België als visioen

(tijd) - Er zijn, zei wijlen tentoonstellingsmaker Harald Szeemann (1933-2005), slechts drie landen waarover hij een 'visionaire' tentoonstelling zou kunnen maken: zijn vaderland Zwitserland, Oostenrijk én België. Aan de visionaire kunst van Zwitserland en Oostenrijk wijdde Szeemann al eerder tentoonstellingen (in 1991 en 1998). Nu opent kort na zijn dood in Bozar een prachtige tentoonstelling van Szeemann over wat België aan baanbrekende, bizarre en zelfs ronduit krankzinnige kunst heeft voortgebracht: 'Visionair België'.

Oostenrijk, Zwitserland en België moeten zowat de drie meest vervelende Europese landen zijn. Maar deze drie landen ontsnappen ook aan alle regels, indelingen en hokjes. Niet de rechtlijnigheid, maar het kromdenken is er tot kunst verheven. Misschien kennen ze daarom alle drie een artistieke ontwikkeling die sterk afwijkt van de normen en lenen ze zich tot visionaire kunst: Dada is in Zwitserland ontstaan, de Wiener Secession en het Wiener Aktionisme in Oostenrijk. En van Antoine Wiertz tot Wim Delvoye wordt de Belgische kunst gekenmerkt door een ironisch surrealisme. Surrealisme dat zowat de officiële religie van dit land is geworden.

Welk land ter wereld dankt zijn bestaan aan een opera-uitvoering? Welk land met de omvang van een middelgrote Amerikaanse stad heeft drie taalgemeenschappen, drie gewesten, zes regeringen, tien provincies en 589 gemeenten met evenveel premiers, minister-presidenten, provinciegouverneurs en burgemeesters? Welk land heeft geen enkele identiteit, barst al 175 jaar uit mekaar maar bestaat nog altijd en is overal ter wereld bekend om zijn pralines, Rode Duivels, Atomium, Kuifje, Eddy Merckx, Saksen-Coburgs en Manneke Pis?

Het is over dat vreemde België en zijn vaak bizarre kunst dat Harald Szeemann een tentoonstelling maakte. 'Visionair België' is een oud project van Szeemann, hij liep er al mee rond sinds hij dit land voor het eerst bezocht begin jaren zestig. Toen hij in 1998 in het Paleis voor Schone Kunsten zijn 'Visionair Oostenrijk' presenteerde, had hij er de mond van vol. Ter gelegenheid van 175 jaar België én 25 jaar federalisme is Szeemanns droom nu gerealiseerd. Helaas kon hij de opening van de tentoonstelling niet meer meemaken: hij stierf op 18 februari jongstleden.

Szeemann wou de tentoonstelling laten beginnen met James Ensors 'De intrede van Christus in Brussel', een emblematisch werk voor de visionaire kunst in België. Er werd lang onderhandeld met het Gettymuseum in Los Angeles, maar de Ensor bleek niet te transporteren. In de plaats daarvan, en eigenlijk even toepasselijk, staat er nu een werk van de Duitser Carsten Höller: een draaimolen die langzaam draait, afwisselend in de ene richting (voor de Walen) en dan weer in de andere richting (voor de Vlamingen). Dat is misschien een wat simplistische visie van een buitenstaander op dit complexe land, maar het werk wint natuurlijk aan inhoud als je denkt aan de communautaire carrousel.

'Visionair België' is een tentoonstelling geworden zoals wij die van Szeemann kennen: 26 zalen, propvol met in totaal meer dan vijfhonderd werken. Daarbij wordt geen enkel onderscheid gemaakt tussen kunstwerken, documenten, curiosa en bizarrerieën. Slipjes uit het slipmuseum hangen er naast werken als 'La Belle Rosine' van Antoine Wiertz of 'IJzertoren' van Luc Tuymans. Een tricolore elastiek van Joëlle Tuerlinckx bengelt in de buurt van nagetekende krantenpagina's van Toon Tersas. Een documentaire van Luc De Heusch is te bekijken naast een door David Claerbout bewerkte collegefoto. Wie goed kijkt, vindt in hoekjes en kantjes allerlei bizarre werkjes zoals het 'Projet de drapeau national variable en fonction de la situation politique et de la conjunction économique' van Jacques Lennep. Daarbij variëren de afmetingen van het zwart, geel, rood van de Belgische vlag naargelang de stand van de Bel 20, het aantal doden op de weg en de toegestane asielaanvragen van Afrikanen. Niets staat vast in dit land.

Maar er wordt wel volop gedroomd. Zo door de heren Paul Otlet en Henri La Fontaine. Ze stichtten in 1895 een instituut om de volledige menselijke kennis te inventariseren. In 1912 telde dit 'internet op papier' meer dan negen miljoen steekkaarten. Wat er van dat Mundaneum overblijft is nu in Bergen te bekijken. Dat soort utopische projecten fascineerde Harald Szeemann. Een een paar zalen verder is de maquette te bekijken van de toren van Eben Ezer van Robert Garcet. Tussen 1948 en 1964 bouwde Garcet op een mijnheuvel in Eben-Emael een vierkante toren van zeven verdiepingen. Het twintig meter hoge bouwwerk werd volledig in vuursteen opgetrokken. De vier uiteinden van de toren zijn versierd met figuren uit de Apocalyps van Johannes. Onder de toren, in eindeloze mijngangen, bevindt zich Garcets vuursteenmuseum.

Zonderlingen als Garcet bouwden hun eigen monument in dit land, andere monumenten werden genadeloos afgebroken: zo het Volkshuis van Horta (ook de architect van het Paleis voor Schone Kunsten). Er rest enkel een mooie maquette van. In dezelfde zaal kan u ook kijken naar Luc Deleus ontwerp voor 'Situation Europa Gare Centrale': Deleu laat daarin de hogesnelheidstrein op een prachtige brug door Brussel lopen, vlak naast de Sint-Michielskathedraal. Een visionair ontwerp, en dus nooit gebouwd.

Misschien vat in al deze verscheidenheid het werk van Johan Van Geluwe nog het best de geest van deze tentoonstelling samen. Wat is er Belgischer dan de door hem verzamelde foto's van 'Hofjes van Heden': bizarre monumenten in Belgische volkstuintjes. Het is utopische volkskunst op zijn best. Van Geluwe is ook de oprichter en conservator van zijn eigen 'Museum of Museums'. Hier presenteert hij enkele van zijn satirische objecten onder de passende titel: 'wunderkammer'. Daarbij verwijst hij naar de oervorm van het museum: de adellijke trofeeënkamer waarin ook, zoals op deze tentoonstelling, echte kunst en bizarre objecten op mekaar gestapeld werden.

Dit is alles behalve voorspelbare tentoonstelling. Daar is Szeemanns keuze te goed gedocumenteerd, te grillig en te eigenzinnig voor. Dit is niet Manneke Pis + Jacques Brel + Eddy Merckx + frieten = België (hoewel het allemaal, als je goed kijkt, wel ergens in een verborgen hoekje opduikt of gebruikt wordt). Keer op keer kom je voor nieuwe en onverwachte dingen te staan.

Wat zou een buitenstaander, een vreemdeling, een buitenlander ervan vinden? Welk idee krijgt hij van dit land na het bekijken van 'Visionair België'? Chaos moet het eerste zijn wat opvalt, wanorde, goede én flauwe grapjes, platitudes en mystiek, mist (letterlijk te zien in een werk van Ann Veronica Janssens) én het befaamde Belgische licht zoals geschilderd door James Ensor of Leon Spilliaert. Tegenspraken en verwarring dus. Een realiteit die alle clichés en grenzen doorbreekt.

Tegenspraak en verwarring is allicht de essentie van de Belgische identiteit, of non-identiteit. Want er bestaat helemaal geen Belgische nationaliteit zoals er een Nederlandse, Duitse of Franse bestaat. De morrende menigte van 175 jaar geleden had geen flauw idee over welke 'patrie' de tenor uit 'De Stomme van Portici' het in zijn aria 'Amour sacré de la patrie' eigenlijk had. Geen mens kwam in 1830 op straat met het idee om België onafhankelijk maken. Integendeel: België ontstond als een groot compromis, en het is tot vandaag het land van de compromissen gebleven. Dit land is veeleer een groot chemisch proces, een alchemistisch amalgaam, een eenheid van onverzoenbare tegenstellingen. België is zelf een visioen, een fata morgana, een luchtkasteel. Het is dit visioen dat al deze kunstenaars en zonderlingen trachten vast te leggen. En wat Szeemann als een gigantisch luchtkasteel presenteert: de droom, het visioen België.

Dat België eigenlijk niet bestaat, is wat dit land zo uniek maakt. En meer dan dat: tot een model voor de toekomst. België is stilaan een synoniem geworden voor beschaving. Enkel met een echt Belgisch compromis kan je water en vuur verzoenen. En wat hier kan, kan overal: België is een ideaal, een utopie voor Europa en de rest van de wereld (waar compromissen meer dan ooit een bittere noodzaak zijn.)

Of zoals de Nederlandse schrijver Oscar Van den Bogaert (die lang in Brussel woonde) het verwoordt in de gids bij de tentoonstelling: 'De Belgen hebben weinig nationaal bewustzijn, laat staan nationale trots. Eigenlijk zijn ze de ideale Europeanen. De Hollanders zijn zo Hollands, De Duitsers zo Duits, de Fransen zo Frans - daarom moeten zij zich zo snel mogelijk van hun nationale identiteit ontdoen en echte Europeanen worden - maar de Belg is dat van nature, vrij en onbelast, een Belg kan iedereen zijn. Ik hou van mensen die iedereen kunnen zijn. Ik heb vaak op het punt gestaan de Belgische nationaliteit aan te vragen. Omdat ik me met een Belgisch paspoort eigenlijk zou 'ont-nationaliseren'. Ik zou me een officieel een vreemdeling voelen in het hart van Europa, in een land dat een niemandsland is, een land van niemand in het bijzonder, maar van iedereen. Zo ziet de ideale wereld er voor mij uit. Als België dus.'

Marc HOLTHOF

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud