AMVC-Letterenhuis geeft overzicht van twee eeuwen Vlaamse literatuur

(tijd) - Een overzicht bieden van 200 jaar Vlaamse literatuur, van pakweg Hendrik Conscience tot zeg maar Annelies Verbeke. Die niet geringe ambitie stelde het AMVC-Letterenhuis zich voor de nieuwe vaste opstelling. Het resultaat is een veelheid aan materiaal, dat bijwijlen overdondert, maar vooral een interessant licht werpt op hoe literatuur functioneert in een veranderende maatschappij.

Het AMVC-Letterenhuis in Antwerpen bewaart sinds 1933 alles wat met Vlaamse literatuur te maken heeft, maar het is pas sinds dit jaar door de Vlaamse overheid erkend als het literaire archief van en voor Vlaanderen. Daardoor kreeg het Letterenhuis er meteen een opdracht bij: het moet het literaire Vlaamse erfgoed vanaf nu niet alleen bewaren, maar ook levendig houden. Dat gebeurt door een nieuwe vaste opstelling die een overzicht wil bieden van 200 jaar Vlaamse literatuur.

'Wij geven het toe, een niet geringe ambitie', zei Leen van Dijck, directeur van het Letterenhuis, bij de opening van de permanente tentoonstelling eerder deze week.

De tentoonstelling wil inderdaad veel doen. De Vlaamse schrijvers en hun werken worden gesitueerd op een tijdlijn en daarbij afgezet tegen de grote wereldgebeurtenissen en de buitenlandse literatuur. Hun manuscripten, boeken, brieven en documenten worden tentoongesteld, naast klank- en beeldmateriaal, prenten en tekeningen, maar ook uitvergrote fragmenten die een auteur of stroming typeren. Wie zich in een bepaald onderwerp nog meer wil verdiepen, kan extra informatie vinden in de laden van de toonkasten. Alles samen zijn er meer dan 1.500 objecten. Het geheel is nogal overdonderend door die veelheid, maar wie zich daardoor niet laat afschrikken, kan een aantal leuke ontdekkingen doen. Door even te blijven luisteren naar wat Ivo Michiels over zijn grote voorbeeld Paul Van Ostaijen vertelt bijvoorbeeld; of door stil te staan bij de muur vol ge-engageerde affiches uit de jaren 30, die een gevoel van stedelijk onbehagen oproepen, en vlak daarna bij de streekauteurs uit te komen.

Wat de tentoonstelling vooral wil doen - en dat maakt haar juist interessant - is inzicht geven in hoe literatuur zich ontwikkelt in een steeds evoluerende maatschappij. 'Nieuwe tijden vragen nieuwe woorden', geplukt uit een gedicht van Hugues C. Pernath, zou het motto voor deze opstelling kunnen zijn, meent Leen Van Dijck. 'Literatuur is altijd een product van zijn tijd en de maatschappelijke context.'

Wie de zaalteksten na elkaar leest, komt tot een coherent verhaal van hoe literatuur omgaat met de realiteit, met de twee wereldoorlogen als scharnierpunten. Uiteraard is het geen eendimensioneel verhaal dat naar een pointe loopt, maar een verhaal met contrasterende en elkaar aanvullende verhaallijnen. Zo wordt in de 19de eeuw de historisch-nationalistische literatuur van Hendrik Conscience tegenover de ontnuchterende, objectieve romans van Cyriel Buysse geplaatst. Voor de jaren 1920-30 wordt de meer landelijke streekliteratuur met een modernistisch stadsgevoel geconfronteerd.

Het zwaartepunt van de expositie ligt evenwel op de periode na 1950, waar een verhaal over vormexperiment en inhoudelijk engagement gepresenteerd wordt aan de hand van onder meer Louis-Paul Boon, Ivo Michiels, Hugo Claus, Tom Lanoye en Peter Verhelst. Op momenten dat waarden en normen op losse schroeven gezet worden, vinden ook in de literatuur experimenten en vormvernieuwingen plaats, zo blijkt. Andere schrijvers engageren zich om in hun werk aan te klagen wat misloopt in de maatschappij van hun tijd.

Die tegenstelling tussen vorm en inhoud is uiteraard niet typisch voor het Vlaanderen van de voorbije eeuw. En je zou de tentoonstellingsmakers van simplifiëring kunnen betichten omdat ze alles in een te bevattelijk verhaal willen gieten, maar dan mogen ze dat misschien bijna als een compliment opvatten. Want het blijkt niet meteen een gemakkelijke taak om over 200 jaar Vlaamse literatuur een coherent verhaal te vertellen dat spannend genoeg is om de geïnteresseerde leek niet te doen afhaken en dat toch de literatuurkenner niet op zijn honger laat.

Er is in elk geval moeite gedaan om met originele vondsten te komen op het vlak van vormgeving. Zo worden 53 schrijvers die in de jaren 1980 en 90 debuteerden, gepresenteerd in kijkkastjes, niet alleen met een foto en een boek, maar ook met een persoonlijk voorwerp dat verband houdt met hun werk. Het beurtelings aanlichten van de verschillende kijkkastjes moet de zapcultuur en de chaos van het grote aanbod evoceren. Het is een installatie op zich, met een soundscape van Paul Mennes.

In de laatste ruimte zijn we in onze tijd aanbeland. De bustes en schilderijen van auteurs uit de 19de eeuw hebben plaatsgemaakt voor affiches van literaire manifestaties als De Nachten, Saint-Amour en Zuiderzinnen, voor de boeken van Pieter Aspe en voor literaire BV's als Tom Lanoye.

Het verhaal dat in het Letterenhuis wordt gepresenteerd, kent uiteraard geen einde. De tijdsbalk eindigt met een vraagteken en in de leeshoek kan je de plots opgekomen leeshonger stillen onder het waakzaam oog van jonge Vlaamse schrijvers als Jef Aerts en Annelies Verbeke. Ze hebben de tijdsbalk net niet meer gehaald, maar met hen zou de lijn wel eens verder kunnen gaan, lijkt men te suggereren.

AMVC-Letterenhuis, Minderbroedersstraat 22, Antwerpen. Open van 10 tot 17u, behalve op maandag, tel: 03/222.93.20.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud