'Walk the Line' toont opmerkelijk leven van countrymuzikant Johnny Cash

(tijd) - 'Hollywood maakt niet graag films die enkel geld opbrengen als ze goed zijn.' Regisseur James Mangold windt er geen doekjes om als hij uitlegt waarom het tien jaar heeft geduurd voor hij zijn Johnny Cash-biografie 'Walk the Line' mocht draaien. Uiteindelijk vond hij 20th Century Fox bereid zich achter de film te zetten. Mangold beperkt het verhaal van Cash, die zoveel heeft meegemaakt, tot de beginjaren van de countrymuzikant.

'Bekeken vanuit een puur financieel standpunt kan je beter films produceren die niet goed hoeven te zijn om de zalen te vullen', zegt Mangold. 'Daarom maken ze in Hollywood liever verhalen over superhelden dan over mensen van vlees en bloed. Die opdracht laten ze liever over aan de onafhankelijke cinema of aan kabeltelevisie zoals HBO.'

Op papier had 'Walk the Line' nochtans veel te bieden: een relatief klein budget (28 miljoen dollar), de regisseur die Angelina Jolie naar een oscar had geloodst ('Girl, Interrupted'), en Sylvester Stallone tot zijn eerste gewaardeerde prestatie in twintig jaar had gebracht ('Cop Land'), ge-respecteerde karakteracteurs als Joaquin Phoenix en Reese Witherspoon in de hoofdrollen, het commerciële en prestigieuze succes van de muziekbiografie 'Ray' nog vers in het geheugen en als onderwerp een artiest die een halve eeuw lang zijn stempel heeft gedrukt op de Amerikaanse muziekwereld, 450 singles en meer dan 1.800 platen heeft uitgebracht en op handen wordt gedragen door zowat de halve rockwereld, van Bono en Nick Cave tot Bruce Springsteen en Bob Dylan.

Maar zo zagen de studio's het niet. 'Als je een muziekfilm wil maken, moet je ook nog eens opboksen tegen de persoonlijke smaak van de studiomensen', zegt Mangold, 'en in dat wereldje heeft Johnny Cash blijkbaar bitter weinig fans.' Telkens als de cineast zijn idee kwam voorstellen, kreeg hij van de studiomensen in kwestie te horen dat ze twijfels hadden bij de commerciële leefbaarheid van een film over een countrymuzikant. Probeerde hij die val te omzeilen door 'Walk the Line' voor te stellen als een verhaal over de geboorte van rock-'n-roll, dan ving hij al evenzeer bot. Niet genoeg internationale uitstraling, de tegenvallende resultaten van Michael Manns boksbiografie 'Ali', er was altijd wel een reden om het idee af te wijzen.

Mangold was niet de eerste die probeerde een Cash-project op poten te zetten. Toen de regisseur in 1996 het idee kreeg het leven van zijn held onder handen te nemen, stelde hij vast dat de filmrechten op Johnny Cash' autobiografie 'The Man in Black' uit 1975 in handen waren van producent James Keach. Die had Cash en zijn echtgenote June Carter leren kennen op de set van de tv-serie 'Dr. Quinn: Medicine Woman'. De vrouw van Keach, Jane Seymour, vertolkte daarin de hoofdrol, en Cash was een paar keer te gast. Na een paar jaar vergeefse pogingen stemde Keach er uiteindelijk mee in Mangold en diens producente/echtgenote Cathy Konrad hun kans te geven. Zij vonden uiteindelijk 20th Century Fox bereid zich achter de film te zetten.

Mangold besloot al snel het verhaal te beperken tot Cash' beginjaren: van zijn traumatische jeugd in het Noord-Oosten van Arkansas tijdens de Grote Depressie van de jaren dertig, tot zijn huwelijk met June Carter in 1968. De cineast had er een aantal goede redenen voor.

Door zich te concentreren op de fifties en sixties kon hij het meteen ook over de vroege rock-'n-roll in het algemeen hebben.

Cash kreeg zijn eerste kans van de legendarische Sam Phillips, die als eigenaar van de Sun Studios in Memphis ook Roy Orbison, Jerry Lee Lewis, Carl Perkins, Muddy Waters en Elvis Presley op weg hielp. Lewis en Presley behoorden bovendien tot het gezelschap waarmee Cash in het begin op tournee ging. Voor die dolle bende de muziekwereld op zijn kop zette, luisterde Amerika naar de onschadelijke deuntjes van Patsy Klein. Cash en zijn kompanen dienden de muziek een stroomstoot toe die nu nog nazindert.

Mangold wou die passie en energie tot elke prijs in de film krijgen en deed daarvoor een beroep op de muziekproducent T Bone Burnett. Hij ontfermde zich over de maanden training die hoofdacteurs Phoenix en Witherspoon in staat moesten stellen de muziek live te brengen en ronselde ook de muzikanten die de bijrollen voor hun rekening zouden nemen. Zo zien we de opkomende country-artiest Waylon Payne in de rol van Jerry Lee Lewis en wordt de rol van het countryboegbeeld Waylon Jennings gespeeld door diens zoon Shooter.

Behalve een periode van ongebreidelde energie en passie vormden de vroege rock-'n-roll-jaren ook de achtergrond voor een andere obsessie die Cash zijn hele leven zou blijven achtervolgen: drugs. In de medische wetenschap leefde op dat moment het idee dat je om het even welke kwaal met een pilletje of spuitje uit de wereld kon helpen. De amfetamines die Cash verschillende keren aan de rand van de afgrond brachten, kon hij met een eenvoudig doktersvoorschrift bij de apotheek halen.

Maar de voornaamste reden om het verhaal te laten ophouden in 1968, lag bij Cash zelf. De Man in Black (een bijnaam die hij kreeg wegens zijn voorkeur voor zwarte kleren) lag zijn hele leven lang met zichzelf in de knoop. 'Soms ben ik twee mensen', zei hij ooit tegen zijn halfzus Tara. 'Johnny is de lieve jongen. Cash zorgt voor problemen. En ze vechten met elkaar.'

In 1968 deed hij twee dingen die enorm veel voor hem betekenden. Hij besloot zichzelf te nemen voor wie hij was en daar zijn muziek van te maken. Zijn gratis optredens voor een paar duizend veroordeelde moordenaars, verkrachters en gewelddadige overvallers in de zwaarbewaakte gevangenissen van Folsom en San Quentin staan daar symbool voor. Daarnaast was 1968 het jaar waarin hij in het huwelijk trad met June Carter, de populaire countryzangeres op wie hij al tien jaar verliefd was, maar die al die tijd de boot had afgehouden. Het echtpaar zou 35 jaar samen blijven, tot aan haar dood in 2003. Cash volgde nauwelijks vier maanden later.

'Johns songs waren veel meer autobiografisch dan iedereen dacht', legt Mangold uit. 'Al die liedjes over gevangenen en opsluiting en schuld en schaamte, het kwam allemaal uit zijn eigen leven. Zijn gevoelens tegenover zijn broer die jong verongelukte, zijn verbitterde vader, zijn overspel, zijn onbeantwoorde liefde voor June, eigenlijk zingt hij daarover.'

Die emotionele eerlijkheid is ook de reden waarom Cash zo tot de verbeelding blijft spreken. Waar de meeste muzikanten veilig bij de bloemetjes en de bijtjes blijven, had hij het over de tegenstrijdige gevoelens waarmee iedereen worstelt. Hij was zijn leven lang een devote gelovige - hij zette bijvoorbeeld regelmatig jeugdrevivals op poten met zijn goede vriend, de predikant Billy Graham - maar kon de drugs niet laten. Hij nam het op voor mensen die volgens hem onrecht werden aangedaan - van de onderdrukte indianen tot Bob Dylan toen die bekritiseerd werd om zijn elektrische gitaar. En hij kwam overal eerlijk voor uit.

'Johnny Cash werd uiteindelijk zijn eigen versie van Amerika', verwoordt T Bone Burnett het in het Amerikaanse tijdschrift Entertainment Weekly, 'vol van alles waar Amerika vol van is. Destructief, gewelddadig, verslaafd aan drugs, vrijgevig, minzaam, dwaas en briljant.'

'Walk the Line' komt deze week in de zalen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud