Het dagelijkse bestaan van Jacques Derrida

Gepassioneerde documentaire over grondlegger van deconstructivisme

Op de website van 'Derrida' vertelt coregisseuse en producente Amy Ziering Kofman een mooie anekdote die ze niet in haar film kwijt kon. Jarenlang heeft Jacques Derrida pertinent geweigerd om zich te laten fotograferen en filmen. Zelfs toen hij tegen het eind van de jaren 70 een prominente plaats in de Europese filosofie had ingenomen, beschouwde hij de personencultus als ridicuul en overbodig. Zijn politieke engagement bracht hem evenwel op publieke plekken en naar aanleiding van een of ander benefiet plaatste de Franse krant Le Monde dan toch een foto van... Michel Foucault, in het bijschrift verkeerdelijk geïdentificeerd als Jacques Derrida. Het verschil in haardos - Foucaults kale knikker tegenover zijn eigen weelderige manen - deed Derrida besluiten om voortaan de media eigenhandig op hun wenken te bedienen. Of hoe ijdelheid des mensen is, en dus ook filosofen niet vreemd.

Een kwarteeuw en heel wat portretfoto's en zuinige tv-optredens later is de 73-jarige filosoof het onderwerp van een documentaire die als titel genoeg heeft aan zijn (merk)naam. In Europa is Derrida vandaag een éminence grise, in de Verenigde Staten een academische superster.

In zijn recente studie van de receptie van het Franse denken op Amerikaanse bodem buigt François Cusset zich over de vraag hoe dit unieke, doorwrochte Europese werk ('ergens tussen een negatieve onto-theologie en de poëtisch-filosofische exploratie van het onzegbare') zo'n succes op de Amerikaanse campus is kunnen worden. Hoe komt het dat voor één Fransman maar liefst tien Amerikanen een boek van Derrida gelezen hebben? Hoe is ooit het moeilijke theoretische concept van de 'deconstructie' (door Derrida gelicht uit Heideggers 'Sein und Zeit' als vertaling voor diens 'Destruktion') een humoristische stijl kunnen worden in 'Seinfeld' en Woody Allens 'Deconstructing Harry'? Eén ding is zeker: het succes van de man en zijn ideeën is niet het resultaat van een persoonlijke strategie, dixit Cusset in 'French Theory' (uit bij Éditions La Découverte, 2003).

'Derrida' toont nog een andere zekerheid: de Franse filosoof heeft charisma te over. Terwijl hij toch in elk beeld van de film de hoofdrol speelt, slaagt hij erin om zijn blijvende bezwaren tegenover de mediatisering van het - en zijn - dagelijkse leven vriendelijk te formuleren.

Derrida zou Derrida niet zijn als hij niet zijn eigen film zou deconstrueren. Hij kan daarbij rekenen op alle hulp van de makers die zelf goed thuis zijn in de materie. In de jaren 80 volgde Amy Kofman zijn colleges aan Yale University en bleef in de jaren nadien contact houden met haar professor. Ze wist zijn vertrouwen te winnen en hem na lang aandringen te overtuigen van het belang van de eerste en wellicht laatste documentaire over de mens achter de filosoof.

Om filmpraktische redenen zocht en vond Kofman een geestesgenoot in Kirby Dick, de regisseur van 'Sick: The Life and Death of Bob Flanagan' (1997). Zij was, zoals elke kijker, zwaar onder de indruk van Dicks empathische portret van wijlen pijnkunstenaar Flanagan. Om diens exhibitionistisch sadomasochisme begrijpend te kunnen benaderen, had de filmmaker meer dan zijn deel van de continentale filosofie gelezen. Net als in 'Sick' zag hij in 'Derrida' een gelegenheid om de wisselwerking tussen leven en werk, tussen privé en publiek in beeld te brengen.

Over een periode van twee jaar volgde het duo zijn onderwerp op trips naar de University of California in Irvine, naar Australië en naar Zuid-Afrika waar Derrida de cel van Mandela bezoekt en een lezingenreeks geeft over waarheid en vergiffenis. Begin 2000 is het pendelen tussen de aula's van New York en een appartement in Parijs waar de filosoof de filmmakers toegang verleent tot zijn huiselijke kring. Kofman stelt de vragen, Dick filmt. Derrida praat over de rol van de biograaf, over de karakteristieken van het archief, over zijn zus, over de liefde. Hij nestelt zich in zijn zetel, zet de ontbijttafel klaar, kijkt in de spiegel vooraleer hij de straat opgaat.

In een verrassend intiem moment vertellen hij en zijn vrouw hoe ze elkaar in 1953 leerden kennen. Welbespraakt en genereus van aard maakt hij van elk antwoord een heuse monoloog die telkens zijn onnavolgbare gedachtenkronkels ten volle demonstreert. Zoals eerder 'La sociologie est un sport de combat' (2001), Pierre Carles' portret van wijlen socioloog Pierre Bourdieu, toont ook 'Derrida' geen schrijver naarstig studerend in dikke boeken maar wel een denker in volle actie.

'Everything about cinéma vérité is false' slingert Derrida zijn portrettisten ondeugend in het gezicht. Om die centrale gedachte niet uit het oog te verliezen, spelen Kofman en Dick het spel gezwind mee. Zij schotelen de filosoof eerder opgenomen materiaal ter commentaar voor. Terwijl hij naar zichzelf op het scherm kijkt, deconstrueert hij de ervaring van te worden gefilmd.

Doorheen de documentaire kan hij het trouwens niet laten om de kijker voortdurend te herinneren aan de compleet kunstmatige (film)setting van elk 'spontaan' interview. Reken daar nog zijn speelse weerstand tegen al te persoonlijke vragen bij en het wordt duidelijk dat beide regisseurs dankbare stof hebben verzameld om 'Derrida' vooral aan de montagetafel in elkaar te steken. Gaat de begenadigde spreker door het leven als een taai auteur, dan hebben de filmmakers zijn moeilijkheidsgraad kordaat als maatstaf genomen. Lange citaten uit zijn boeken klinken in Kofmans heldere lezing op de klankband. De woorden van de filosoof worden op geen enkel moment tot soundbyte gecomprimeerd. De inkijk in zijn leven biedt geen reality show maar de voorzet voor een bespiegeling over de link tussen leven en filosoferen.

Ongetwijfeld zullen puristen ook in de hippe soundscape van pop- en filmcomponist Ryuichi Sakamoto het bewijs van vulgarisering zien. Geheel onterecht, want dit gepassioneerde portret van een gepassioneerd intellectueel doet zin krijgen om zijn slimme boeken te gaan zoeken. Of de stap van kijken naar (uit)lezen van 'La Dissemination', 'L' Écriture et la difference' of 'Mal d'archive: Une impression freudienne' daadwerkelijk wordt gezet is een andere vraag. Maar misschien doet ze ook niet ter zake. De audiovisuele documentaire kent zo haar eigen manieren van kennisoverdracht.

'Derrida' van Kirky Dick en Amy Ziering Kofman met Jacques Derrida, originele soundtrack van Ryuichi Sakamoto, 1983, 85 min., DVD.

Op het internet: derridathemovie.com

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud