Portretten van Cecil Beaton in Londense National Portrait Gallery

(tijd) - De National Portrait Gallery in Londen herdenkt de geboortedag honderd jaar geleden van de Engelse mode- en portretfotograaf Cecil Beaton (1904-1980) met een grote overzichtstentoonstelling. De opzet is braaf en duidelijk, met clusters van foto's van sterren per decennium, van de jaren twintig tot de jaren zeventig. Maar het portret van die ijdele twintigste eeuw is vlijmscherp in de manier waarop subtiel omgegaan wordt met narcisme: Beaton fotografeerde al die beroemdheden 'as their ideal self'. En ook hijzelf bereikte daarmee zijn doel: beroemd worden.

Wie de Beaton-tentoonstelling in de National Portrait Gallery betreedt, wordt overvallen door die veelheid aan beroemdheden, en dat over een periode van zestig jaar, van 1920 tot 1980. De eerste foto's zijn nog (overigens prachtige) portretten van zijn zussen en enkele experimentele zelfportretten, maar ook een filmster als Lilian Gish is er al bij. De jaren dertig en veertig, volgens kenners Beatons sterkste periode, laten iconen zien als Dalí, Picasso, Coco Chanel en Johnny 'Tarzan' Weismuller. Ook een hautaine, zelfverzekerde Winston Churchill kijkt ons aan, in het beroemde portret mét sigaar: het moest de Britten de zekerheid geven dat ze in veilige handen waren in de donkere oorlogsjaren.

Van de jaren vijftig tot aan zijn dood groeide de reputatie van Beaton gestaag: het subtiele samenspel van de fotograaf en zijn glamoureuze onderwerpen leverde portretten op die uiteindelijk gingen flirten met een bijna cynische decadentie. Noem één beroemdheid uit die jaren en Beaton had hem of haar voor zijn lens: van een 'intellectueel' vierluik met Albert Camus, André Malraux, Jean-Paul Sartre en André Gide over de zwanenhals van Audrey Hepburn of de artistieke Marlon Brando-pose tot de ontluisterende foto van Andy Warhol en enkelen van zijn volgelingen in The Factory.

Cecil Beaton was een typische Britse dandy. En net zoals zijn meer illustere voorgangers Oscar Wilde en James McNeill Whistler betekende dat een leven in dienst van zichzelf. Portretfotografie lijkt niet meteen een genre waarvoor een dergelijke narcistische zelfbetrokkenheid vruchtbaar kan zijn. Portretfotografen moeten zich in andere levens verplaatsen, hebben nood aan een zeker vermogen tot empathie, wat voor een dandy niet echt vanzelfsprekend lijkt.

Maar Beaton maakte dan ook geen normale portretten, hij maakte glamourportretten. Het glamourportret is niet het resultaat van een ontmoeting tussen twee gelijken, maar een genre waarbij de verbeeldingswereld van de fotograaf het begin- en het eindpunt is van het portret. De fotograaf is niet geïnteresseerd in het persoonlijke verhaal van het model, maar gebruikt het model als een projectiescherm voor zijn eigen dromen, verlangens en nachtmerries. Het model van de glamourfotograaf is niet meer dan brute materie die door diens vaardige handen in een of andere vorm wordt gekneed. En dat is ook de kracht van de glamourfotografie: ze maakt het mogelijk het model te doen uitstijgen boven zijn of haar individualiteit om zo als een mythologisch wezen herboren te worden.

Deze attitude gaat natuurlijk gepaard met enig dédain voor zijn onderwerpen. De macht van de fotograaf over zijn modellen is absoluut: hij kan ze zowel ophemelen als neerbliksemen. Beaton deed beide, maar gebruikte daarvoor twee verschillende media. In zijn foto's worden de modellen opgepoetst tot creaturen van een fenomenale schoonheid, in zijn sarcastische dagboeken worden ze genadeloos ontmaskerd als imperfecte brokken vlees. Het pronkstuk op de tentoonstelling is een triptiek rond Marilyn Monroe, gevat in een protserig kader van Cartier. In de begeleidende dagboektekst schreef Beaton dat 'Miss Marilyn Monroe calls to mind the bouquet of a fireworks display'. Als de menselijke schoonheid alles te maken heeft met de fysieke perfectie, dan was in de ogen van Beaton niemand werkelijk mooi te noemen. Sommige modellen voelen dit onderhuidse sarcasme waarmee Beaton tegelijk sloeg en zalfde goed aan: wanneer Greta Garbo na lang aandringen eindelijk voor zijn camera verscheen, was ze uitermate op haar hoede. Het leek, zou ze later zelf schrijven, alsof ze belaagd werd door een eenmansleger.

Het alchemistische transformatieproces waaraan de glamourfotograaf het model onderwierp, moest de ster klaarstomen voor publieke consumptie. Voor Beaton zijn de sterren die hij fotografeert een soort van publieke prostituees: ze schenken hun lichaam aan de massa zodat die er in haar dagdromen vrijelijk mee kan stoeien. Vaak duwde hij zijn modellen in de rol van sociale outcast, waardoor ze bijna automatisch de seksuele verbeelding van het publiek prikkelden. Die fascinatie voor sociale randgevallen had nog een andere reden. Zoals alle Britse fotografen is ook het werk van Beaton getekend door klassenbewustzijn: als lid van de middenklasse, stond zijn leven en carrière in het teken van sociale promotie. Op het moment dat het hem lukte tot de aristocratische kringen door te dringen, verloor het streven op slag zijn glans. Zijn aanvaarding in dat milieu bleek het resultaat van een zich steeds verder democratiserende maatschappij en niet van individuele verdienste. Dat bijna iedereen tot de aristocratie kon toetreden, zinde Beaton niet. Vandaar dat zijn modellen - onder wie heel wat leden van de Britse koninklijke familie - ook gezien kunnen worden als een soort surrogaatfamilie waarmee de eergevoelige Beaton zijn zorgvuldig gereconstrueerde, aristocratische arcadia herbevolkte.

Dat ze daarbij nooit hun statuut van levend rekwisiet ontgroeien, mag ons echter niet afleiden van het feit dat deze sierlijke creaturen ons nog steeds kunnen bekoren. Precies door de risicoloze, chronologische opstelling van de tentoonstelling in Londen wordt de kijker van in het begin van die ijdele twintigste eeuw tot aan het eind van de jaren zeventig zachtjes maar meedogenloos meegevoerd in een schitterende stroom van vedetten. Zij confronteren ons genadeloos met het feit dat Beaton in een glamourwereld vertoefde die de onze nooit mocht zijn.

Marc RUYTERS

'Cecil Beaton. Portraits' in de National Portrait Gallery, St Martin's Place Londen, tot 31 mei. Open alle dagen van 10 tot 18u., wo.en do. tot 21u. Informatie: 00-44-20/7312.2463, www.npg.org.uk .

Catalogus 'Cecil Beaton. Portraits' ISBN 1-85514-516-2.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud