De vroege jaren van een virtuoos

(tijd) - Onder de titel 'A Master in the Making' toont de National Gallery in London het vroege werk van het Vlaamse schildersgenie Peter Paul Rubens (1577-1640). De eerste 15 jaar van zijn carrière worden belicht. In 1600 vertrok Rubens voor acht jaar naar Italië, waar hij van een ambitieus schildershulpje veranderde in een barokke virtuoos.

Toen hij 14 was ging de jonge Peter Paul Rubens aan de slag als schildersleerjongen in Antwerpen. In 1598 legde hij zijn meesterproef af. De tentoonstelling toont enkele schilderijen uit die periode. Daarin is slechts met moeite iets van het latere genie terug te vinden. De jonge Rubens was op technisch vlak al wel een meester, maar hij was duidelijk nog op zoek naar zijn eigen stijl. In 'Het gevecht der Amazonen' van circa 1598 dat hij samen met zijn oudere vriend Jan Brueghel schilderde, zie je al wel wat rubensiaanse figuren opduiken, maar het geheel past nog helemaal in de renaissance traditie van landschappen met op de voorgrond krioelende figuurtjes.

Maar dan trekt Rubens naar Italië en begint zijn echte leertijd. Hij kijkt zich de ogen uit. Hij bekijkt en kopieert er het werk van zijn grote voorbeelden. Zo tekent Rubens de figuren na uit Michelangelo's beroemde fresco's in de Sixtijnse kapel, tekeningen die Rubens als geheugensteun zijn hele leven zou bijhouden.

De jonge Rubens is nauwelijks enkele jaren in Italië of hij ontpopt zich tot een heel andere schilder. In Genua maakt hij schitterende portretten van de leidende families. Jammer genoeg is slechts één ervan, dat van Marchesa Brigida Spinola Doria gemaakt rond 1605, te bekijken in Londen. Hij maakt verschillende versies van 'Het oordeel van Paris' die goed zijn snelle stijlevolutie tonen. Maar vooral pakt hij in die periode uit met een indrukwekkende 'Sint Joris en de draak'. Dit flamboyante doek is eigendom van het Prado in Madrid, en verpersoonlijkt werkelijk de nieuw gevonden virtuositeit van Rubens. De draak onderaan wordt nog afgebeeld als één van die nog traditionele veelvormige monsters zoals wel meer in de Vlaamse schilderkunst opduiken in het spoor van Pieter Bruegel. Maar het paard met zijn wervelende blonde staart en dito manen, plus de helmboswuivende Sint-Joris zijn één en al barokke pracht en zo rubensiaans als maar zijn kan. Het is alsof Rubens hier zelf Sint-Joris speelt die afrekent met de achterhaalde Vlaamse schilderkunst uit de Renaissance. De manier waarop hij het doek diagonaal vult met Sint-Joris herinnert ook al aan de compositie van beroemde 'Kruisafneming' in de Antwerpse kathedraal van enkele jaren later. Je voelt dat de jonge Rubens in al zijn onstuimigheid volop geniet van de eigen virtuositeit.

De tentoonstelling in de National Gallery vult een heel zaaltje met tekeningen en objecten die Rubens' studietijd in Rome illustreren. Hij verbleef in de Eeuwige Stad in 1601 en 1602 en van 1605 tot 1608. Daar werd hij geconfronteerde met de antieke beeldhouwkunst die hem grondig beïnvloedde. Vooral de Lacoön-groep fascineerde hem en hij maakte er prachtige detailtekeningen van. Waar de figuren in de Vlaamse renaissancekunst nog tweedimensionaal zijn, worden ze bij Rubens onder invloed van de beeldhouwkunst werkelijk driedimensionaal. In de tentoonstelling is het antieke beeld 'De knielende Venus' te zien. De houding van dit beeld inspireerde Rubens meermaals: voor de 'Venus frigida' die in het KMSK in Antwerpen is gebleven, maar ook voor een figuur uit een nogal gruwelijke 'Moord op de onschuldige kinderen'.

Dat doek, dat lang werd toegeschreven aan een volgeling van Rubens, is overigens een beetje de aanleiding voor de tentoonstelling. Het werd in bruikleen gegeven aan de National Gallery, maar de nieuwe eigenaar wil het binnenkort elders onderbrengen.

Rubens vulde een heel schetsboek in Italië, hij bewaarde het als een soort visueel museum. In 1720 ging het bij een brand in het Louvre verloren, maar gelukkig waren er in het atelier van Rubens twee kopies van gemaakt, één ervan wordt zelfs toegeschreven aan Van Dijck. Het is nu te zien op de tentoonstelling.

Dat Rubens niet altijd even geniaal was in zijn kopiëren van de Italiaanse meesters blijkt uit twee kopies die hij maakte van een graflegging van Caravaggio. De eerste volgt de Italiaanse grootmeester getrouw, op de weglating van een figuur met geheven armen na. De tweede, en naar verluidt latere, versie, presenteert een veel minder overtuigende picturale oplossing voor het thema. De Caravaggio is veel mooier. Ook voor een virtuoos als Rubens was het een zoeken en tasten om zijn eigen stijl en oplossingen te vinden. Veel overtuigender dan, ondanks een weinig karakteristieke belichting à la Caravaggio, is een 'Samson en Delilah' die ooit nog bezit was van zijn vriend, de Antwerpse burgemeester Nicolaas Rockox.

In 1608 moest Rubens halsoverkop terugkeren naar Antwerpen omdat zijn moeder op sterven lag. Tragisch genoeg arriveerde hij enkele dagen te laat. Artistiek gezien werd zijn terugkeer een triomf. Het volgende jaar werd hij hofschilder van de landvoogden Albrecht en Isabella. En ook zijn reputatie als religieus schilder was gevestigd: hij had in Rome, Mantua en Genua al altaarstukken gemaakt. Hij kreeg in Antwerpen meteen de opdracht de 'Kruisoprichting' voor de (verdwenen) Walburgakerk te schilderen. 'De Kruisafneming' voor de kathedraal volgde. Beide zijn nu te bewonderen in die Antwerpse kathedraal. De tentoonstelling in Londen toont er voorbereidende studies voor, en een 'modello' dat diende om de opdrachtgevers te overtuigen. Eigenlijk horen deze twee beroemde doeken onverbrekelijk bij de tentoonstelling. De kathedraal in Antwerpen bezoeken is dan ook de perfecte aanvulling op de tentoonstelling. Iets wat een Britse krant haar lezers trouwens warm aanbeval.

Wie liever in Londen blijft, mag niet nalaten even van Trafalgar Square naar het naburige Whitehall te lopen waar The Banqueting House staat. Niet de jonge, maar de oude Rubens (en zijn atelier) vervaardigden tussen 1630 en 1634 in opdracht van de katholieke Engelse koning Charles I (vereeuwigd door Rubens' leerling Van Dyck) de majestueuze plafondschilderijen. De stijl van deze schilderijen is minder flamboyant dan het vroege werk van Rubens, maar getuigt van het vakmanschap van de grootste van de barokschilders. Voor Rubens was het overigens een opdracht als een andere: de schilderijen werden in Antwerpen gemaakt, opgerold en in kisten verscheept en door assistenten geïnstalleerd. De schilder verwaardigde zich niet om het eindresultaat te komen bekijken.

'Rubens: a master in the making', in de National Gallery, Trafalgar Square, Londen. tot 15 januari. Informatie: www.nationalgallery.org.uk

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud