Zatoichi

In Zatoichi serveert Takeshi Kitano wat je van zo'n samouraï-avontuur mag verwachten, zij het compleet op zijn eigen manier. De spectaculaire zwaardgevechten komen op strategische momenten aan bod, maar ze zijn veel korter, flitsender en bloederiger (overduidelijk vals computerbloed) dan gewoonlijk. Kitano praat met veel eerbied over de hele samouraï-ethiek, maar hij voert tegelijk een groteske dikkerd op die niks anders doet dan brullend door het scherm rennen 'omdat hij samouraï wil worden'.

Hoe commercieel het idee van een nieuwe Zatoichi-film ook mag zijn, in de handen van Takeshi Kitano krijgt hij spontaan iets experimenteels. Vooral de manier waarop de cineast hier met muziek omgaat, springt in het oog. Wanneer Zatoichi langs een akker wandelt, hakken de boeren op een ritmische manier die overgenomen wordt door de soundtrack. Wanneer ze een huis timmeren, ontstaat een natuurlijke klopsymfonie. En de film eindigt met een weergaloze dansscène die zo in een Japanse versie van 'Stomp!' zou passen.

Het had de film echter zeker geen kwaad gedaan mocht Kitano wat meer aandacht besteed hebben aan de plot en wat minder aan de ongelijke grappen en grollen die hij tussen de gevechtsscènes en flashbacks propt. Qua verhaal is 'Zatoichi' immers maar een dun doorslagje van Kurosawa's 'Yojimbo', over een zwervende samouraï die aankomt in een stadje waar een oorlog aan de gang is. Veel heeft Kitano daar niet aan toe te voegen, waardoor zijn bizarre 'Zatoichi' veel vaker stil valt dan hem (of de kijker) lief is. RN

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud