Gerrit Komrij: De gave van een dubbel gezicht

(tijd) - In 'Demonen' analyseert Gerrit Komrij, dichter des vaderlands, meer dan vijftig gevoelens. Van 'ambitie' tot 'zelfmoord'. Al blijkt met elk sentiment wel iets mis, 'Demonen' is toch een vrolijk boek geworden. Mede omdat de leugen erin overheerst.

Gerrit Komrij heeft een slecht karakter. Overal heeft hij wel iets op aan te merken. Het vaderland lijkt nergens op, de collega-schrijvers zijn op het slechte pad, het moederschap is een psychose, de liefde een illusie, de bloemen verwelken, de schepen vergaan. Als wij Nederlands nationale dichter in zijn nieuwe humeurenbundel 'Demonen' mogen geloven, dan is het regentenland naar de haaien, en bij uitbreiding de hele mensheid.

Er is hoegenaamd niets mis met deze ingesteldheid. Zeuren komt in de strafwet niet voor. Bovendien moet iemand maar eens durven zeggen waar het op staat, dichters nog het eerst. Er zijn evenwel verschillende argumenten aan te voeren om Gerrit Komrij niet te verslijten voor iemand die enkel leeft van de industriële verwerking van andermans kommer en kwel. Er zijn zelfs argumenten om hem integendeel - zij het puur platonisch - aan de borst te drukken, en om bij uitbreiding hetzelfde te doen met deze nieuwe humeurenbundel.

Toegegeven, in dit boek met 52 stukken die telkens een gevoel fileren, ligt weer heel wat misantropie bij elkaar geharkt. Als Komrij het archetype van de schrijver was, dan zouden we van dit soort mensen vinden dat ze te veel nadenken. Intellectueel mag het allemaal verantwoord zijn, de wereld wordt er niet vrolijker van.

Maar al het gewroet in het leed van de wereld weze hem vergeven, ten eerste omdat Gerrit Komrij het op een correcte manier doet, ten tweede omdat hij het briljant formuleert en ten derde omdat deze twee punten met elkaar in verband staan. En dat verband vormt net de kern van deze 'Demonen'.

Onder correct versta ik dat Gerrit Komrij duidelijk zegt wat er volgens hem aan de hand is. Bijvoorbeeld: 'Voor kwaliteitsvergelijking heb je belezenheid nodig en het vermogen te lezen. Daar beschikt een criticus zelden over.' Komrij verschuilt zich niet achter abstracte vaagheden die een verdedigingslinie zouden kunnen vormen. Zijn eerlijkheid is moedig, want daardoor kan je hem sneller op zijn gedachten aanvallen. Iedereen weet bijvoorbeeld dat critici wel degelijk over een wonderbaarlijk leesvermogen beschikken en als er eens iets misloopt, dan ligt dat aan het boek zelf. Al heeft Gerrit Komrij hier ongelijk, hij strijdt tenminste met open vizier.

Correct is ook dat hij in de eerste plaats zijn pijlen op zichzelf richt. 'Ik geneer me altijd lichtelijk als ik meisjes van veertien zie flauwvallen bij het aanschouwen van hun popidool. Ik herken er te veel in. Ik ben zelf ook een meisje van veertien.' Gerrit Komrij relativeert zichzelf, en spreekt vanuit zichzelf. Ik mag dat wel.

Maar de bestaansreden van dit boek is vooral dat Gerrit Komrij de sentimenten en ideeën op een schitterende manier verwoordt, met de precisie van een openhartoperatie ('Mijn gram geldt de roddel die pretendeert niet hoerig te zijn, maar juist rechtschapen en resoluut') en met een grote lichtvoetigheid, bijvoorbeeld als hij het over zijn woonst heeft, ver van de bewoonde wereld: 'Uit kleinigheden valt af te lezen dat ik het landleven nooit heb opgezocht. Geiten en kippen zoekt men tot in wijde omtrek vergeefs. Ik hanteer geen heggenschaar. Alles wat vliegt heet hier vogel en alles wat bloeit bloem. Tomaten en uien worden in de supermarkt gekocht. De tijm zit in potjes. Mijn honden dragen halsbanden van Dior. (_) Landschap is iets voor buiten. Ik hoef er niet zo nodig naartoe.'

Gerrit Komrij spreekt weliswaar mooi en waarachtig vanuit zichzelf, maar hij spreekt zichzelf ook steeds tegen, of hij wendt plots de steven, en neemt vaak aan twee kanten tegelijk stelling. 'Het is heerlijk buiten schot te blijven en je naar willekeur te vermommen.' Op bladzijde 179 constateert hij bijvoorbeeld over zichzelf: 'De onrust brengt met zich mee dat ik wil zitten als ik sta en dat ik wil staan als ik zit'. Terwijl hij zich daarover op pagina 201 verbaast bij anderen: 'Ik verbaas me bijvoorbeeld dat mensen zo snel onrustig worden. Ze zitten een kwartier op hun tuinstoel en haasten zich naar de keuken. Ze zitten een kwartier in de keuken en moeten de stad in (_) Ik kan weken achtereen op mijn werkkamer zitten.' Door de briljante formulering valt de tegenspraak gewoon niet altijd op, zijn verbaliteit doet je zijn beweeglijkheid slikken.

Het mooie van 'Demonen' is dat in de leugen de waarheid schuilt. Door zoveel verschillende dingen te beweren en door dat zo relativistisch te formuleren, geeft Gerrit Komrij vooral aan dat hij streeft naar het uitdrukken van een gelijktijdigheid van gevoelens, naar de tegenstelling als bouwsteen voor de waarheid over het sentiment. Demonen zijn sentimenten die met elkaar oplopen, zelfs als ze elkaar tegenspreken. Dat is de rode draad door deze 52 stukken, een poging om de krabbenmand die het gevoelsleven is de baas te kunnen. 'Mijn leven is een krampachtige, deerniswekkende poging geweest van mijn gebreken pluspunten te maken.'

Deze relativering wordt geschraagd door de keuze van de gevoelens die Komrij maakte. Bliksemcarrières, vaderlandsliefde, bloedserieus, handelsgeest: het zijn allemaal eersteklassentimenten, de luxegoederen van het gevoel. Ze zijn vaak secundair in onze opbouw van innerlijke rust. Een paar stukken vormen evenwel een uitzondering, zoals de erg mooie teksten over ernst ('mijn handicap is mijn grote ernst') en eenzaamheid ('Het erge met eenzaamheid is dat je op het moment van eenzaamheid alle momenten van eenzaamheid uit het verleden herbeleeft').

Laat u evenwel niet misleiden door de ondertitel van dit prachtboek ('autobiografische verhalen'), en door de flaptekst die gewaagt van een vervolg op Komrij's biografische boek 'Verwoest Arcadië'. Veel anekdotiek kwam ik in 'Demonen' niet tegen, of u moest ook gevoelens als anekdotisch definiëren. Ergens herkende ik weliswaar de niet bij naam genoemde Hans Warren, in een ander stuk gaat het even over Komrij's eigen moederschoot en heel even flitst zijn verleden als criticus voorbij. Maar het boek gaat eigenlijk vooral over grote sentimenten, en die zijn vrijwel gebeurtenisloos, alsook tijdloos en niet te vermijden. 'Demonen' gaat over grootheidswaan en verwarring, over bedilzucht en vriendenverraad. Weg dus met de anekdotiek die deze demonen zou relativeren tot aan plaats en mens gebonden gevoelens. Gerrit Komrij legt het Eeuwig Innerlijk op de weegschaal. Ik vraag me trouwens af wat hem daartoe aanzet. Ligt aan de basis een innerlijke rust die maakt dat hij deze soms harde analyse van zijn eigen ego doorstaat? Of is het net een rusteloosheid die Komrij tot de analyse drijft?

Hoe dan ook, ik koester de Gerrit Komrij die uit deze stukken naar voren komt. De briljant orerende zeur die zichzelf nog meer fileert dan zijn omgeving, die door zijn exhibitionisme vermijdt een achterbaks gevecht te leveren, die uitwaaiert maar altijd weer terugkomt, die de wereld ironiseert en daarvoor begint bij zichzelf, die de troost biedt van de herkenbaarheid, die oneliners maakt met de snelheid waarmee mijn slager worsten draait. In zijn romans lijkt Gerrit Komrij altijd zo ingeperkt door de structuur van het verhaal. De verbale en mentale losbandigheid van Gerrit Komrij in een roman, dat is een beetje zoals een kubus helemaal proberen te vullen met een voetbal. Nee, geef mij dan maar deze hoogst vermakelijke 'Demonen'.

Gerrit Komrij - Demonen. Autobiografische verhalen - 2003, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 218 blz., 18,5 euro, ISBN 90-234-1159-5.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud