Tentoonstelling van middeleeuwse Engelse kunst in Londen

(tijd) - De laatste anderhalve eeuw van het Engelse christendom is het nauwelijks te reconstrueren onderwerp van 'Gothic, Art for England 1400 - 1547' in het V&A in Londen. Uit die periode bestaan nog veel kerken, dorpen en kastelen, maar van de rijkdom van prinsen en kerkvorsten, kloosters en gebedshuizen is nauwelijks iets bewaard. Een onvoorstelbare kaalslag had plaats in het midden van de 16de eeuw: de beeldenstorm veegde de hele religieuze beeldcultuur van de aardbodem.

Iedere middeleeuwse vorst zag zich genoodzaakt royaal te bouwen, te decoreren en uit te geven. Hij was het aan zijn prestige verplicht. Het kunstgebeuren werd - ook toen al - door de blik over het kanaal geleid: kunstenaars en kunstwerken kwamen uit Vlaanderen en Frankrijk. Dat bleef zo toen de beeldenstorm de religieuze iconografie had uitgebannen. De Duitse Holbein introduceerde het realistische portret waarin het beeld een aardse spiegel was, omdat hij geen hemelse spiegel meer kon zijn. Een prachtige Italiaanse triptiek van Solario maakt duidelijk wat de Britse kunst - voor eeuwen - verloor. Het portret door Holbein van een vrouw met een eekhoorn maakt duidelijk wat ze daarvoor terugwon.

De structuur van de tentoonstelling in het V&A volgt een sociologisch stramien: van toplaag naar het volk, van de hoge cultuur naar het dagelijkse leven. Er zijn meer objecten dan echte beelden te zien. Dat is niet verwonderlijk omdat de instelling geen museum van schone, maar van decoratieve kunsten is.

Zo'n tentoonstelling komt tegemoet aan onze onverzadigbare nieuwsgierigheid naar het dagelijkse leven uit het verleden. Die nieuwsgierigheid is op de herkenbaarheid gericht. De bezoekers en het onderwerp van de tentoonstelling delen in eenzelfde menselijkheid, alleen verschilt het decor.

Helaas kan men de richtinggevende kunst van die periode, namelijk de architectuur, hier alleen maar afgeleid tonen in prachtige oude architectuurtekeningen, in recente foto's en een video. Ook boekillustraties, decoratieve objecten en sculpturen blijken ingebed in het architecturale paradigma dat de periode beheerst. Ook later in de 19de eeuw plaatst de gotische revival de architectuur in het centrum van de aspiraties. Het is de overkoepelende en synthetiserende kunst. Het is de koninklijke oprijlaan naar de geest, de spiritualiteit van de periode. Die architectuur installeert een unieke kijk- en loopervaring. De wijding van deze traditie is een heel andere dan die van de klassieke architectuur. De tempel legt overzichtelijkheid vast, de gotische kerk brengt een labyrintische aaneenschakeling van wisselende zichten. Het gotische is een traject, het klassieke een schema.

Het bij uitstek ruimtelijk cultuurvoorstel van deze periode zakt bij het niet-architecturale in elkaar. Sierraden en sierobjecten leveren eerder een tegenbeweging: ze zijn stug van vorm, stabiliserend eerder dan dynamiserend. Neem de neogotische meubels zoveel eeuwen later: ze zijn steriel en doods. Ook de miniaturen hebben een hoge graad van immobilisering. Heel de noordelijke vroegrenaissance worstelt daar nog mee. Noch het denken, noch de emoties zijn vrij.

Gothic, Art for England 1400 - 1547, Victoria and Albert, Londen, open van 10 tot 17.45u, tot 18 jan. Catalogus ISBN: 1-85177-402-5.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud