volonté bleek geschrapt.

Behalve de stad Parijs bekijkt Bijkaart Hermans zelve wel eens: nu eens op video, dan weer op Polaroid. Dat brengt me tot een eerste minpunt omtrent deze editie: de foto's werden slap en grijs afgedrukt, in tegenstelling tot die van de publicaties van Bijkaart/Hermans waar ze eerst verschenen.

Bijkaart kijkt ook toe hoe Hermans snuffelt op de rommelmarkt en in containers of tussen de huisraad die op straat werd gezet. Penny wise! Hij kon het verzamelen niet laten. Vooral oud of modern onbeschreven papier kon hij niet laten liggen. Ook geen 'halfdoorzichtige' spiegel, die in de rue Théodule Ribot op een uitverkoren plaats belandde. En waar Hermans, een halve slapeloze, aan zijn 'weerspannig slapen' begon.

De literaire tocht door Parijs, die Peters uit Hermans' non-fictiegeschriften puurde, blijft aanlokkelijk om te lezen, maar soms wat obscuur. Het is spijtig dat de bloemlezer Peters Hermans niet heeft gekend in Parijs, noch later in Brussel (waar hij in 1991 kwam wonen). Aan de inleider ontsnappen dus helaas een behoorlijk aantal details, onder meer deze die de modale lezer toch graag in een aantal voetnoten verklaard had gezien. Op dat gebied loopt het boek volledig fout. En als er een schaarse aanduiding in voetnoot staat, blijkt die nog verkeerd (zie p. 99). De (gescande?) herdruk van de stukken van Hermans/Bijkaart bevat stomme fouten (p. 152: 'vos veux') en niet in voetnoten verklaarde verschrijvingen, zoals 'Dommer' voor de schaker Jan Hein Donner. In de bundeling van zijn stukken leest men wel Domoor voor Donner (die een boek schreef over Mulisch) en dan begrijpt men wel dat het een woordspeling, niet een drukfout betreft. Hier en daar heeft Hermans het over situaties en personae die de samensteller Peters niet heeft herkend. Spijtig voor de lezer. Het omslag is aan de voorkant slap afgedrukt en op de achterflap verkeerd gemonteerd. Hermans, zoals gezegd, had beter verdiend.

Willem Frederik Hermans - De weerspannige slaper - 2004, Amsterdam De Bezige Bij, 366 blz. 18,50 euro, ISBN 90-2341-268-0.

Willem Frederik Hermans - Herinneringen van een engelbewaarder, heruitgave - 2004, Amsterdam, De Bezige Bij, 12,50 euro., ISBN 90-234-1435-7.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud