Tekeningen van Roger Raveel in Machelen

(tijd) - Roger Raveel in confrontatie: doorheen opeenvolgende tentoonstellingen en vanuit verschillende invalshoeken is dit een stevige traditie geworden in het Raveelmuseum. De vergelijking met andere kunstenaars wordt gebruikt om dieper door te dringen in het werk van Raveel. De nieuwe tentoonstelling 'Kamermuziek', koos voor de tekening, 'la peinture du pauvre', het stille, onthechte, bescheiden zusje van het schilderij, de kamermuziek van de schilderkunst.

Roger Raveel is een schilder die tekent. Hij staat daarin niet alleen. Schilders hebben steeds tekeningen gemaakt. De tekening kan een studie zijn, een stap in een proces, in dienst van een eindproduct, het schilderij. Maar de tekening kan ook doel zijn, gemaakt omwille van zichzelf en bewust gekozen omwille van de eigen zeggingskracht. Bij veel kunstenaars is dit onderscheid niet fundamenteel. Hun tekeningen zijn volwaardige kunstwerken, hoe ze zich ook verhouden tot hun schilderkunst.

Bij Raveel lopen teken- en schilderwerk parallel. Wie zijn schilderijen kent, herkent zijn tekeningen. Ze tonen dezelfde onderwerpen, weerspiegelen hetzelfde artistieke zoeken. Ze ondersteunen en beïnvloeden elkaar, vloeien soms zelfs in elkaar over. Toch blijft Raveel vooral een schilder. Hij denkt schilderkunstig. Hij tekent zoals hij schildert en houdt van dit 'picturale' in schilderij én tekening. Soms dringt de verf letterlijk binnen in zijn tekeningen, kleurloos, zwart of wit, op het witte (nu bruin verkleurde) papier, een materieel tastbaar spoor, in contrast met het introverte karakter van het potlood. In andere werken zet hij de verf buiten spel en geeft hij zich volledig over aan de tekening. Verschillende schrifturen worden direct naast elkaar geplaatst, in potlood en in inkt, met lijnen, arceringen en vlekken. Het zijn vertalingen van zijn karakteristieke picturale omgang met de verf.

Zijn 'Stier' uit 1957 is een confrontatie tussen de concrete vorm van de horens, de synthetische lijn die het zware lijf omspant en de wollig uitgelopen inktvlek van de kop. Een landschap is een samenspel van horizontaal en verticaal, rechte lijnen en krabbels, contrast tussen de rust van een parallelle arcering, en de onrust van 'wemelende' lijnen die het trillende licht vangen. Raveel tekent geen landschap, maar 'landschappelijkheid', het wezen van het landschap: het licht en de ruimte, de eigenheid van velden, bomen en lucht.

De confrontatie met Dan Van Severen toont hoe verschillend beide kunstenaars werken. Het werk van Van Severen is onthecht. De kleur is teruggebracht tot licht vibrerende schakeringen van grijs. De voorstelling is gereduceerd tot enkele geometrische basisvormen, het vierkant, de cirkel, de ruit en het alomtegenwoordige kruis. Zijn werk is een gebed, religieus zonder godsdienstig te zijn, ascetisch en meditatief. De kracht zit in het loslaten. Zelfs de gebruikte materialen, verf, potlood of inkt, cijferen zichzelf weg.

Dit doorgedreven uitpuren van de voorstelling, van de middelen en van de materie is niet wat Raveel zoekt. Zijn medium wil niet transparant zijn, maar is juist sterk concreet aanwezig. Toch is het loslaten ook voor Raveel belangrijk. Net als zijn schilderijen zoeken zijn tekeningen naar essentie en synthese, naar afstand tegenover de concrete realiteit, zonder die helemaal te verlaten.

De evolutie in het werk van Jules Lismonde is hieraan verwant. In een vroege tekening herkennen we een stadslandschap. Maar op een onderliggend niveau wordt een spel gespeeld met constructieve en ritmische lijnen, een spel dat voorbijgaat aan de concrete afbeelding van de pakhuizen aan de kade. Dit lijnenspel wordt steeds dominanter in zijn latere werk. In 'Comme à Ostende' kan de voorstelling zich nog net staande houden. We herkennen amper de dijk met de dwars geplaatste banken, de golfbrekers en het cirkelende zonlicht boven het wateroppervlak. Een derde tekening, 'Songes et équilibre', is nog slechts een echo van een landschap. Alles verliest zijn concrete tastbaarheid. Net als bij Karel Dierickx lost de voorstelling op. Ze wordt gesuggereerd. De tekening wordt poëzie. De betekenis kan aangevoeld maar niet meer uitgesproken worden. Raoul De Keyser vertaalt gedichten van André du Bouchet in tekens. Christian Dotremont zet teksten om in zwierige kalligrafie, voor hem het beste uitdrukkingsmiddel voor elke inhoud.

Ook de kunst van Raveel is lyrisch. De schriftuur, de herkenbare hand van de kunstenaar, is belangrijk. Zelfs geometrie hoeft niet strak en onpersoonlijk te zijn. Lijnen en vierkanten zijn nooit absoluut en perfect. Ze dragen het toeval van het leven in zich. Dezelfde trilling van de realisatie, discreet, maar warm en menselijk, kenmerkt ook Van Severens verstilde werken en de repetitieve lijntekeningen van Marthe Wéry. Haar bladen zijn gevuld met geduldige zwarte, verticale lijnen. De inkt dringt lichtjes in het handgeschepte papier. Het werk is geladen met de tijd en de aandacht van het realisatieproces. Het geeft deze concentratie en contemplatie door. Een ingelijst, blanco vel papier, het vierde luik van de 'Zomer' van Marthe Wéry, sluit de tentoonstelling af, introvert, bescheiden en discreet.

De tentoonstelling toont tekeningen van Raveel uit de jaren vijftig en zestig. Behalve van de besproken kunstenaars is onder meer werk te zien van Amédée Cortier, Jan Schoonhoven, Ben Akkerman, Luc Drieghe, Luc Claus, Richard Serra en Joseph Beuys. Trui LANDUYT

'Kamermuziek' - Tekeningen van Roger Raveel in confrontatie. Roger Raveelmuseum, Gildestraat 2, Machelen-aan-de-Leie. Tot 30 januari, van 11 tot 17 uur. Maandag en dinsdag gesloten.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud