Toen God een vrouw was

(tijd) - Bozar in Brussel wijdt een tentoonstelling aan de positie van de vrouw in Anatolië, zoals Turkije vroeger heette. De bezoeker trekt vanaf de prehistorie tot de 20ste eeuw door een gebied waar de ene beschaving de andere opvolgde. De diverse tijdperken worden bekeken aan de hand van historische en vooral mythologische vrouwenfiguren.

Er worden 350 kunstwerken getoond: beeldjes in terracotta, marmeren sculpturen, sieraden, wapens, kledij, schilderijen en manuscripten. Bijna alle objecten komen uit Turkse musea, vooral het Archeologisch Museum van Ankara, het Archeologisch Museum van Istanbul en het Museum Topkapi Sarayi. Dat laatste was ooit het paleis van de Ottomaanse sultans.

In Anatolië hebben veel beschavingen elkaar opgevolgd. Om enig overzicht te krijgen, is de tentoonstelling gestructureerd volgens de vier grote cultuurperiodes: de prehistorie met de Hettieten, de Griekse en Romeinse oudheid, het Byzantijnse rijk en de Ottomaanse tijd.

De tentoonstelling laat de millennia-oude cultuurgeschiedenis zien aan de hand van bijzondere vrouwen. De bezoeker kruist op zijn parcours vooral vrouwen uit de mythologie, van de vruchtbaarheidsgodin uit de steentijd over de honderdborstige Artemis in de Romeinse tijd en de Maagd Maria tijdens het Byzantijnse tijdperk tot de haremvrouwen onder de Ottomanen.

De grootste indruk maken de beeldjes van de vruchtbaarheidsgodin uit de prehistorie. De figuratieve beeldjes in gebakken klei, niet groter dan 10 centimeter, zijn zo'n 6.000 jaar voor Christus gemaakt. Zij stellen vrouwen voor met weelderige dijen en borsten, die nu eens de armen voor de boezem hebben geslagen, dan weer met de handen de borsten betasten. Soms hebben de figuren ook overdreven grote voortplantingsorganen. Een naakter voorstelling van de vrouw is niet denkbaar, voluptueuzer evenmin. De vormgeving van de beeldjes is een verheerlijking van de vrouw, zij wordt geïdentificeerd met de vruchtbaarheid en de overvloed. Daar was een reden voor. Het menselijke leven werd tijdens de prehistorie voortdurend bedreigd. De vruchtbaarheid van de vrouw was van levensbelang voor het voortbestaan van een gemeenschap. Omdat men nog geen weet had van de bevruchtende rol van de man, werd de geboorte beschouwd als het resultaat van goddelijke krachten. De beeldjes van vrouwen moesten als magische voorwerpen de vruchtbaarheid te bevorderen. In die omstandigheden speelde de vrouw ook een centrale rol in de religie. De godheid was toen geen man, maar een vruchtbare, soms zelfs barende moeder-godin. De opvatting dat God een vrouwelijk wezen was, zou gedurende eeuwen blijven voortbestaan.

Ook onder de Hettieten in Anatolië, vanaf 1700 voor onze jaartelling, bleef de vrouw in hoog aanzien staan. In de steden van de Hettieten, zo blijkt uit spijkerschrifttabletten, oefende zowel de koning als de koningin het gezag uit. Beiden waren gemachtigd beslissingen te nemen over staatszaken of religieuze aangelegenheden. Tijdens de godsdienstige plechtigheden was de koning opperpriester en de koningin opperpriesteres.

In de 7de eeuw werd Anatolië gaandeweg gedomineerd door de Lydiërs, die als belangrijkste godheid de moedergodin Cybele vereerden. De bijdrage van de Lydiërs tot de geschiedenis was echter de uitvinding, omstreeks 650 voor Christus, van muntstukken die als handelsinstrument werden gebruikt. De eerste primitieve munten waren gemaakt van elektron, een in de natuur voorkomende legering van goud en zilver. Het slaan van munten en het gebruik ervan verspreidden zich snel naar de kuststeden en vandaar naar andere delen van Anatolië en Griekenland.

Het was in die tijd dat de Amazones ontstonden, een apart ras van krijgsvrouwen. De Amazones, meer mythe dan geschiedenis, waren een product van de matriarchale samenleving en de verering van de moedergodin. Ze werden geregeerd door een koningin. Om het overleven van hun ras te verzekeren, hadden ze geregeld geslachtsgemeenschap met de mannen van naburige stammen. De jongens daaruit geboren werden gedood of verminkt en in dat laatste geval als dienaars gebruikt. Op de tentoonstelling is een prachtig marmeren beeld van een Amazone uit de 1ste eeuw voor Christus te bewonderen, een torso met een ontblote borst.

Al vroeg stichtten de Grieken steden in Anatolië, onder meer Troje en Efeze. Een van de beroemdste vrouwen uit de klassieke oudheid is de mooie Helena, die door een Trojaanse prins in het Griekse Sparta werd geschaakt en meegevoerd naar Troje in Anatolië. Helena was de aanleiding van de belegering van Troje door de Grieken. Ook andere vrouwen, al dan niet van gemengde Grieks-Anatolische oorsprong, zouden naam maken, zoals Sappho, die de mooiste liefdesgedichten van de oudheid schreef.

Toen de Romeinen later over Anatolië heersten, werd naast Aphrodite, de godin van de liefde, ook Artemis vereerd. Die godin werd voorgesteld als een vrouw met veel borsten, die soms de vorm aannamen van eieren of testes van een stier, wat weeral wijst op de vruchtbaarheid van de vereerde godin.

Nog tijdens het Romeinse tijdperk werd in Anatolië de christelijke godsdienst ingevoerd. In de vierde eeuw na Christus bekeerde de Romeinse keizer Constantijn zich tot het christendom. Hij verplaatste zijn hoofdstad ook naar de naar hem genoemde stad Constantinopel, het huidige Istanbul. De Anatoliërs aanvaarden de nieuwe god en religie mede door de daaraan verbonden opvatting van een verheven moeder. De Maagd Maria werd in iconen afgebeeld als een vrouw van vlees en bloed.

Omdat de Byzantijnse cultuur vooral tot uitdrukking kwam in gebouwen en moza-ieken, is er in Brussel weinig van te zien. Een beroemd bouwwerk uit de 6de eeuw is de christelijk-orthodoxe kerk Haghia Sophia in Istanbul, die nu nog altijd in gebruik is, zij het als moskee. Tijdens de Byzantijnse tijd zou de status van de vrouw veranderen. Vanaf de 7de en 8ste eeuw werd zij gaandeweg uit het openbare leven geweerd, en haar leefwereld beperkt tot het huis en de familie.

Al de genoemde beschavingen hebben niets met de eigenlijke Turken te maken. Het Turkse volk stamt af van Centraal-Aziatische nomadenstammen, bekend als de Turkmenen. Zij zouden Anatolië binnenvallen en er pas vanaf de 14de eeuw de macht overnemen. Constantinopel kwam in handen van de Turken in 1453, meteen het begin van het Ottomaanse Rijk. Rond 1550 was de Ottomaanse sultan de centrale figuur van een groot deel van de moslimwereld.

De tentoonstelling in Brussel poogt met textiel, juwelen, miniaturen en enkele schilderijen een beeld te schetsen van de plaats van de vrouw tijdens de Ottomaanse tijd. Dat gebeurt haast kritiekloos. Zo wordt de harem van de sultan, ondergebracht in Topkapi Sarayi in Istanbul, voorgesteld als een eerbaar concept van samenleven.

Daarbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat alle vrouwen in de harem slavinnen waren, op de moeder van de sultan en zijn dochters na. Het was de droom van al die concubines de lieveling van de sultan te worden en hem een zoon te schenken. De concurrentie was moordend, want de harem van de sultan kon uit honderden concubines bestaan. Ook al werd in de harem muziek gemaakt en gedanst, de intriges waren nooit ver weg.

De tentoonstelling brengt ook geen beeld van de huidige situatie van de vrouw in Turkije. In een recent rapport van Amnesty International staat dat in Turkije aanzienlijk meer geweld tegen vrouwen voorkomt dan in veel andere delen van de wereld. Ook al zijn in Turkije diverse wetswijzigingen doorgevoerd om vrouwen te beschermen, in de praktijk wordt psychologisch en lichamelijk geweld tegen vrouwen op grote schaal getolereerd en zelfs goedgekeurd door lokale leiders.

Er is ook een stukje hedendaagse Turkse kunst te zien. In de hal van Bozar heeft de Turkse kunstenares Ayse Erkmen een vloerinstallatie gemaakt. Het vertrekpunt van de installatie is een autoshow die plaatsvond in het Paleis voor Schone Kunsten in januari 1936. De vloer van de hal lag toen bedekt met oosterse tapijten, waarop de auto's van General Motors prijkten. De Turkse kunstenares bedekte de vloer van de hal met een dik zwart tapijt, waaruit rechthoeken gesneden zijn. De uitsnijdingen stemmen overeen met de oppervlakten die de oosterse tapijten destijds innamen.

'Moeders, godinnen en sultanes', tot 16 januari, Bozar, Ravensteinstraat 23 in Brussel, 02/507.82.00, www.bozar.be . Open van dinsdag tot zondag van 10 tot 18u., op donderdag tot 21u. Gesloten op maandag. Toegang 9 euro.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud