'We leven nu eenmaal in een wereld vol oorlog'

(tijd) - 'Als je aan mensen uit het Westen vraagt wat ze over Tsjetsjenië, Irak of Afghanistan weten, antwoorden ze onveranderlijk: 'Dat is waar zoveel bommen vallen en zoveel ontvoeringen plaatsvinden.' Meer kennen ze niet. De jongste bom in Faluja of de gijzeling in de school in Beslan: dat is hier 'het hele nieuws'. Ik ben er nochtans van overtuigd dat je als journalist de mogelijkheid hebt een genuanceerder beeld van die landen te brengen', zegt de Franse journaliste Anne Nivat (1969), die deze stelling met haar leven en werk ondersteunt. Ze was te gast op Het Andere Boek.

Toen het Russische leger in 1999 Tsjetsjenië binnenviel, verbleef Anne Nivat zes maanden in dat oorlogsgebied. Ze noteerde haar gesprekken met Tsjetsjeense burgers en rebellen in 'Het Tsjetsjeens labyrint'. Ondertussen ligt haar tweede boek over Tsjetsjenië in Frankrijk al in de rekken, naast een verslag over haar reizen door de oorlogsgebieden Irak en Afghanistan.

Het gijzeldrama in de school in Beslan heeft de Tsjetsjeense kwestie geen goed gedaan. Gelooft u dat het publiek nog een onderscheid kan maken tussen Tsjetsjeense terroristen en Tsjetsjeense burgers?

Anne Nivat: 'Mensen kunnen het onderscheid niet maken tussen de zogenaamde Tsjetsjeense terroristen en de Tsjetsjeense nationalisten, die streven naar onafhankelijkheid en die tussen 1994 en 1996 al een oorlog tegen de Russen uitvochten, nog voor de tweede oorlog in 1999 begon. Door de uitspraken van de Russische presiden, Vladimir Poetin, dat alle Tsjetsjenen terroristen zijn, is het nog moeilijker geworden om over de oorlog in Tsjetsjenië te praten. In Tsjetsjenië zijn geen overwinnaars. Er heerst een complete chaos, met burgers die tussen de partijen ingeklemd zitten en die geen enkel toekomstperspectief hebben. Maar ook al zijn de Russen absoluut niet de overwinnaars op het terrein, ze zijn wel de overwinnaars in de propaganda. Ze zijn erin geslaagd iedereen ervan te overtuigen dat ze niet anders kunnen dan de strijd in Tsjetsjenië voort te zetten. In werkelijkheid weten ze gewoon niet hoe ze het Tsjetsjeense probleem moeten oplossen. Poetin beweert dat hij met de oorlog in Tsjetsjenië deelneemt aan de zogenaamde 'oorlog tegen het terrorisme'. Natuurlijk is dat politiek correct! Wie zou zich een voorstander van terrorisme durven te noemen? Natuurlijk is iedereen geschokt door wat er in Beslan is gebeurd. Maar het is allemaal gecompliceerder dan het zwartwitbeeld dat ze ons opdringen.'

Hebben de fundamentalistische moslims, de wahabieten, nu meer macht dan in 1999?

Nivat: 'Ik heb in 1999 in Tsjetsjenië vastgesteld dat de wahabieten een kleine minderheid vormden. De Tsjetsjeense bevolking is altijd fel gekant geweest tegen de streng islamitische regels die de wahabieten wilden doorvoeren. De Tsjetsjenen zijn wel moslims, maar ze hebben van oudsher meer een 'soefi'-beleving van de islam. Helaas zie je nu in Tsjetsjenië islamitische fundamentalisten opduiken die er bij het begin van de oorlog niet waren. Dat zijn de mensen die in Beslan de schoolkinderen gijzelden. Ik ben ervan overtuigd dat de oorlog in Tsjetsjenië nu moeilijker op te lossen is dan vijf jaar geleden. Al vijf jaar weigeren de Russen te praten met mensen die ze sinds het begin 'terroristen' noemen. De afwezigheid van dialoog maakt de oorlog steeds uitzichtlozer.'

Poetin beweert dat Al Qaeda betrokken was bij de gijzeling in de school in Beslan. Klopt dat?

Nivat: 'Het is typisch voor Poetin om zoiets te zeggen. Het is zijn manier om de oorlog in Tsjetsjenië te legitimeren. Poetins grote moment was 11 september 2001. Hij greep onmiddellijk zijn kans om mee op de kar te springen van de zogenaamde 'oorlog tegen het terrorisme'. Naar eigen zeggen was hij zelfs als eerste met die oorlog begonnen, door in Tsjetsjenië tegen de 'terroristen' te vechten. Zelf betwijfel ik dat Al Qaeda in Tsjetsjenië aanwezig is. Ook de bewering dat de Tsjetsjeense rebellen financieel door Al Qaeda worden ondersteund, lijkt me dubieus. Als dat het geval was, zou het verzet in Tsjetsjenië vast minder primitief zijn.'

Sandor Marai beschreef in 'Land, Land_' de Russische soldaten die in 1945 Hongarije bevrijdden als 'altijd onberekenbaar'. Is dat volgens u een adequate beschrijving?

Nivat: 'Ja, het is helaas typisch voor het voormalige sovjetleger en voor het huidige Russische leger. Ik ben ervan overtuigd dat de Russen steeds meer gedesorganiseerd zijn. Mijn ervaring met de Russische soldaten in Tsjetsjenië vertelt me veel over hun niveau van degradatie en over de afwezigheid van discipline. Hoe vaak heb ik het niet meegemaakt dat ik samen met Tsjetsjeense rebellen een Russische controlepost kon passeren in ruil voor geld? Meer dan eens heb ik ook gezien hoe Russische soldaten hun eigen wapens verkochten aan de Tsjetsjeense rebellen, terwijl ze wisten dat de Tsjetsjenen hen met die wapens zouden bevechten. Het Russische leger is uitermate corrupt. Daar komt bij dat de Russische soldaten in Tsjetsjenië niet geven om die oorlog. Ze zouden liever naar huis gaan; ze willen daar niet sterven. Maar wat kunnen ze doen? Van de 80.000 Russische soldaten in Tsjetsjenië, bestaat de meerderheid uit mensen die geen beroepssoldaten zijn. Ze zijn daarheen gelokt met de belofte dat ze veel geld zouden verdienen, maar dat is niet zo. Dat is een ander aspect van de chaos in Tsjetsjenië.'

Wat is de rol van de media in onze beeldvorming over Tsjetsjenië?

Nivat: 'De media zijn een industrie geworden. Journalisten zijn verplicht het nieuws te coveren. We worden bijgevolg overspoeld met verslagen over bomaanslagen en ontvoeringen: in Tsjetsjenië, Irak en Afghanistan. Maar wat krijgen we te horen over de achtergronden? Wij journalisten zouden meer tijd moeten nemen om veldwerk te doen, om te beschrijven wat we ter plekke zien en horen. Daar ben ik in getraind. Ik ga ter plaatse en praat met de mensen, in de hoop met iets anders terug te komen dan de stereotiepe beelden.'

U was in 1999 een van de weinige journalisten in Tsjetsjenië. Daar hebt u moed voor nodig.

Nivat: 'Moed is niet voldoende. Je moet echt geëngageerd zijn om naar een oorlogsgebied te trekken. Bovendien heb je vrijheid nodig. Die vrijheid heb ik nu, want ik werk niet langer voor kranten. Als ik naar Tsjetsjenië, Irak of Afghanistan ga, neem ik de tijd. Ik blijf er weken, soms maanden. Mijn engagement is totaal. Deze job is mijn hele leven. Voor mij bestaat er niet zoiets als een onderscheid tussen mijn privé-leven en mijn beroepsleven.'

In uw boeken lijkt het wel of mensen u spontaan hun verhalen komen vertellen.

Nivat: 'Dat lijkt alleen maar zo omdat ik nooit schrijf over de gesprekken die mislukken. Soms is het wel degelijk heel moeilijk om iemand te doen praten. Toch zijn mensen overal ter wereld bereid te praten als je maar voldoende tijd neemt en genoeg aandacht hebt voor hun verhalen. Tijdens mijn reportages ben ik altijd gekleed als een inheemse vrouw. Ik verblijf ook altijd bij mensen van ter plaatse. In de moslimmaatschappijen waar ik ben doorgetrokken, is gastvrijheid heel belangrijk. Iedereen wou me in zijn huis hebben. Als je bij mensen thuis bent en hun leven deelt, praten ze op den duur over heel andere dingen dan ze zouden doen als je maar een uurtje langskomt.'

Heeft het u veranderd dat u zoveel vernieling, lijden en dood heeft gezien?

Nivat: 'Iedereen zou daardoor veranderen. Ik ben wel geboren in Frankrijk, maar ik ben daar tien jaar geleden weggegaan. Ik woon nu in Rusland, al leef ik ook daar niet permanent. Ik ben altijd op doortocht, als een nomade. Dat is noodzakelijk voor wat ik doe. Ik ben het verplicht aan de mensen die een andere kijk willen op al die vreselijke oorlogen. Want mensen zijn het moe om op televisie beelden te zien die met de complexe realiteit weinig van doen hebben. Spijtig genoeg leven we in een wereld vol oorlogen. Het zijn oorlogen die steeds minder begrijpelijk worden, met vijanden die steeds minder zichtbaar zijn. Er worden ons daarover zoveel leugens verteld! In Afghanistan en Irak doen de Amerikanen net hetzelfde als de Russen in Tsjetsjenië. Met hetzelfde resultaat: totale chaos. Wat we nogal eens vergeten, is dat er veel misverstanden bestaan tussen het Westen en landen als Afghanistan, Irak en Tsjetsjenië. Ze haten ons daar en reageren met terrorisme. Het is een vicieuze cirkel, waarbij ons antwoord op het terrorisme enkel de terreur verder aanwakkert. Het resultaat is dat er nog vele Beslans zullen komen. Ik weet niet hoe we dit proces kunnen stoppen, maar ik weet wel dat we ver verwijderd zijn van een 'goede reactie'. Dat is heel verontrustend. Ik ben dan ook pessimistisch over de toekomst van deze planeet. We realiseren het ons niet, maar dergelijke oorlogen zullen blijven uitbreken. Er is een totale afwezigheid van begrip tussen het Westen en de moslimlanden die ik heb bezocht. Want achter de oppervlakkige uitingen van moderniteit die je ziet in Irak, Tsjetsjenië of Afghanistan, schuilt een heel andere cultuur. En helaas bestaat daarin een bepaalde hoeveelheid haat tegenover het Westen.'

U schrijft zelden over uw eigen angsten. Is dat een bewuste keuze?

Nivat: 'Mijn boeken gaan niet over mezelf, maar over de mensen die ik ontmoet. Zij verdienen het dat ik over hen schrijf. Natuurlijk heb ik in Tsjetsjenië vreselijke dingen doorstaan. Ik heb zelfs in het Frans geen woorden om dat te beschrijven. Het is begrijpelijk dat mensen uit het Westen zich moeilijk kunnen inbeelden hoe het is om te leven in een wereld van angst, gevaar en armoede. Maar we leven nu eenmaal in een wereld vol oorlog en we kunnen dat maar beter onder ogen zien.'

Anne Nivat - Het Tsjetsjeens labyrint - vertaald door Henne Van der Kooy, 2003, Amsterdam, Arbeiderspers, 252 blz., 22,95 euro, ISBN 90-295-3649-7Bij Fayard verscheen zopas 'Lendemainsde guerre en Afghanistan et en Irak'.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud