Booker Prize-winnaar beschuldigd van plagiaat

(belga) - De Canadese schrijver Yann Martel (foto epa), die twee weken geleden de Booker Prize in de wacht sleepte, wordt beschuldigd van plagiaat in zijn boek "The Life of Pi" ("Het leven van Pi"). Het boek toont sterke gelijkenissen met een oudere novelle van de Braziliaan Moacyr Scliar, zo schrijft de New York Times donderdag.

Martel kreeg de belangrijke Britse literaire prijs voor zijn boek over een jonge Indische overlevende van een schipbreuk die zijn reddingssloep deelt met een tijger. In "Max and the Cats" ("Max en de katten") van de Braziliaanse auteur Scliar overleeft een jonge jood een schipbreuk en deelt hij zijn reddingssloep met ... een panter.

De 39-jarige Martel, die ook 80.000 dollar kreeg, geeft toe dat het boek van Scliar hem inspireerde, maar beweert het echter nooit te hebben gelezen. De Booker Prize-winnaar zegt dat het verhaal zijn aandacht trok door een recensie van John Updike begin jaren negentig. Volgens de Amerikaanse krant bestaat er echter geen recensie door Updike van Scliars boek.

De Braziliaanse schrijver verklaarde in een telefonisch gesprek met de New York Times gemengde gevoelens te hebben over het vermeende plagiaat. "In een opzicht ben ik gevleid dat een andere schrijver mijn idee zo goed vindt. Maar anderzijds gebruikte hij dat idee zonder enig overleg of zonder me daarover in te lichten".

Of er nog meer gelijkenissen zijn tussen de Brazilaanse novelle, die gepubliceerd werd in 1990, en het nieuwe werk van Martel, moet worden bekeken wanneer beide boeken woord voor woord met elkaar worden vergeleken.

De 65-jarige Scliar is de zoon van joodse migranten. Hij schreef zestien novelles, alsook een verzameling kortverhalen en essays. "The Life of Pi" is Martels vierde boek.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud