Parijse succesexpo 'Kunstenaars van de Farao' in Brussel

(belga) - De tentoonstelling "De Kunstenaars van de Farao. Deir el-Medina en de Vallei der Koningen", die van 11 september eerstkomend tot 12 januari 2003 loopt, is de eerste 'grote' samenwerking tussen het Louvre en de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG). De expo in Parijs sloot op 5 augustus met een recordaantal bezoekers van 450.000. Het ziet er naar uit dat ook in Brussel de belangstelling massaal zal zijn.

Toen enkele jaren geleden Guillemette Andreu, conservator van het departement Egyptische Oudheid van het Louvre, bij het Brusselse Jubelparkmuseum informeerde of het een aantal stukken kon uitlenen voor een expositie over Deir el-Medina, schreef Luc Limme, hoofd van de afdeling Egypte, Nabije Oosten en Iran, zijn Parijse collega terug met enthousiaste felicitaties over het "zeer interessante" opzet. Prompt kwam daarop de vraag of Brussel de expo ook zou willen brengen, een onverwacht cadeau dat niet werd afgewezen.

Deir el-Medina bij Luxor was het dorp van kunstenaars en ambachtslui die tussen 1.500 en 1.000 voor Christus instonden voor de aanleg en decoratie van de koninklijke graftombes in de beroemde Vallei der Koningen. De circa 300 stukken op de tentoonstelling getuigen van het dagelijkse leven, de zeden en gebruiken in het Oud-Egyptische dorp.

"Het onderwerp werpt een nieuw licht op de Egyptische beschaving. Na de expo's die 'het goud' en 'de glorie' van de farao's beklemtoonden, is dit iets heel anders dat dichter bij ons staat", legt Limme uit in een gesprek met Belga.

Sommige voorvallen die via de objecten verteld worden, zijn ontroerend, andere amusant. "Onder de stukken die het Jubelparkmuseum ter beschikking stelde, zijn er een aantal 'figuratieve ostraca'. Ostraca zijn kalksteenscherven die beschilderd werden met allerlei thema's of beschreven met teksten. "De ambachtslui van Deir el-Medina leefden zich hier op uit, in die zin dat ze daar dingen op voorstelden die in de officiële Egyptische kunst niet voorkomen" aldus Luc Limme, Belgisch commissaris van de expositie.

"Een van die thema's is bijvoorbeeld 'de wereld op zijn kop'. Dat zijn meestal dierenfabels waarvan het origineel niet bekend is. We hebben hierover geen teksten. Op een dergelijk ostracum ziet men een muis die troont op een zetel en die door een kat wordt bediend. Dergelijke dierenfabels zijn een universeel gegeven. We treffen ze ook aan in de Latijnse literatuur, bij de Fabels van Aesopus bijvoorbeeld. Waarschijnlijk bestond er een soort mondelinge overlevering van die verhaaltjes".

Op een tekst op een andere kalksteenscherf is sprake van een staking, de oudste ooit vermeld. "De ambachtslieden gingen in staking omdat ze hun in natura betaalde loon - want geld bestond niet - niet op tijd kregen. Of er toen ook al vakbonden waren, wordt er niet bij gezegd", grapt Limme. Nog andere scherven hebben het over de ouderenzorg, conflicten binnen gezinnen, diefstallen ...

De 'schrijver' van de kunstenaarsgroep noteert ook de redenen die sommigen inriepen om niet op het werk te verschijnen. Iemand is er niet omdat hij met zijn zieke ezel naar de veearts gaat. Een ander omdat hij voor de derde keer naar de begrafenis van dezelfde tante moet.

"Die ostraca zou ik durven vergelijken met notitieboekjes. Het zijn documenten die niet hoefden bewaard te blijven. Er zijn bijvoorbeeld schooloefeningen bij: de leerlingen kopieerden literaire teksten en vaak ziet men in de marge verbeteringen van de leraar. Op dergelijke scherven maakten de artiesten ook voorstudies die ze mee naar hun werk namen. Er zijn ook kladversies van teksten die nadien op het veel duurdere materiaal papyrus werden overgeschreven".

"Van zodra men die 'notities' niet meer nodig had, werden ze ergens in een grote put gegooid en tot ons groot geluk heeft de Franse archeoloog Bernard Bruyère (1879-1971) in 1949 die put gevonden. Daar zijn meer dan 5.000 teksten uitgekomen. Dat was in feite de prullenbak van het dorp, het containerpark van die tijd! Er is twee, drie jaar gewerkt om de put leeg te halen". Het Jubelparkmuseum kocht in de jaren '30 in Thebe scherven uit Deir el-Medina, waaronder dat met de muis en de kat. Zij komen ongetwijfeld van clandestiene opgravingen in het kunstenaarsdorp".

De naar schatting honderd kunstenaars van Deir el-Medina, die samen met hun gezinnen in het dorp woonden, waren een soort staatsambtenaren. Officieel waren ze in dienst van een instelling die 'Het Graf' werd genoemd, en die alles regelde. Uit de teksten blijkt dat er een hele administratie was en alles goed georganiseerd was met een duidelijke structuur.

"Het dorp lag dichtbij de plaatsen waar ze werkten: de Vallei der Koningen ligt op ongeveer een anderhalf uur gaans, de Vallei der Koninginnen waar de koninginnen en de koningskinderen begraven werden, op een halfuur lopen. Uit de ostraca blijkt dat de ambachtslieden telkens voor acht dagen naar hun werk trokken en dan twee dagen vrijaf namen bij hun gezin. Wie Egypte bezoekt, kan de tocht van Deir el-Medina naar de Vallei der Koningen nu nog maken, het is een prachtige wandeling over de heuvels met schitterende vergezichten".

"De Kunstenaars van de Farao" is lichtjes anders gepresenteerd dan in het Louvre, maar de opdeling in vier thema's (Leven, Creëren, Geloven en Sterven) is nauwgezet behouden, zegt Limme. "Een kleine vijftig objecten die wel in Parijs te zien waren, komen niet naar Brussel. Het Louvre vond ze te fragiel. "Het gaat echter niet om zeer belangrijkse stukken. Dit schaadt de algemene visie niet", aldus Limme.

Nieuw voor Brussel is dat alle bezoekers een "audiogids" meekrijgen met een CD-rom die uitleg geeft bij de expo.

"De Kunstenaars van de Farao" loopt van 11 september tot 12 januari 2003. Open van dinsdag tot zondag van 10.00 tot 17.00 uur. Gesloten op maandag, 1 en 11 november, 25 december en 1 januari. Toegangsprijs (audiogids inbegrepen) 8,5 euro; 6 euro tot 18 jaar; kinderen jonger dan 12 jaar vergezeld van familielid gratis. Meer info: website KMKG

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud