'Het is altijd leuk een beetje te provoceren'

(tijd) - Geestesverruimende drankjes, Indiaanse mystiek, lange hallucinaties over slangen en insecten, 'Blueberry' is alles behalve een klassieke western. Maar dat was net de reden waarom de Franse regisseur Jan Kounen hem absoluut wou maken.

In principe hebben we niks dan lof voor filmmakers die bij elk nieuw project de ambitie hebben om grenzen te verleggen. Jan Kounen is absoluut zo'n cineast. 39 jaar geleden geboren in Utrecht maar al baby als verhuisd naar Frankrijk, opgeleid als beeldhouwer maar zonder veel omwegen bij zijn grootste passie beland: cinema. Hij maakt al meteen naam met een reeks opgemerkte korte films, zoals 'Vibroboy' en 'Little Red Riding Hood', waarin hij blijk gaf van een unieke zin voor verbeelding en een liefde voor extremen. Die typeerden ook zijn debuut als langspeelregisseur, de gitzwarte en bijzonder gewelddadige stripverfilming 'Dobermann,' met Vincent Cassel in de hoofdrol. 'Blueberry,' Kounens jongste telg, is opnieuw gebaseerd op een stripverhaal en heeft weer Cassel in de hoofdrol, maar voor het overige heeft hij niks met 'Dobermann' gemeen. Ook niet met de western-held die stripscenarist Charlier en tekenaar Giraud in 1963 in het leven riepen. Waar de reeks gebaseerd was op fijn uitgetekende verhalen en klassieke cowboy-scènes, gooit Kounen het over de sjamanistische boeg en komt hij uit bij een bizarre mystieke western. Niet meteen wat de fans van de strip verwachten, waarmee ook onze eerste vraag was gesteld.

Jan Kounen: (lacht) 'Het klopt dat deze film niet helemaal overeenstemt met het universum van de stripheld Blueberry, maar dat was ook de reden waarom ik mijn film per se 'Blueberry' wou noemen. Vanaf het ogenblik dat ik het idee had om een mystiek verhaal te vertellen met een link naar het sjamanisme kwam ik uit bij indianen, blanken en dus ook het genre van de western, met alle cinematografische mogelijkheden. Toen dacht ik ook instinctief aan de strip 'Blueberry'. Op het eind van een van de albums verschijnt daar namelijk een dode sjamaan, Kleine Schildpad, en ik heb het altijd frustrerend gevonden dat die dimensie van de indianenwereld nooit uitgewerkt werd in de verhalen van Blueberry. De volgende stap vond ik bij de tekenaar van de eerste 25 albums, Jean Giraud, ook bekend onder de naam Moebius. Als Moebius heeft hij een hoop strips getekend die heel psychedelisch, archetypisch en visionair zijn, met grote fascinatie voor sjamanistische volkeren. Mijn idee was om een Blueberry-verhaal te vertellen dat Moebius getekend zou hebben.'

Kounen: 'Meer nog, hij heeft me van bij het begin aangemoedigd om er zover mogelijk in te gaan. Ik heb hem ook altijd op de hoogte gehouden, en van bij de eerste storyboards zei hij 'Dat is Moebius.' Het grappige is dat Giraud ooit het scenario voor een Blueberry-album schreef dat 'Fort Mescalito' heette en waarin Blueberry in een andere dimensie verwikkeld raakt tussen de strijd van die sjamaan en een zwarte magiër. Dat heb ik pas gehoord toen mijn film al af was, en ik begreep waarom Giraud altijd zo enthousiast was geweest. Ik wil dat de fans van de strips vooral geen gewoon Blueberry-verhaal verwachten. Ik wil hen vragen om het spelletje te aanvaarden en open te staan voor een andere interpretatie van hun held.'

Had u zich al die problemen niet kunnen besparen door de held van het verhaal gewoon een andere naam te geven?

Kounen: 'Waarschijnlijk wel, maar het is altijd leuk om een beetje te provoceren in de cinema. Maar ik vond dat ik het Moebius verplicht was. Ik heb heel lang striptekenaar willen worden dankzij mensen zoals hij en Jodorowsky. Deze 'Blueberry' is een soort eerbetoon aan hem. Hij zei ooit: 'Ik ben geen schepper maar iemand die verborgen zaken blootlegt.' Dat is een door en door sjamanistische notie: dat er verschillende werkelijkheden bestaan die de artiest moet verkennen en beschrijven.'

Heeft het succes van 'The Matrix' u aangemoedigd om verder te gaan? Ten slotte bewees die film dat ook een filosofisch verhaal een wereldwijd kassucces kon worden.

Kounen: 'Ik heb veel schrik gehad van 'The Matrix'. Bij de eerste film zag ik dat het om te beginnen een diep sjamanistisch verhaal was, waarin de werkelijke wereld zich plots aan het hoofdpersonage openbaart. De eerste woorden van Neo zijn 'Vind je niet dat de realiteit soms op een droom lijkt en een droom op de realiteit?' Waarop de ander antwoordt: 'Ja, zoiets heet mescaline.' Dat wijst op de inspiratiebron van die film. Mescaline vind je in peyote, en dat is wat sjamanen nemen. 'The Matrix' beweegt zich met andere woorden in hetzelfde universum als 'Blueberry', maar het verschil is dat mijn film eerder naar de realiteit van de traditie neigt terwijl 'The Matrix' een sciencefiction-metafoor is. Dat is op zich ook sjamanistisch, want mensen die dat soort ervaringen beleven, hebben vaak dezelfde visioenen. Noem het de archetypes die je ook in onze verhalen terugvindt.'

Mijn vraag was eigenlijk of u zich niet gerustgesteld voelde. Voor 'The Matrix' kon u niet weten of een film over zo'n psychedelisch onderwerp een groot publiek kon vinden.

Kounen: 'Ik maakte me eerder zorgen dat 'The Matrix' op hetzelfde zou uitkomen als wat ik voor ogen had. Idem voor 'The Lord of the Rings' trouwens. Daarom wou ik ook per se in de zalen komen voor 'Matrix: Revolutions' en 'The Return of the King'. Daar ben ik uiteindelijk niet in geslaagd, maar gelukkig valt de schade mee. 'Blueberry' verschilt qua vorm genoeg van die andere films.'

Uw vorige film, 'Dobermann', werd op de korrel genomen omdat hij te gewelddadig was, maar nu krijgt u voor 'Blueberry' de opmerking dat er niet genoeg geweld in zit. In een western verwacht je namelijk schietpartijen en duels, en die zitten er nauwelijks in.

Kounen: 'Dat is wel het toppunt, nietwaar? (lacht) Je moet niet altijd de richting kiezen die de mensen verwachten. Dat is wat mij interesseert. Na 'Dobermann' had ik zin om iets anders te proberen. Vandaar dat het slotduel in 'Blueberry' zonder pistolen uitgevochten wordt. Het geweld in de film is eerder psychologisch dan visueel. Ik heb al zoveel westerns gezien die het geweld heel mooi in beeld brengen dat ik niet zag hoe ik dat moest overtreffen. Zoals 'Blueberry' er nu uitziet, is de film ook veel intiemer en persoonlijker en interessanter. In deze film staat de mens niet noodzakelijk altijd centraal.'

U heeft het sjamanisme lang bestudeerd om u op 'Blueberry' voor te bereiden. Heeft die ervaring uw visie op geweld en op de oppervlakkig esthetische kant van cinema veranderd?

Kounen: 'Als cineast projecteer je per definitie je gemoedstoestand. Als je je gewelddadig voelt, zal je een agressieve film maken. Je film dient om ermee te spelen, om het uit je systeem te krijgen. Omgekeerd is 'Blueberry' deze film geworden door mijn omgang met indianen. Ik ben ook iemand die me graag laat leiden door mijn inspiratie van het moment. Als ik zelf verander, verandert mijn cinema met me mee. Bovendien geef ik me altijd helemaal als ik een film maak.'

Maar zo'n ervaring moet uw visie op de wereld toch grondig door elkaar schudden?

Kounen: 'Dat is zo. Ik weet dat mijn volgende film geen western wordt, maar wat ik doe, is per definitie beïnvloed door deze ervaring. Als ik een verhaal vertel over de toestand in de Parijse voorsteden, is het een verhaal dat gekleurd is door mijn visie op de werkelijkheid. Maar dat hoeft niet noodzakelijk een beperking te zijn. Ik denk dat ik heel goed een film kan maken die niks mystieks heeft. 'Blueberry' heeft me wel zin gegeven om iets anders te proberen dan fictie. Ik heb bijvoorbeeld een lange documentaire gemaakt over het sjamanisme, en ik heb zin om een film proberen te maken die volledig uit computeranimatie bestaat. Deze ervaring heeft dus in elk geval mijn horizon verbreed.'

'Blueberry' speelt nu in de zalen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud