Luckas Vander Taelen gelooft in toekomst van Vlaamse cinema

(tijd) - Luckas Vander Taelen heeft als intendant van het Vlaams Audiovisueel Fonds, zowat de enige financieringsbron in Vlaanderen voor film en aanverwanten, een bevoorrechte kijk op de Vlaamse film. Hij argumenteert onder meer waarom investeren in film een goed antwoord is op een sociaal drama als Ford Genk en legt uit waarom Vlamingen meer naar Belgische films gaan dan Walen. De inrijperiode van het Vlaams Audiovisueel Fonds is voorbij, binnenkort maakt Vander Taelen een eerste balans op van de werking van het fonds.

Het Vlaams Audiovisueel Fonds, kortweg VAF, werd opgericht in september 2002. Het krijgt jaarlijks 12,5 miljoen euro toegekend voor zijn werking, voornamelijk te besteden aan de subsidiëring van audiovisueel werk.

Luckas Vander Taelen: 'Nu gebeurt de filmsubsidiëring in Vlaanderen via een fonds dat autonoom beslist welke projecten gesteund worden. Vroeger deed de Filmcommissie voorstellen die de minister moest valideren. Die kon altijd weigeren een handtekening te zetten onder het subsidiëringsbesluit van de Filmcommissie.'

De Vlaamse film heeft het in 2003 vrij goed gedaan. Een toevalstreffer? 2004 dient zich immers een stuk minder indrukwekkend aan.

Vander Taelen: 'Het succes van vorig jaar is voor een stuk nog te danken aan films die de vroegere Filmcommissie had goedgekeurd. Het is een gedeelde verdienste. Er zijn enkele films, zoals die van Tom Barman, die getoond hebben dat er in Vlaanderen opkomend talent is. Dat, in combinatie met een zeer goed gemaakte film als 'De Zaak Alzheimer', die een groot publiek aanspreekt, en een ontspannende prent als 'Team Spirit 2', zorgt ervoor dat de Vlaamse film in 2003 meer dan 1 miljoen entrees gehaald heeft, wat toch wel zeer behoorlijk is.'

'Maar ook van 2004 verwacht ik veel. Er staan al verschillende projecten op stapel. Drie films zijn al gedraaid, beslissingen van het vorige fonds nog: 'De Duistere Diamant' naar een verhaal van Suske en Wiske, 'De Kus' van Hilde Van Mieghem, en 'Steve + Sky' van Felix Van Groeningen. Die komen binnenkort uit, net als 'De zusjes Kriegel', naar het boek van de jeugdschrijver Marc De Bel.'

'Van de films die wij goedgekeurd hebben, zijn er al enkele in ontwikkeling. 'Ieder zijn geluk' van Fien Troch wordt hopelijk dit jaar nog uitgebracht. 'Confituur' van Lieven De Brauwer wordt nu gedraaid, en 'Ellektra' van Rudolf Mestdagh, met Axelle Red in de hoofdrol, is in montage. Je komt toch wel al een heel eind, hoor.'

U verwachtte veel van de taxshelter, het systeem waarin op een fiscaal voordelige manier in film geïnvesteerd kan worden. Maar tot nu toe heeft die nog geen concrete resultaten opgeleverd. Kan het nieuwe wetsvoorstel daar iets aan veranderen?

Vander Taelen: 'De taxshelter kan een belangrijke rol spelen in filmfinanciering, maar het systeem moet zich nog in de praktijk bewijzen. We wachten hoopvol af. Het heeft lang geduurd voor de taxshelter er was in België, in andere Europese landen bestond er al veel langer een systeem dat investeringen in film fiscaal stimuleerde. Nu is dat er ook in België, maar we hebben het nog niet zien functioneren en houden er dus nog geen rekening mee. Momenteel subsidiëren wij alle soorten films, omdat we nog altijd de enige financieringsbron zijn in Vlaanderen. Zelfs een vrij commerciële film als 'Team Spirit' kan er nog steeds niet komen zonder overheidssteun. De Vlaamse tv-zenders investeren relatief weinig in film. In tegenstelling tot de zenders in Wallonië of Frankrijk zijn ze ook niet verplicht dat te doen. Als de taxshelter werkt, zou dat vooral een stimulans kunnen betekenen voor grote publieksfilms. Tot nu toe was het bijna onmogelijk om privé-kapitaal aan te trekken. Als je weet hoeveel een film kost en hoeveel entrees een film moet maken vooraleer hij winst begint te maken, dan zie je snel in hoe moeilijk het is, zeker als daar geen fiscaal voordeel aan verbonden is.'

'Het laatste grote avontuur van privé-investeringen in Vlaamse film is zo desastreus afgelopen, dat men daar nog altijd de gevolgen van draagt. 'Father Damian' was dat, een grote productie, waar enorm veel Vlaams privé-kapitaal ingegaan is, omdat men hoopte dat die film evenveel entrees zou halen als Daens. De film is echter volledig geflopt en dat heeft een zware kater nagelaten bij de investeerders. De taxshelter zou dat kunnen veranderen.'

Binnenkort maakt u een eerste balans op van de werking van het VAF. Zijn er grote wijzigingen gepland?

Vander Taelen: 'Er komen waarschijnlijk niet veel spectaculaire vernieuwingen. We hebben tot nog toe geprobeerd met kleine stapjes vooruit te gaan en we blijven dat doen. Een sector als deze kun je immers niet bruuskeren. Ik zou natuurlijk graag hebben dat wij binnen enkele jaren een paar heel succesvolle auteursfilms hebben en dat wij geselecteerd worden voor het filmfestival van Cannes of Berlijn. We stimuleren dat ook, maar het aanbod heb je niet in de hand. Er is talent in Vlaanderen, maar je moet jong talent ook de kans geven te rijpen, om misschien eerst een kortfilm te maken. In dat opzicht is het heel interessant dat VTM besloten heeft weer televisiefilms te gaan maken. Die zijn een uitstekende rijpingsplaats voor ontluikend talent.'

'De grootste verandering zou er misschien komen als blijkt dat de taxshelter effectief goed functioneert. Dan krijgen we een totaal andere situatie in Vlaanderen.'

Waarom is het zo belangrijk dat er ook Vlaamse films zijn?

Vander Taelen: 'Cinema is een van de belangrijkste cultuurdragers sinds het begin van de 20ste eeuw. Als je je eigen cinemacultuur geen rol meer zou geven, dan veroordeel je je publiek te kijken naar films over andere culturen, in casu de Amerikaanse. Vlaanderen heeft er altijd een zaak van gemaakt zijn eigen cultuur te verdedigen. Vroeger kwam cultuur vooral tot uiting in theater en literatuur, nu zijn muziek en film even belangrijk geworden. Het beeldmedium is niet meer weg te denken: culturele, maar ook maatschappelijke informatie komt vandaag voor tachtig procent via beeld. Vrijwel niemand leest nog gedichten, iedereen kijkt wel naar televisie. Film blijft ook een magisch medium, dat zal niet zo snel verdwijnen. Een van de hoofdonderwerpen in de social talk is nog altijd: 'Ben je nog naar de cinema geweest? Wat hebt je gezien?' Cinema doet al 150 jaar dromen en dat zal altijd zo blijven. Rond 1945 was de Amerikaanse film op sterven na dood. Veel bioscopen gingen dicht. Maar sindsdien is er een onwaarschijnlijke revival geweest die zich weerspiegeld heeft in de vernieuwing van cinemazalen, de megacomplexen. Dat bewijst dat cinema, ook als economisch gegeven, ontzettend belangrijk blijft.'

Vander Taelen:'Film is natuurlijk een belangrijke kunstvorm die gesteund moet worden, maar daarnaast is het ook een kunstvorm die ontzettend veel opbrengt, niet alleen voor filmmakers en -producenten. Een overheidsinvestering in een film betaalt zichzelf onrechtstreeks voor een groot deel terug. Er werken immers veel mensen aan mee die daarvoor uit de werkloosheid gaan, belastingen en sociale zekerheid betalen, hun loon uitgeven. Als de overheid in een film investeert, dan brengt ze een mechanisme op gang. Men denkt soms dat wij er alleen maar zijn om de grote kunst te steunen in de cinema, maar men vergeet dat aan die grote kunst heel vaak ook een belangrijk economisch plaatje vasthangt. Bij een sociaal drama als Ford Genk moet je niet alleen ijveren voor het behoud van Ford Genk, maar ook durven te investeren in andere toekomstgerichte sectoren, zoals de audiovisuele sector. Vlaanderen heeft volgens mij nood aan een grote filmstudio. Dat zou een zeer toekomstgerichte investering zijn. Men heeft nu een fiscaal mechanisme bedacht, in de vorm van de taxshelter, dat eventueel ook buitenlands kapitaal naar hier kan trekken, maar men houdt er te weinig rekening mee dat je hier nog niet de ideale studiofaciliteiten hebt om een film te draaien.'

In hoeverre werkt u samen met andere Europese landen?

Vander Taelen: 'Echt samenwerken doen we niet, we hebben wel een zeer doorgedreven contact met de ons omringende filmfondsen. Je moet ook realistisch zijn. Voor Vlaanderen zijn de natuurlijke partners vooral de Franstalige Gemeenschap en Nederland. Veel internationale coproducties vanuit Vlaanderen zijn er niet. Waarom zou een buitenlandse investeerder of een buitenlands filmfonds immers gaan investeren in een Belgische film?'

'Het is heel moeilijk in Europa films gefinancierd te krijgen, omdat de afzetmarkt zo beperkt is. Een Europese film raakt niet zo snel voorbij de landsgrenzen. 'Goodbye Lenin' is de eerste Duitse film sinds jaren die buiten Duitsland een ruim publiek vindt. Duitse cinema functioneert vooral in Duitsland, Italiaanse vaak enkel in Italië. Als je een territorium hebt als Amerika, kun je in Californië een film opstarten en geld halen in New York. Als je in Vlaanderen een film wilt opstarten, ga je geen geld vinden in Madrid, daar is niemand geïnteresseerd in Vlaamse film.'

'Dat heeft voor een groot stuk met cultuur te maken, niet zozeer met taal. In de meeste Europese landen worden anderstalige films immers gedubd. 'De Zaak Alzheimer' komt in Frankrijk uit in een gedubde en ondertitelde versie. Het grootste probleem van Europese cinema is dat de culturele norm over de hele planeet Amerikaans is. Wat mensen uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika gemeenschappelijk hebben, is dat ze allemaal de Amerikaanse cultuur kennen. Een Europese film wordt totaal anders gewaardeerd door het publiek. Een Europese film kan een zeker publiek interesseren, maar je gaat nooit kunnen doen wat de Amerikanen doen. De kostprijs van een film is in Amerika zeer hoog, maar de afzet is nog groter. In Europa is de kostprijs relatief laag, maar de afzet veel kleiner.'

Vander Taelen:'Het succes van 'De Zaak Alzheimer', de eerste Vlaamse film die op zo'n grote schaal in Frankrijk uitgebracht wordt, bewijst van wel. Wat wij bovendien voorhebben op Wallonië, is dat Vlaanderen potentieel een veel grotere binnenlandse markt heeft. De Franstalige Belgische cinema kan enkel overleven omdat ze dat ontzettend grote hinterland Frankrijk heeft en de Franstalige wereld er omheen. In Wallonië zelf gaan heel weinig mensen naar de cinema. Vlaanderen heeft dat hinterland niet, maar heeft cultureel veel meer een eigen identiteit dan Wallonië. Dat resulteert ook in een economische realiteit: er is een spectaculair verschil in de entrees van de cinema's in Vlaanderen en die in Wallonië. Er zijn ook veel minder cinema's in Wallonië. Vlamingen gaan wel naar Vlaamse films, Walen amper naar Waalse. Waalse films als 'Rosetta' van de gebroeders Dardenne of 'Le Fils', twee films die in Cannes prijzen gehaald hebben, hebben meer entrees gehaald in Vlaanderen dan in Wallonië.'

U probeert ook andere genres dan film te ondersteunen. Op welke manier gebeurt dat?

Vander Taelen:'Animatie is een heel duur medium. Het is bijna onmogelijk een animatiespeelfilm op te starten vanuit Vlaanderen. In overleg met de sector streven wij naar de inschakeling van Vlaamse animators in Europese coproducties, en dat lukt wonderwel. De tekenfilm 'Les triplettes de Belleville', die geselecteerd was voor het vorig festival van Cannes, is een Frans-Canadees-Belgische coproductie.'

'Documentaire in de zalen is in Vlaanderen een moeilijk verhaal. Voor documentaire op televisie hangen we een beetje af van wat televisiezenders zelf willen helpen te stimuleren, maar we hebben nu zowel met Canvas als met VTM enkele projecten op stapel staan. In Vlaanderen had de documentaire een geweldig grote achterstand en die zijn we nu hopelijk een beetje aan het inhalen.'

Saskia VEREENOOGHE

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud