Poëzie en verwondering als doel

(tijd) - 'Le Grand Jeu' en het surrealisme zijn de onderwerpen van een tentoonstelling in het Palais des Beaux-Arts in Reims. Het kunsttijdschrijft 'Le Grand Jeu' verscheen driemaal in 1929 en werd uitgegeven door vier jongelui uit Reims.

Roger Lecomte, René Daumal, Roger Vailland en Robert Meyrat waren amper 22 jaar toen ze 'Le Grand Jeu' maakten. Hun vriendenkring was breed en internationaal, hun referentie het surrealisme. Jean Arp, Man Ray, André Masson en Robert Desnos werkten mee aan het blad. Het vierde nummer haalde de persen niet, het avontuur was over. 'Le Grand Jeu' was een van de vele dergelijke tijdschriften in het interbellum in Europa. Iedere versie van dit geëxalteerde poëtische nihilisme legde de contradicties van de Europese cultuur bloot.

Het surrealisme had na 1924 een kettingreactie doorlopen van inzichten, polemische standpunten, manifesten en interne zuiveringen. De surrealistische beweging was communistisch geworden en voerde daarmee een gevestigde, conformistische revolutie met een goed doel. De aanspraak om een totale omwenteling te zijn werd daarna onmogelijk. Georges Bataille rebelleerde daartegen en verzamelde zijn nihilistische bondgenoten rond het tijdschrift 'Documents'. Minder bekend is het antwoord van 'Le Grand Jeu'. Daarin werd een gelijklopende kritiek geformuleerd vanuit een heel andere hoek, vanuit een mystiek van de poëzie die zowel het naakte materialisme van Bataille als het al te positieve politieke engagement van André Breton wraakte.

Roger Vailland, een beroemde romancier in de jaren vijftig, Roger Lecomte en René Daumal zorgden voor een van die vele turbulenties die voor henzelf en anderen een onschatbare leertijd betekende. De tekenaar Maurice Henry, de Tsjechische schilder Joseph Sima en de fotograaf Artür Harfaux (een openbaring) maakten onverwacht speels en sprookjesachtig werk. De humor van de tekenaar Henry is niet knarsetandend, maar goedlachs. De erotiek van Harfaux is geheimzinnig, maar ook intens romantisch. De figuren van Sima zijn doordrongen van fantastiek eerder dan van ontheiliging. Niets was cynisch aan de club van 'le Grand Jeu'. En dat in tegenstelling tot de vele objecten en installaties van de surrealisten die minder op poëtische extase en meer op polemische provocatie waren gericht. Het surrealisme berekende uiterst precies zijn aanslagen op de goede smaak, 'Le Grand Jeu' heeft de situatie veel minder sterk tot het einde doorgedacht. Breton kon het blad en het clubje dan ook met een simpele verwijzing vloeren.

De referenties van 'Le Grand Jeu' liggen in een Midden-Europese en romantische cultuur. Het fantastische voedde hun beelden. Juist de materialistische ideologie en de functionele inzet van de surrealistische revolutie waren voor hen een onvergeeflijke erfzonde. Poëzie in de brede betekenis van het woord was hun doel. Het is niet verwonderlijk dat iemand als Daumal een specialist werd van Indische filosofie en poëzie. De subjectieve positie was het ijkpunt van deze groep. Daarmee incarneerde ze een zuiver standpunt dat echter geen verweer had tegen de politiek-esthetische tactiek van Breton, noch tegen het radicale materialisme van Bataille.

De kleine groep noemde zich aanvankelijk 'simplistisch'. Hun spel begon onder jongens en ze zwoeren een levenslange trouw aan het kind in hen. Ze cultiveerden de verwondering, eerder dan de provocatie. Toch groeiden ze op in een klimaat waarin de vernieling het hoogste aanzien genoot. Maar dat verwoesten vergde een veel grotere handigheid dan de verwondering. Niet zij, maar Breton speelde het grote spel.

Overal in Europa - ook in België - schootten cryptosurrealistische 'groupuscules' en clubs op. Hun levensduur was vaak omgekeerd evenredig met de intensiteit van de inzet. Hun extremisme richtte zijn dodelijke pijlen op henzelf, meer dan op de buitenwereld. Het is opvallend dat niemand op zijn eentje surrealist is geweest, maar dat men het slechts samen en vooral in concurrentie met elkaar kon zijn. De argwaan of de ander wel aan de norm van het collectieve project voldeed, genereerde een spiraal van mentaal geweld en een even grote inspiratie. Hoe dichter men bij de kern kwam, hoe sneller die spiraalbeweging werd. Zoals ze het zelf over zich hadden geroepen, zo gebeurde het ook: de poëtische scheppingskracht was de keerzijde van een poëtische vernielzucht. Daumal hoopte vergeten te kunnen worden als een groot cataclysme. Wat hij zeker niet wilde, was onthouden worden als de schepper van een oeuvre dat goed blijkt voor een retrospectieve. Het is hem bijna gelukt.

'Grand Jeu et surréalisme', in het Musée des Beaux-Arts, Rue Chanzy, 8, Reims, tot 28 maart, open elke dag van 10 tot 12 en van 14 tot 18 uur. Catalogus: ISBN 90-5544-489-8.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud