'Mannen zijn niet superieur maar ze verschillen van vrouwen'

(tijd) - De Amerikaanse cultuurcriticus Charles Murray gooide in 1994 een splinterbom in het kamp van progressief Amerika als coauteur van de omstreden bestseller 'The Bell Curve'. Het boek viel het gelijkheidsdenken aan over mensen en rassen, steunend op de gedeeltelijke erfelijkheid van het IQ. Murray's nieuwe publicatie 'Het menselijk genie', een turf met veel grafieken en lijstjes van de grootste verwezenlijkingen in de kunst en de wetenschap tot 1950, is minder explosief. Maar de interpretaties en verklaringen bieden nog altijd stof voor een pittig gesprek.

Vijf jaar heeft Charles Murray aan dit boek gewerkt. 'Het laatste jaar was het moeilijkste. Toen wilde ik als afsluiting coherente verklaringen vinden voor het feit dat Europa in sommige perioden zoveel grote verwezenlijkingen telde. Dat was veel moeilijker dan gegevens verzamelen en de berekeningen uitvoeren. Een violist heeft er geen moeite mee de toonladders perfect te spelen, maar een sonate componeren is nog iets anders. Uiteindelijk ben ik wel tevreden met de uitkomst.'

De drang om de grootste menselijke verwezenlijkingen in de kunst en de wetenschappen in cijfers uit te drukken, doet wat belegen aan. 'Mijn technieken zijn actueel', verdedigt de minzame Murray zich. 'maar het domein waarop ik ze toepas, is wat minder alledaags. Veel mensen zeggen: 'Hoe kun je nu cijfers plakken op een fenomeen als het menselijk genie?' Maar ikzelf weeg de verdiensten van de genieën uit het verleden niet af. Mijn uitgangspunt is dat het oordeel van deskundigen bruikbaar is. Als zowat alle kunsthistorische boeken verschillende pagina's wijden aan Rembrandt, dan zegt dat iets over het belang van Rembrandt. Dat weten we zonder de boeken te vergelijken ook wel, maar ik zocht een systematische manier om te bepalen wie de personen waren die ertoe doen. Alleen de kunstenaars of wetenschappers of uitvindingen die in minstens de helft van de geraadpleegde bronnen voorkwamen, vormden het gegevensbestand voor mijn onderzoek.'

Vrouwen moeten we in uw lijstjes met een vergrootglas zoeken. U gelooft niet dat er een evenwicht tussen de seksen zal ontstaan omdat mannen biologisch bevoordeeld zouden zijn. Spreken de feiten dat niet stilaan tegen?

Charles Murray: (grimas) 'Hoeveel last wil ik krijgen? Als je beweert dat de positie van vrouwen sinds 1950 sterk veranderd is, kan ik dat niet tegenspreken. Maar je kunt niet zeggen dat ze al duidelijk bezig zijn de kloof te dichten. Over het effect van het slopen van remmende omgevingsfactoren kunnen we misschien over twintig, dertig jaar iets zinvols zeggen.'

'In het stukje over biologische verschillen heb ik alleen maar willen aangeven welke theorieën daaromtrent bestaan. Een van de hypotheses is dat de man, als gevolg van evolutionaire processen, dominant is in uitmuntende prestaties in kunst en wetenschap. Mannen scoren namelijk beter voor ruimtelijk inzicht. De vaardigheden daarvoor zijn gerelateerd met wiskunde en muziek - componisten denken in termen van dimensies.'

'Gedurende de evolutie was het belangrijk dat een man van een afstand een prooi kon raken met een projectiel. Mannen die daar goed in waren, hadden een overlevings- en voortplantingsvoordeel. Misschien vinden we over 20 jaar een genetische basis voor die theorie, nu blijft het een hypothese. Ik suggereer dus niet dat mannen superieur zijn, wel dat ze wellicht op sommige punten van vrouwen verschillen.'

Wat waren de meest verrassende uitkomsten van uw kwantitatieve analyse?

Murray: 'Na maanden en maanden gegevens verzamelen en analyses maken, stel je vast dat je bezig bent met te bewijzen wat iedereen al weet. Dat geldt zeker voor muziek en beeldende kunst. De cijfers bewijzen voorts dat de aanwezigheid van modellen in een bepaalde generatie met grote waarschijnlijkheid een sterke volgende generatie voorspelt. De gegevens bevestigen ook het belang van grote steden met universiteiten voor uitzonderlijke creatieve prestaties.'

'Verrassender voor mij was dat de inbreng van Oost-Azië zo laag uitviel. Ik ben een bewonderaar van de Oost-Aziatische beschaving, vooral van de Chinese filosofie, kunst en technologische verwezenlijkingen. Op wetenschappelijk gebied had ik een aandeel in de grote verwezenlijkingen verwacht van 10 tot 15 percent. Het bleek uiteindelijk een povere 2 à 3 procent te zijn. Dat komt omdat China geen wetenschappelijke methode heeft ontwikkeld en beroemde uitvindingen, zoals buskruit en papier, geïsoleerde technologische prestaties zijn gebleven.'

'Ik keek ook met argwaan naar de hoge plaats van schrijvers zoals Lord Byron en Walter Scott op de literatuurindex. De top met Shakespeare, Goethe en Dante zit wel goed. Maar Byron sleept een negende plaats in de wacht, niet omdat hij een groot dichter was, maar om zijn leidende rol in de romantische stroming. Op dezelfde manier kon Voltaire profiteren van zijn betekenis voor de Verlichting. Blijkbaar benadrukken de literaire overzichten sterk de sociale en culturele invloed van schrijvers, waardoor mijn literatuurlijst iets minder zuiver is.'

Was u niet verrast dat oorlog geen invloed had op artistieke en wetenschappelijke topprestaties?

Murray: 'Precies. Het effect van de vele Europese oorlogen bleek eigenlijk verwaarloosbaar klein, met voorbehoud dan voor de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Gouden Eeuw waren de Nederlanden bijna onafgebroken in oorlog. Zelfs onder de Napoleontische oorlogen waren er in Parijs wetenschappelijke conferenties waarop Britse geleerden te gast waren. Er was toen een scheiding tussen de oorlog en het culturele en wetenschappelijke leven. De wetenschappers beschouwden zichzelf als een gemeenschap van verwante geesten op zoek naar de waarheid. De oorlogen speelden zich daarbuiten af.'

'Ik had ook een grotere correlatie verwacht met het politieke systeem. Het enige wat je kunt concluderen is dat totalitarisme, bijvoorbeeld Rusland onder de tsaren en de sovjets, nefast is voor grote prestaties in kunst en wetenschap. Maar het valt niet te bewijzen dat de liberale democratie bevorderlijk is voor grote verwezenlijkingen. Zelfs het bewind van een absolute vorst als Lodewijk XIV komt er nog goed uit - Molière kon zich toen een en ander permitteren.'

'Welvaart had wel een gunstig effect, alleen niet in Spanje na de ontdekking van de Nieuwe Wereld. Al het goud dat binnenkwam, ondermijnde de dynamiek van het land. Je had geen ambachtslieden meer. Spanje was als een verwend rijkeluiszoontje dat een grote erfenis in de schoot geworpen kreeg. Er waren enige uitschieters als Cervantes en Velazquez maar relatief gezien was de oogst te mager.'

U beweert dat het christendom de motor was voor Europa als bakermat van culturele en wetenschappelijke hoogtepunten.

Murray: 'Aanvankelijk was ik overtuigd dat de oude Griekse beschaving het fundament was van de westerse beschaving. Later ben ik gaan inzien in welke mate het christendom een gunstige invloed heeft gehad op de ontwikkeling van het individualisme. De Grieken kenden die sterke vorm van individualisme niet, het komt recht van de theologie. Volgens het christendom heeft elk individu een persoonlijke relatie met God, ongeacht rang of stand. Voeg daarbij Thomas van Aquino met zijn stelling dat de menselijke intelligentie een gave van God is en dat God de aanwending ervan om de wereld te begrijpen welgevallig is. Net zo is God de kunsten genegen omdat ze hem glorie brengen. Dus zegt Aquino: studeer en creëer om God te eren.'

Het christendom bestond in de donkere eeuwen daarvoor ook al en was toen weinig stimulerend. Moeten we dus niet veeleer de verbeterende economische omstandigheden na de kruistochten aanwijzen, in combinatie met het geschenk van de islamitische wereld - onder meer de algebra en de Griekse filosofie?

Murray: 'Ook. Maar interessant is dat het christendom, dat daarvoor altijd binnenwaarts gericht was en het leven op aarde slechts als een voorafschaduwing van het hiernamaals zag, dankzij Thomas van Aquino de kunst en de wetenschap de wind in de zeilen gaf. De islam daarentegen veroordeelde de afbeelding van de wereld als blasfemie en realistische fictie was een godslasterlijke leugen. Er was alleen maar ruimte voor decoratieve kunst. Voor wetenschappers die natuurwetten wilden ontdekken was er zelfs helemaal geen plaats. Gods wil regeert de kosmos en morgen kan hij bijvoorbeeld beslissen de zwaartekracht te veranderen. Daarom was natuurkundige studie blasfemisch.'

'Het is hoogst verwonderlijk dat de Arabische wereld in de tiende eeuw toch een wetenschappelijke opflakkering kende. De simpele verklaring van de experts is dat de theologen gedurende een eeuw minder waakzaam waren geweest. Het vitale nieuwe rijk dat zich net had gevormd bracht veel kennis samen die voor een intellectuele opening zorgde. Mede onder invloed van joodse geleerden bloeide de wetenschap op. Maar toen zeiden de imams: 'Wacht eens even, dat klopt niet.' Toen werd alles weer teruggeschroefd.'

U ziet secularisatie als oorzaak voor het afnemen van grootse prestaties in de kunst en de wetenschap. Is dat niet wat eenzijdig?

Murray: 'Wat ik zeg, is dat uitmuntende verwezenlijkingen werden tot stand gebracht door personen met duidelijke transcendente waarden over schoonheid, goedheid en waarheid. In het geval van de wetenschap is het de passionele drang om de waarheid te vinden. Hoewel de waarheid volgens postmodernisten niet bestaat, denken wetenschappers daar anders over. Zij zien het zoeken van de waarheid als een roeping. Gelukkig, anders krijg je een onproductieve wetenschappelijke wereld die de kluit belazert.'

'De kunst is een ander verhaal. Ik zeg niet dat gelovig zijn een voorwaarde is om grote kunst te scheppen, maar als een kunstenaar geen uitgesproken schoonheidsideaal heeft dan zal zijn oeuvre steriel en zielloos zijn. Ik heb het niet alleen maar over inspiratie. Om een roman te schrijven die raakt door de manier waarop de 'condition humaine' aan de orde wordt gesteld, moet je een duidelijke opvatting hebben over wat de mens is. En die opvatting moet rijker zijn dan 'we worden geboren en we sterven'. Nihilisme alleen leidt niet tot aangrijpende kunst.'

Murray: 'Niet noodzakelijk. Ik zie mezelf bijvoorbeeld als een agnost die veel bezig is met de plaats van de mens in de kosmos. Maar statistisch bekeken heeft een geseculariseerde maatschappij een rijke energiebron verloren. Er zullen best wel alternatieven zijn, maar in vergelijking met vroeger heeft de ontkerstende samenleving de voedingsstroom voor grote kunst verloren. Dat is het geval bij de artistieke elite in Europa en Amerika.'

Ziet u zichzelf als een soldaat in de cultuuroorlog tussen liberalen en conservatieven die vooral aan de Amerikaanse universiteiten woedt?

Murray: 'Ik ben zeker een heftig tegenstander van de postmodernisten. Wat dat betreft, weet ik in welk kamp ik sta. Maar deze culturele oorlogen blijven niet beperkt tot Amerika. In Europa valt het minder op omdat de discussie er niet in dezelfde populistische termen wordt gevoerd. Europa kent niet het tegengewicht dat in de Amerikaanse maatschappij uitgaat van de vitalistische religieuze beweging.'

'Maar dat neemt niet weg dat de hedendaagse kunst in Europa even hol en zielloos is. In discussies zeg ik altijd: 'Noem me een hedendaags schilderij, een muziekstuk, een boek of een film waar mensen over tweehonderd jaar nog zullen van genieten.' Het valt me ook op dat in boekhandels in luchthavens, waar je een bij uitstek doorsnee lezerspubliek hebt, de klassiekers van Tolstoj, Dostojevski en Austen beter verkopen dan recente boeken.'

'Toch ben ik niet pessimistisch. De artistieke elite van vandaag is artificieel. De manier waarop ze neerkijkt op mensen die geloven is degoutant. Maar de grote onderwerpen zoals leven en dood en mijn plaats in het heelal, kun je niet zomaar aan de kant schuiven. Het zijn de onderwerpen waar alle mensen mee bezig zijn. En ze zullen weer centraal komen te staan, dat kan niet anders. Intellectuelen hebben als adolescenten gereageerd op de erfenis van de Verlichting, Darwin en de evolutietheorie, Freud en de driften en Einstein en de relativiteitstheorie. Tieners die plots de waarheid ontdekken, zijn overtuigd dat hun ouders oliedom zijn. Maar als ze wat ouder worden, komen ze tot het besef dat ze nu weer niet zo dom waren. De elite zal ook haar adolescentieperiode ontgroeien.'

Charles Murray, Het menselijk genie. Streven naar het ultieme in kunst en wetenschap door de eeuwen heen. 2005, Utrecht/Antwerpen, Het Spectrum/Standaard Uitgeverij, 775 blz., 49,95 euro, ISBN 90-7120-620-3

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud