National Gallery toont vergeten schilder Thomas Jones

(tijd) - De Britse schilder Thomas Jones (1742 - 1803) verbleef van 1776 tot 1783 in Rome en Napels. Niet verwonderlijk: iedere schilder probeerde toen die reis te maken. De bestemmingen waren steevast kerken en paleizen, maar tijdens het laatste kwart van de 18de eeuw verschoof de belangstelling: een nieuwe generatie keek door het raam naar buiten, wandelde door volksbuurten, de stadspoorten door en het land in. De National Gallery in Londen herontdekt deze vergeten schilder.

Die vensterzichten schilderde de eind 18de-eeuwse generatie als oefening, als technische uitdaging, maar ook voor het plezier. Geen gevels meer maar daken, sjofele dakterrassen, koepels, veel hemel en onderaan een wasdraad, een gehavende muur, alles baksteenrood. Ze wilden er niets mee bewijzen. Dat maakt die beelden zo naakt. Niemand kocht ze, er was geen markt voor. Ze bleven in het bezit van de kunstenaar. Na zijn dood werd dat werk geërfd of openbaar verkocht. Zo verging het het werk van Jean-Baptiste-Camille Corot, maar ook Thomas Jones is zo'n geval. Zijn nageslacht bracht het pas midden twintigste eeuw op de markt.

Het materiaal had voor al deze kunstenaars een sterke autobiografische waarde. Juist omdat het zich losmaakte van canonieke modellen, kon het ongegeneerd verbonden worden aan persoonlijke herinneringen van een zorgeloze jeugd in Italië. Deze schetsen speelden uiteraard ook een rol als modelboek: het was een cruciale reserve van visuele ideeën waaruit de kunstenaar een leven lang kon putten. De visuele arrangementen van bomen en struiken, wegen en heuvels, figuranten en water hielpen de hem de wurggreep van routine en cliché te doorbreken. Juist omdat hij het ooit in de natuur had geobserveerd bleef het levendig en verrassend.

De technieken waren divers: de tekening zoals vanouds, waterverf die aan haar even populaire als korte succes begon, maar ook een verrassend olieverf op papier kon. Jones maakte in Napels een handvol zulke beelden die hem nu - terecht - een van de beroemdste der Italiaanse plein-airisten maakt.

Al deze schetsen bleven ondergeschikt aan het eigenlijke artistieke werkstuk: het onverwoestbaar populaire 'historische landschap'. Fel gearrangeerde natuur, bestudeerde lichteffecten, minuscule details, een prangend mythologisch drama tussen de struiken: het contrast met de schetsen was frappant. In het ultieme werkstuk bestemd voor de adellijke cliëntèle bleef niets meer over van de ongedwongen observatie. Met die doeken hoopte de kunstenaar immers beroemd te worden. Helaas kan dat contrast in de Londense versie van de tentoonstelling niet goed meer nagevoeld worden. Slechts enkele 'salonstukken' zijn er te zien.

Jones had overigens geen succes: noch in Italië, noch terug in Groot-Brittannië slaagde hij erin een cliëntèle op te bouwen. Reeds in 1784 beschouwde hij zijn carrière als afgelopen: zijn zaak was failliet. Van de lange investering hield hij wel de competentie en de lust in het schilderen over. Dan maar 'for my own amusement' als het niet kon voor dat van anderen. De professioneel werd een amateur - met de techniek van de professioneel.

Hij schilderde Wales, waar hij zich in 84 als grootgrondbezitter kan installeren, maar keerde ook vaak naar het materiaal uit Italië terug. Hij herinnerde en vermaakte zich. In dezelfde geest nam hij in die jaren ook zijn uitvoerige reisnotities en dagboeken op en herwerkte ze tot de beroemdste kunstenaarsmemoires over de late 18de eeuw (in de twintigste eeuw pas gepubliceerd).

Jones deed met zijn schetsen naar de natuur en in open lucht overigens niets bijzonders. Het was van oudsher het advies om de bedachte beelden aan te scherpen met geobserveerde natuur. Gedachte beelden kon je niet observeren, pas reële observatie gaf de pointe van geloofwaardigheid en présence. Niets bijzonders, behalve dat Jones zijn observaties niet meer in evenwicht hield en ze een eigen leven liet leiden. Observeren werd zo intens dat hij het niet meer in de klassieke vorm gegoten kreeg. Hij had een andere vorm nodig die er nog niet was: haast weerloos stond Jones in de kier tussen rococo en neoklassiek. Toch viel in zijn werk al een licht en een zicht binnen dat men nog nooit in de westerse beeldkunst had gezien. Heel even, heel kortstondig en zonder consequenties viel de tirannie van het schema weg bij Jones.

Wat zonder vorm lijkt, heeft er natuurlijk wel een. Bij Jones gold een puur geometrische opvatting van het beeld, het landschap en de stad. Het licht is de grote meetkundige van deze beelden. Honderd jaar later zou men in Parijs een radikaal ander licht op het doek creëren: een licht dat de vormen oploste in plaats van ze hard te bakken.

De jonge kunstenaar observeerde op zijn Italiëreis een hem onbekende omgeving, een landschap dat hij als reiziger ontdekte. Zijn schetsen zijn de herhaalde 'ah's' en 'oh's' van de verwondering. Verre van een voorloper van fotografie of impressionisme te zijn deelde hij in de heldere afstandelijkheid van de veduteschilder. Hij romantiseerde het vreemde niet, hij bracht verslag uit; Jones was nog geen romanticus. Deze werkjes zijn opvallend onsentimenteel.

Deze typische schetskunst van de late 18de en vroege 19de eeuw bleek uiteindelijk niet te renderen. Heel snel maakte een radikaal ander voorstel zich van de beeldcultuur meester: het pittoreske. In dat schema werd alles - stadszicht, zeezicht, landschap - voorgesteld als de echo, de bondgenoot, de vertrouweling van de heftigste gevoelens van de mensen. Het licht werd met het donker meegesleurd, de standpunten werden dynamisch en spannend, de contrasten tussen boven en onder, klein en groot werden extreem. In het pittoreske werd de tekenaar en schilder de regisseur van de wereld.

Niet zo in de wereld van Jones - de voorloper en tegelijk de antipode van William Turner (die geboren werd in 1775). De beelden van Jones bleken letterlijk inspiratieloos: wat zou je met 'inspiratie' moeten doen bij een vervallen stukje muur, een wasdraad? Jones wil het vooral helder hebben: goed kijken. Pas later zou men vooral visionair willen 'zien'.

Thomas Jones, An Artist Rediscovered', National Gallery, Trafalgar Square, Londen, open iedere dag van 10 tot 18 uur, tot 15 februari. Catalogus: I8SBN 0-7200-0534-5.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud