Advertentie

Onzichtbare kunst in een museumruimte

(tijd) - Vreemde stemklanken weerklinken in de zalen van de Brusselse Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. De oorzaak heet 'Vollevox #8', een verzameling geluidsinstallaties die de museumbezoeker volgen bij zijn parcours.

'Gelieve ons te verontschuldigen voor de eventuele ongemakken dat dit werk kan veroorzaken. We danken u voor uw begrip'. Net als de meeste musea in België, blijken de Brusselse Koninklijke Musea voor Schone Kunsten niet erg vertrouwd te zijn met geluidkunst. Het bordje hangt bij het werk van de Amerikaanse Kristin Oppenheim, wier 'Tickle' (1997) is opgesteld in de passageweg tussen de collecties van het Museum voor Moderne Kunst en van het Museum voor Oude Kunst. Oppenheims geluidswerkje is eenvoudig en eist de aandacht van de passant op: in de ruimte galmt een afwisselend kirrende, grinnikende en krijsende kinderstem. Het effect wringt en botst. 'Tickle' zorgt voor een gevoel van ongemak.

'Vollevox #8' is geen tentoonstelling want er valt niks te zien. De werken zijn zuivere geluidsinstallaties, dus zonder visuele component, op de luidsprekers na. Bovendien telt het project slechts zeven werken. 'Vollevox #8' is een infiltratie. De onzichtbare werken staan her en der in het gebouw opgesteld. Er naar zoeken is niet enkel een hopeloze zaak (een plannetje ontbreekt) maar ook overbodig. De bezoeker moet op de geluiden stoten, toevallig. Dat is een juiste presentatiekeuze: bij het gros van de geluidswerken speelt het onverwachte een belangrijke rol.

Neem bijvoorbeeld 'Nobody', een creatie van Simona Denicolai en Ivo Provoost. Via de intercom van het museum weerklinkt op gezette tijden gedurende 1 minuut een kakofonie van gsm-gerinkel. Het is de registratie van de performance die het kunstenaarsduo op de openingsdag ten beste gaf: de aanwezigen werd gevraagd elkaar te bellen. In 'installatievorm' heeft het werk een aardig effect en wordt het zelfs een gimmick. Toen wij het hoorden, zagen we enkele bezoekers naar hun broekzakken tasten, zich vergewissend of hun toestel niet rinkelde.

Briljant is 'Het gebruiken van kunst', een productie van een internationaal gezelschap dat naar de naam Agentschap luistert. De Belg Kobe Matthys is de kunstenaar achter het idee. Agentschap bedacht een alternatieve audiogids: elke bezoeker kan zijn eigen verhaal inspreken, de audiogids komt weer aan de balie terecht, ter consultatie voor de anderen. Na tien dagen 'Vollevox #8' telde de collectie al meer dan honderd tapes.

Een ander bijzonder project heet 'Quant-à-soi' (2002-2004) van Dominique Petitgand die voor het museum naar het Nederlands werd vertaald. De geluidsinstallatie is opgesteld in de reusachtige lift van het museum, een ruimte die veel weg heeft van een wachtkamer uit de jaren zeventig, uitgerust met loungy fauteuils. Twee vrouwenstemmen draaien rond de pot met uitspraken als 'het is iets dat dichtbij is/iets dat deel uitmaakt van iedereen/ het is iets dat ontneemt'. Begrijpen is hier het punt niet, Petitgand mikt voluit op sfeer, op bevreemding. Vandaar ook dat het werk verontrustende krakende liftgeluiden incorporeert.

Het letterlijk onzichtbare 'Vollevox #8' vormt een mooie opstap naar een mogelijke toekomst voor geluidkunst in de Belgische musea. De gelijknamige organisatie werkt via verschillende kanalen: voorstellingen vinden zowel plaats voor een zittend publiek in een theater (het Petit Théâtre Mercelis in Elsene), voor een rondlopend publiek in een tot tijdelijk cultuurpodium omgeturnd warenhuis (in november loopt een programma in het Brusselse Vanderborghtgebouw) als in een museum als dit. Vooral dat laatste is geen voor de hand liggende zaak. IS

'Vollevox #8', tot 19 december in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Koningsplein 1-2, Brussel. Informatie: 02/508.32.11 www.xlcc.be/vollevox .

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud