Jan Fabre over zijn nieuwe creatie 'The crying body'

(tijd) - Met zijn nieuwe creatie 'The crying body' begint de kunstenaar Jan Fabre een theatraal-biologisch onderzoek naar de 'tranen van het lichaam'. Hij gaat na hoe het lichaam via zweet en tranen reageert op emoties als angst en seksuele aantrekkingskracht. 'The crying body' is een voorstudie voor 'L'Histoire des larmes', dat Fabre in 2005 voor het Festival van Avignon wil creëren. 'Elk werk van mij is een deur naar een volgend werk of staat in relatie met vorig werk.'

Tien jaar al is Jan Fabre 'artiest in residentie' in het Antwerpse kunstencentrum deSingel. Dit seizoen wordt dan ook een speciaal Fabre-jaar, met de podiumproductie 'The crying body' als hoogtepunt. Het is een voorstelling die de artiest speciaal voor deSingel creëerde, en die dus niet eerst in het buitenland te zien zal zijn. Niet meteen een voordeel, meent Fabre zelf. 'Het is een risico in België in première te gaan, in het buitenland word ik doorgaans veel beter ontvangen. Maar uit loyaliteit aan deSingel wil ik het risico wel nemen om op mijn bek te gaan.'

Qua thematiek sluit 'The crying body' nauw aan bij vroeger werk. 'Ik heb altijd al het lichaam als laboratorium onderzocht', zegt Fabre. De kunstenaar wijdde er zelfs een trilogie aan, waarbij 'Sweet temptations' (1991) het spirituele lichaam onderzocht, 'Universal Copyrights' (1996) het fysieke en 'Glowing Icons' (1998) het erotische lichaam. 'Ook lichaamsvochten hebben me altijd gefascineerd', vervolgt Fabre. 'Denk maar aan het tekenen met bloed of de voorstelling 'Je suis sang'. Nu start ik een nieuw parcours, waarin zweet en tranen de hoofdrol spelen. Ik zie dat als een organische stap.'

'Elk werk van mij is in feite een deur naar een volgend werk of staat in relatie met vorig werk. Ook al staat elk werk op zichzelf, het zijn telkens verdere stappen in mijn onderzoek', zegt Fabre. Zo is 'The crying body' een voorstudie op 'L'Histoire des larmes', het grote werk over de geschiedenis van de traan dat Fabre als co-artistiek directeur van het Festival van Avignon in 2005 wil creëren voor de Cour d'Honneur van het pausenpaleis.

'Het is een onderzoek naar het biologische lichaam', zegt Fabre over zijn project. 'Ik ga na hoe het lichaam reageert op angst, seksualiteit, verdriet of inspanning. Ik concentreer mij dus op het fysieke aspect van emoties. Ik kies voor biologisch in de plaats van psychologisch acteren, in tegenstelling tot de meeste theatermakers. Maar huilen is ook biologisch, niet psychologisch.'

Toch gaat het stuk om meer dan het pure lichaamsvocht. Fabre: 'Ik wil het ook hebben over het huilend lichaam in de metaforische betekenis en over filosofisch en sociaal onderzoek: wat betekenen tranen in andere culturen of andere tijden? Daar wil ik een poëtische typologie van opstellen. Tekens moeten ook andere dingen onthullen. Van het profane ga ik zo naar het sacrale. Het gaat dus ook over engelen, heiligen en filosofen.'

'The crying body' is een theaterstuk, maar er zitten ook twee grote dansscènes in. 'Bij mij is er altijd wel een besmetting tussen dans en theater', zegt Fabre. Het stuk vertrekt niet van een uitgeschreven tekst, al zit er wel tekst in. Die werd gaandeweg geschreven door Fabre zelf en ontstond vaak uit improvisatie met de acteurs. Ook muziek speelt een rol, onder meer blues. 'Mijn ouders zijn mijn muziekdramaturgen', zegt Jan Fabre. 'Mijn vader heeft een fantastische verzameling jazz, klassiek en aanverwanten, mijn moeder is expert in Franse chansons.'

Fabre haalde ook inspiratie voor de voorstelling uit internationale workshops. 'In Salzburg heb ik met beeldende kunstenaars en jonge filosofen gewerkt rond lichaamsvocht; in meesterklassen in Lissabon en Rome met jonge acteurs en dansers. Ik ben officieel gestopt met mijn lessen. Ik geef dus enkel nog les in functie van mijn onderzoek. Maar het is wel leuk. Zo gaf ik de deelnemers aan de meesterklassen enkele van mijn tekeningen uit het begin van de jaren 80 als basis voor improvisatie. Toen zat het biologische lichaam immers al in mijn werk. Wat toen als kiem in mijn tekeningen zat, vormde nu de inspiratie voor iets nieuws.'

Een echt grote productie is 'The crying body' niet, vindt Fabre. 'Het stuk wordt gebracht door negen mensen, voor 'Histoire des larmes' worden dat er een 24-tal.' Fabre werkt graag met mensen die zijn universum al wat kennen. Eén van de negen spelers in 'The crying body' is Els Deceukeleir, die in de meeste van Fabres werken meespeelt. De meeste andere acteurs-dansers zaten ook al in 'Je suis sang'.

DeSingel plant nog andere Fabre-activiteiten. Twee van zijn solo's zijn voor het eerst in België te zien: 'Elle était et elle est, même/Etant donnés' in november en 'Quando l'uomo principale è una donna' in februari. Vanavond houdt Fabre een lezing in het kader van 'Curating the library' over welke boeken belangrijk zijn voor hem.

Dit seizoen zien ook twee Fabre-boeken het licht. Vorige week werd Jan Fabres 'Ik ben een fout' gepresenteerd, een verzameling theaterteksten en -scripts van zijn hand. In november volgt 'Corpus Jan Fabre' van Luk Van den Dries. Hij nam een jaar lang de tijd om Fabres werkproces te volgen en interviewde Fabre en de mensen dicht bij hem. SaV

'The crying body', 8-9 en 13-16 oktober in deSingel, Antwerpen. Informatie: 03/248.28.28, www.desingel.be . Nadien in Glasgow, Milaan en Parijs.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud