Israëlische schrijver Amos Oz vertelt over liefde en duisternis

(tijd) - 'Memoir', blokte de Amerikaanse uitgever op de flap van Amos Oz' jongste boek, zeer tegen de zin van de Israëlische schrijver (1939). Natuurlijk gaat Oz in zijn pas verschenen, monumentale boek 'Een verhaal van liefde en duisternis' op zoek naar sporen van het verleden: zijn kindertijd in het Jeruzalem van de jaren veertig, de oorsprong van zijn familie en de prille geschiedenis van Israël. 'Toch is het vooral een werk van de verbeelding', zegt Oz.

'Ik hou er niet van als lezers een boek terugvoeren tot het persoonlijke leven van de auteur', verklaart Amos Oz. 'Dat is een hatelijke manier van lezen, die elke verbeelding verstikt. 'Een verhaal van liefde en duisternis' wil dan ook geen autobiografie zijn, noch een politieke boodschap in vermomming. Zoals het in de titel staat, is het goed: het is een verhaal.'

De Israëlische schrijver Chaim Be'er beweerde ooit dat mensen als ze jong zijn niets liever willen dan de beelden van hun ouders vernietigen, terwijl ze er later des te sterker naar terugverlangen. Kunt u zich terugvinden in die bewering?

Amos Oz: 'Ik heb vrede gesloten met mijn ouders voor ik aan dit boek begon. Enkel daardoor was ik in staat dit boek te schrijven zonder haat, boosheid of zelfmedelijden. Ik heb het juist geschreven met empathie, ironie, medelijden, humor en een oneindige nieuwsgierigheid. In 'Een verhaal over liefde en duisternis' wou ik tonen waar ik ben opgegroeid: de wijk in Jeruzalem, de kringen waar ik uitkom en het hele tijdsgewricht van de jaren veertig in Palestina.'

Vladimir Nabokov heeft zijn beroemde boek over zijn kindertijd 'Geheugen, spreek' genoemd. Hoe heeft u uw geheugen aan het werk gezet?

Oz: 'Ik ging te werk als een paleontoloog die een dinosaurus reconstrueert op basis van één enkel bot. Natuurlijk is de beschrijving van het innerlijke leven van mijn voorouders voor de tijd dat ik geboren was, geen herinnering van me. Als ik iets te weten wou komen over de manier waarop mijn grootvader en grootmoeder dertig jaar voor ik geboren was met elkaar omgingen in bed, kon ik dat bezwaarlijk aan hen vragen: ik zou een draai om mijn oren hebben gekregen. Maar wat ik wel kon doen, was de vraag aan mijn eigen 'genen' stellen, die verwant zijn aan die van hen. Die konden me alles vertellen wat ik wou weten, zelfs gedetailleerder dan voor mijn boek nodig was.'

Heel wat anekdotes uit uw kindertijd, waaronder de verwijzing naar de arme kindjes in India om de jongen te doen eten, zijn komisch. Wou u humor in uw boek?

Oz: 'Ik vertel een bijzonder tragische geschiedenis, waarin de zelfmoord van mijn moeder toen ik twaalf jaar oud was een rol speelt. Toch is mijn boek niet melancholisch. Het is een speels boek. Dat komt omdat ik niet langer geloof dat komedie en tragedie twee verschillende werelden zijn. Het zijn veeleer twee andere vensters waardoor je naar hetzelfde landschap kunt kijken. Mijn grootmoeder zei: 'Als je geen tranen meer over hebt, dan is de tijd gekomen om te lachen.' Het was een plezier dit verhaal te vertellen, ook al is het verhaal vreselijk.'

Hoe kon u de manier van denken van het kind dat u was zo dicht benaderen?

Oz: 'Ik geloof dat het kind in mij nog heel levend is. Je hebt volwassenen die het kind dat ze ooit waren wel in zich dragen, maar dan als een museum van bevroren herinneringen. Dat geldt niet voor mij. Toen ik klein was, hield ik er erg van om gesprekken van mensen af te luisteren. Ik betrap me erop dat ik dat nog steeds doe. Ik hield er ook van naar de schoenen van mensen te kijken om zo uit te vissen wie ze waren. Ik beken dat ik nog steeds, wanneer ik iemand ontmoet, meteen naar zijn schoenen kijk.'

'Mijn moeder, Fanny Mussman, was een fantastische observator en de beste verhalenverteller die ik ooit heb ontmoet. Haar bizarre chassidische verhalen hebben me beïnvloed. Van mijn moeder heb ik geleerd te kijken naar banale dingen en daar iets uit te leren. Tegelijk leerde ik van mijn vader, Arjee Klausner, een fervent rationalist, afstand te bewaren. Dat miste mijn moeder soms. Maar het belangrijkste verschil tussen haar en mij is dat zij diep ongelukkig, zelfs depressief was. Daardoor kon zij dit verhaal niet vertellen, terwijl ze het graag had gewild. Op de een of andere manier kon ik dat wel.'

Was het lastig om dit boek te schrijven?

Oz: 'Het was bijzonder lastig, maar niet vanwege het vermeende 'zelftherapeutische' dat sommigen in autobiografische boeken zien. Het was lastig om andere redenen: de structuur, de compositie en de compilatie. Mijn boek vertrekt vanuit een claustrofobisch, onderzeeërachtig appartement, met vader, moeder en zoon in een krappe ruimte. Plots, op de volgende bladzijde, vind je een brede historische schets. Weer verder volgt een kleine persoonlijke anekdote, die opnieuw afgewisseld wordt met een ruimere terugkeer naar de 19de eeuw in Oost-Europa. Bij het schrijven ben ik voortdurend bezig geweest met de juiste proportie van dat alles. Ik beschouw dit boek dan ook als een van de zwaarste ondernemingen die ik op poten heb gezet.'

Er zit iets fanatieks in de manier waarop 'het kind' dingen ordent, een manie die ook Alexander Giddeon uit 'Black Box' kenmerkte. In welke zin komt die drang tot ordenen terug in uw metier als schrijver?

Oz: 'Er bestaat een romantisch idee over schrijverschap dat ik niet deel. Schrijvers zouden inspiratie 'krijgen', 'gegrepen worden door de muzen' en zelfs schrijven zonder te weten wat ze neerpennen. In werkelijkheid is schrijven een ambacht, dat niet zo veel verschilt van dat van pakweg een meubelmaker. In beide gevallen moet de ambachtsman zijn product functioneel, goed ogend en liefst origineel maken. Ja, sinds ik een kleine jongen was, hield ik ervan dingen in bepaalde posities op te stellen, weer dooreen te halen en opnieuw te ordenen. Ik had niet meer dan vijf theelepeltjes nodig om een hele variëteit aan formaties te creëren. Want het gaat allemaal om vorm. Ook al kende ik dat woord nog niet als klein kind, ik werd toch al gefascineerd door vorm, wat de essentie van een ambacht is.'

Vanwaar komt de vreemde gedachte dat u wou veranderen in een boek?

Oz: 'Die gedachte werd me ingegeven door een gevoel van onveiligheid. In de jaren veertig in Jeruzalem gonsde het van de geruchten dat onze families - de families van ons allemaal - in Europa werden afgeslacht. Mijn ouders spraken daar nooit over, maar het hing in de lucht. Ook de situatie in Jeruzalem was niet veilig: Hitler was dichtbij en we wisten niet wat de Arabieren van plan waren. Als kind geloofde ik dat het veiliger zou zijn in een boek te veranderen: het bleek heel makkelijk om een mens te doden. Als boek zou ik kunnen overleven, verstopt op een of andere onbekende boekenplank.'

Wou u in uw boek uw eigen bronnen als schrijver opsporen?

Oz: 'Mijn boek is zeker een tocht langs de vele boeken die mij hebben geschapen. Ik probeer de boeken die me hebben beïnvloed te traceren om ze te delen met de lezer. Maar er is meer.'

'Ik werd grootgebracht in een landschap van boeken: de enorme boekenkast bij ons thuis was mijn eerste speelplek. Ik heb dan ook een puur fysieke liefde voor boeken, niet alleen als dingen waarin je kan lezen, maar ook als dingen die je kan voelen, ruiken, bekijken en ordenen. Ik heb een heel fysiek gevoel bij boeken. Het gaat zelfs zover dat ik de boekenkasten van anderen niet met rust kan laten, een 'intimiteit' die gelukkig niet bij wet verboden is.'

U beschrijft uitgebreid het geletterde milieu van uw ouders. Toch besloot u dat op te geven en naar een kibboets te trekken. Was dat een protest tegen de politieke opvattingen van uw vader?

Oz: 'Toen ik 15 jaar oud was, rebelleerde ik tegen de wereld van mijn vader en de kringen waarin ik opgroeide. Mijn vader was bibliothecaris, ik zou op het veld werken. Hij was een intellectueel met rechtse sympathieën, ik zou een tractorbestuurder met linkse overtuigingen worden. Mijn vader was klein van gestalte, ik besloot lang te worden. Maar zoals dat vaak geldt voor rebellie, was ook mijn protest niet eenduidig. In die jaren leefde er een droom van een nieuwe joodse mens: taai, gebruind, blond, zwetend en werkend op het land. Door te rebelleren tegen mijn vader was ik bezig juist die fantasie van hem te realiseren.'

Is dit boek ook een zoektocht naar het Europa dat uw ouders u onthielden door u enkel Hebreeuws te leren, terwijl ze zelf tien talen spraken?

Oz: 'Ik kom uit een familie die je vandaag multicultureel zou noemen. Mijn vader had in Odessa en Vilnius gewoond, mijn moeder in Rovno en Praag. De onvoorwaardelijke liefde van mijn ouders voor het joodse leven in Europa is een thema in mijn boek. Zeventig jaar geleden waren geseculariseerde joden als mijn (groot)ouders de enige echte Europeanen in Europa. De Fransen waren Frans, de Denen Deens en de Duitsers Duits: allemaal zeer nationalistisch. De joden waren de echte kosmopolieten, hun vaderland was heel Europa.'

'Tegelijk waren het mensen die niemand vertrouwde, temeer omdat ze ook erg intellectueel waren. Europa heeft nooit van hen gehouden. In de jaren dertig schopte Europa hen er met geweld uit. Gelukkig voor mijn familie: anders waren ze vermoord. Ze kwamen naar Jeruzalem, waar ze probeerden een enclave van Europeesheid te creëren in het hart van het Midden-Oosten. Dat was pijnlijk, pathetisch, absurd en hartverscheurend.'

'De reden dat ze me nooit een vreemde taal hebben geleerd, was 'mijn eigen veiligheid'. Mijn ouders waren bang dat ik, als ik een Europese taal zou kennen, verleid zou worden door de dodelijke charmes van Europa. Ze vreesden dat ik erheen zou gaan en er mijn dood zou vinden. Vandaag is dat moeilijk voorstelbaar. Maar ik kom uit een vluchtelingenkamp van Europeanen die in gedwongen ballingschap leefden en een liefde-haatverhouding hadden met het oude land. Iedereen verlangde ernaar terug, maar schaamde zich daarover.'

Oz: 'Ze verwachtten een fictie: de hemel op aarde. Ze wilden een samenleving creëren die model zou staan voor de hele wereld: progressief, ruimdenkend, tolerant. O ja, ze wilden veel dingen. Maar al snel kwamen ze erachter dat het niet zou lukken. Ze misten het oude land, maar praatten daar niet over. Ze hadden grote verwachtingen van het nieuwe land, maar werden zwaar teleurgesteld. Zoals dat gaat in families van emigranten, plaatsten ook mijn ouders het gewicht van hun verwachtingen op de schouders van hun kind. Dat lijkt komisch, maar het was ook tragisch. Ik had mijn boek zonder problemen 'Great Expectations' kunnen noemen.'

Oz: 'Dat was zelfhaat, zeer raar. Maar als je al generaties lang hoort dat niemand je aardig vindt, ga je op den duur misschien inderdaad proberen jezelf te veranderen. Mijn ouders waren gefrustreerde joden die generatie na generatie hadden geprobeerd zich te integreren in Europa. En plots zei heel Europa, haast unaniem: 'Nee, dank je, we willen je niet.' In die optiek is het niet zo vreemd dat ze zichzelf wilden veranderen, door afstand te nemen van het cliché van de jood. Zelf lijd ik niet aan dat syndroom, want ik beschouw mezelf niet langer als een Europeaan. Ik mag dan het kind van Europese vluchtelingen zijn, zelf ben ik een Israëliër.'

Amos Oz, Een verhaal van liefde en duisternis, uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach, Amsterdam, 2005, De Bezige Bij, 647 blz., 29,9 euro, ISBN 90-234-1775-5

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud