'Het verdriet van Darwin'

(tijd) - 'Het verdriet van Darwin', het boek dat Jan De Laender 'over de pijn en de troost van het rationalisme' schreef, is lectuur van de bovenste plank. De vlotte stijl doet haast vergeten dat de structuur van het boek, waarin het leven van Darwin centraal staat, nogal vreemd is. Daar is de ziekte van de auteur, die overleed voor het boek van de persen rolde, wellicht niet vreemd aan.

'Ik ben van opleiding een psycholoog en ik schaam me daarover.' Zo luidt de eerste zin van de epiloog bij 'Het verdriet van Darwin'. Volgens Jan De Laender hebben de sociale wetenschappen, en inzonderheid de psychologie, er in de voorbije eeuw een zootje van gemaakt. 'Vele psychologen werken nog altijd met het waandenken dat door Sigmund Freud is uitgevonden. Ze gaan door met het interpreteren van dromen, alsof wij in de tijd van de farao's leefden en ze vieren hun verbeelding bot op wat mensen in Rorschach-vlekken menen te herkennen.'

De aanval van Jan De Laender is frontaal, maar het is geen evenwichtig betoog. Nu is het ook niet makkelijk in discussie te treden met de professoren die de psychoanalyse blijven doorgeven aan nieuwe generaties psychologen. De kliek die zweert bij 'De Weense kwakzalver', zoals Han Israëls Freud in zijn gelijknamige boekje omschrijft (Bert Bakker, 1999), heeft zich immers nooit weerbaar opgesteld. De Freud-adepten liggen al ruim twintig jaar onder vuur, maar doen alsof hun neus bloedt. De meeste pleitbezorgers van een biologisch-wetenschappelijk fundament voor de psychologie oordelen dan ook dat een discussie over de psychoanalyse vandaag achterhaald is. Misschien vond ook Jan De Laender dat een met argumenten omklede kritiek op de psychoanalyse even zinloos was als schoppen tegen een dood paard.

De Laender wijst er in het laatste deel van zijn boek terecht op dat er veel veranderd is met de opkomst van de zogenaamde evolutionaire psychologie zoals die mede door populaire auteurs als Steven Pinker gestalte kreeg. Maar De Laender wekt de indruk dat er tussen Freud en de ontwikkeling van de evolutionaire psychologie alleen maar aan pseudo-wetenschap is gedaan in de psychologie. Dat is wellicht niet geheel gerechtvaardigd. Zeker is wel dat Darwins verwachtingen over de bijdrage van zijn evolutietheorie aan de ontwikkeling van de psychologie een beetje te optimistisch waren. In het besluit van zijn magistrale 'The Origin of Species', dat in 1859 verscheen, schreef Darwin: 'In de toekomst zie ik een wijd domein openliggen voor belangrijk onderzoek. De psychologie zal een nieuw fundament krijgen...'

Bijna tweehonderd jaar later verkiezen nog veel intellectuelen hun wensdenken voorrang te geven op de wetenschappelijke feiten. Aan een Nederlandse universiteit trokken zich recentelijk twee professoren terug uit een jury omdat het te beoordelen proefschrift over het darwinisme niet verzoenbaar was met het christelijke geloof. Die aversie blijft overigens ook in sommige marxistische en feministische kringen levendig. En Jan De Laender had zijn manuscript eerst vergeefs aangeboden bij een uitgeverij met een katholieke achtergrond. Om maar te zeggen dat niet al wie zich als waarheidszoeker voordoet, het verdriet van Darwin al deelt.

Dat verdriet komt voort uit de vaststelling dat de wereld onverschillig voortgaat zonder dat er een 'horlogemaker' nodig is om het bestaan van al die ingewikkelde mechanismen in de gespecialiseerde levensvormen te verklaren. Niet een of andere barmhartige god ligt aan de basis van de menselijke soort, maar een blind mechanisme van natuurlijke (en seksuele) selectie dat erfelijke kenmerken die het best bij het heersende milieu passen, bevoordeelt.

Hoezeer Darwin zelf onthutst was door zijn intellectuele moord op de horlogemaker, komt goed tot uiting in het biografische portret dat het leeuwendeel van De Laenders boek vormt. Darwin bereidt zijn gelovige vrouw aarzelend en in bedekte termen voor op zijn voornemen om zijn evolutietheorie openbaar te maken. Daarop vraagt Emma hem in een brief - het onderwerp was blijkbaar te delicaat voor een conversatie - of het wel redelijk is 'naar echte bewijzen te vragen voor het bestaan van God' Maar ze besluit enkele regels verder met de bevrijdende woorden: 'Ik denk dat je geen kwaad kunt doen als je eerlijk en met heel je geweten de waarheid zoekt.' Charles Darwin heeft de brief heel zijn leven bewaard. 'Als ik dood ben, weet dan hoe dikwijls ik deze brief heb gekust en erover heb geweend', heeft hij in de marge geschreven.

In de hoofdstukken daarvoor krijgt de vijf jaar durende wereldreis met 'HMS Beagle' uiteraard een belangrijke plaats, want in die periode vergaart Darwin zijn gigantische natuurhistorische verzameling en doet hij de observaties die hem op het spoor van zijn latere revolutionaire ideeën hebben gebracht. Terug thuis, en nadat het plan om parochieherder te worden allang een stille dood gestorven is, zoekt Darwin voor al zijn veronderstellingen proefondervindelijke bevestiging. Zo stelt hij experimenteel vast dat zaden na weken rondzwalpen in zout water nog altijd kunnen ontkiemen en dat hun drijfvermogen meer dan groot genoeg is om oceanen over te steken. Als een perfectionist stelt hij al zijn puzzelstukjes op de proef alvorens ze in elkaar te passen. Maar als het geheel rond is, blijft hij aarzelen om zijn onthutsende theorie te publiceren. Dat het er toch van komt, is te danken aan het opduiken van een schetsmatig artikel van ene Alfred Russel Wallace. Net als Darwin is Wallace tot zijn inzichten omtrent de evolutie gekomen na lectuur van 'An Essay on the Principle of Population' van Thomas Robert Malthus. De Laender besteedt heel wat aandacht aan het avontuurlijke leven van Wallace, die in tegenstelling tot zijn oudere vriend Darwin, niet kan leven met de consequenties van zijn bevindingen en uiteindelijk in het spiritisme vlucht.

Men kan zich afvragen of dit boek veel toevoegt aan de drie jaar geleden verschenen publicatie van Johan Braeckman, 'Darwins moordbekentenis', die ook vanuit de biografie vertrekt. Het antwoord is negatief. Of beter: in wetenschappelijk opzicht is het boek van Braeckman rijker gestoffeerd, maar De Laender heeft een andere verdienste die zijn boek vooral voor leken aantrekkelijk maakt. Zijn portret van Darwin is empathisch en met gevoel voor drama geschreven, zodat de lezer zich makkelijk kan inleven in de bijzonder zachtmoedige man die het als zijn plicht zag de mensheid een extreem choquerende waarheid te verkondigen. De Laender heeft daarbij oog voor veelzeggende anekdotes. Waar Braeckman in twee lijntjes meldt dat Darwin een lijstje maakt waarbij hij de voordelen van een huwelijk afzet tegen de nadelen ervan, lezen we bij Jan De Laender ook welke prozaïsche afwegingen hij daarbij precies maakt (wellicht zonder dat hij een concrete vrouw voor ogen had). Het lijstje met de nadelen is veel langer, maar de argumenten pro wegen blijkbaar zwaarder. Vooral de vrees voor de eenzaamheid is doorslaggevend: 'Men kan dit eenzame bestaan niet leven, suf van de ouderdom, zonder vrienden en in kilte, met het vooruitzicht van een kinderloos leven, met een gelaat dat al begint te rimpelen. Maak je geen zorgen, heb vertrouwen in het lot, kijk goed uit je ogen. Menige slaaf is gelukkig met zijn lot.'

In plaats van zoveel mogelijk wetenschappelijke gegevens te willen overbrengen, overheerst bij De Laender de gezapige verteltrant, gekruid met typerende citaten en sfeerschepping. Zo begint het boek, onder het titeltje 'De atheïst in Westminster Abbey', met een suggestieve beschrijving van de begrafenis van Darwin op een sombere dag in april van 1888. Het kan haast niet anders of de auteur, zelf een overtuigde atheïst, moet op dat moment ook aan zijn eigen uitvaart hebben gedacht. Jan De Laender kreeg in de zomer van 2003 te horen dat hij ongeneeslijk ziek was en nog een jaar te leven had. Hij overleed al op 13 februari; de drukproeven van zijn boek heeft hij nog net gezien. Hij kon gerust zijn: 'Het verdriet van Darwin' is een bijzonder genietbaar boek, en hoewel niet elk deel even gerijpt lijkt te zijn, is het als kennismaking met Darwin en zijn theorie zeker een aanrader.

Jan De Laender - Het verdriet van Darwin. Over de pijn en de troost van het rationalisme - 2004, uitgeverij Acco, 378 blz., 25 euro, ISBN 90-334-5541-2

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud